“Holle vaten klinken het hardst”. De collectieve ervaringskennis van een volk komt tot klinken in deze vijf woorden. De betekenis: mensen met de minste kennis van zaken verkondigen vaak het meest nadrukkelijk hun mening.

Ook de Bijbel bevat uitspraken die, in bewerkte vorm, de status van spreekwoord hebben bereikt, bijvoorbeeld Mattheus 7:
Onverdraagzaamheid
Aan beide spreekwoorden moest ik vandaag denken toen ik de column van David Wilkerson las. Precies dat, het veelvuldig negatief oordelen over andere Christenen, staat me bij hem tegen. Dat en zijn geregeld domme geklets en ijdelheid. Kortom, best veel!
Schermen met “God zei me zus en zo”, zoals Wilkerson doet, belast de discussie nogal. Moet men opbieden in óók contact hebben met God? Zulk zwaar geschut bij aanvang slaat het gesprek dood. Hem weerspreken, lijkt God trotseren.
Wat oneerbiediger bekeken, is Wilkerson een kleine tiran. Hij wil altijd gelijk hebben.
Veracht en onbeduidend
David Wilkerson’s betogen zijn vaak genoeg zo onovertuigend, dat ook mensen die niet gewend zijn lang na te denken terugkomen op hun aanvechting zijn uitspraken serieus te nemen als de woorden van God. Overgebleven risicogroep zijn kwetsbare mensen, op zoek naar houvast. Wilkerson’s zelfverzekerdheid is verleidelijk als je zelf onzeker bent.
Neem zijn column van vandaag. Zwakte en onaanzienlijkheid worden daar voorgesteld als pluspunt. Je leven zal maar op een dieptepunt zijn beland. Dan biedt Wilkerson een opsteker:
Alleen hebben deze woorden uit de mond van Wilkerson iets onwaarachtigs.
Om te beginnen is mij niet bekend dat David Wilkerson wordt veracht en maatschappelijk een lage positie heeft. Wilkerson runt, samen met zijn zoon, een kerk in New York, leidt diverse organisaties, heeft enkele bestsellers op zijn naam, waarvan (zeker) een is verfilmd. Ik weet niet hoeveel inkomsten David Wilkerson zichzelf gunt en je kunt twisten over wat ’succes’ is (succes in de wereld, succes voor God). Maar genoemde feiten wettigen mijns inziens niet de zelfomschrijving ‘veracht persoon’ – en misschien ook niet die van ‘niet heel machtig’.
Waarschijnlijk is David Wilkerson internationaal vooral bekend in bepaalde Christelijke kringen, uit de hoek van de Pinkstergemeente. Daar heeft hij bij mijn weten geen uitgesproken negatieve reputatie. Iemand die zich recent zorgen maakt over Wilkerson’s strapatsen, spreekt met lof over hem.
Zelf vind ik Wilkerson dom en ijdel.
Dom:
- in het schermen met God die hem rechtstreeks mededelingen doet, waaronder banale zinnetjes als ‘God heeft alles onder controle’
- in zijn onverdraagzaamheid, de wijsheid in pacht menen te hebben; voor mij teken van domheid / intellectuele onbescheidenheid
- in zijn soms gezochte interpretaties van Bijbelteksten; dat is de tekst weinig recht doen en de Bijbel gebruiken om je eigen meningen kracht bij te zetten.
- vanwege het God zichzelf laten tegenspreken en wankele redeneringen aan het papier toevertrouwen, waarvan de zwakte met (pijnlijk) gemak aan te tonen is
- in zijn toevoegen van woorden/meningen aan de Bijbel/God.
Voor de ondersteuning van deze beweringen verwijs ik naar de afleveringen van dit blog.
Naast dom vind ik Wilkerson ijdel. IJdelheid is een algemeen menselijke ondeugd, zeer wendbaar en ook daarom zo alomtegenwoordig (ook je ijdelheid verwensen kan ijdel gedrag zijn).
In zijn column van vandaag laadt Wilkerson de verdenking van ijdelheid op zich door, na bovenstaand bezingen van zijn zwakheid, te vervolgen:
Wilkerson is in elk geval een uitverkoren zwakke…
Ook in dit citaat voegt Wilkerson woorden aan de Bijbel toe. Nergens staat geschreven dat God “zich verheugt in het doen van het onmogelijke met niets”. Wilkerson doet dit keer niet de moeite om te suggereren dat God hem dit rechtstreeks zou hebben medegedeeld. Zelf vind ik het meer een uitspraak voor in de kroeg, bij een glas bier, als het opsnijden begint. Maar dat is persoonlijk.
Terzijde: als ik Wilkerson goed begrijp, gebruikt God ‘zwakke’ mensen om twee redenen:
(1) om ’sterke’ mensen in hun hemd te zetten (en geeft deze opvatting steun uit de Bijbel, 1 Korintiërs 1:26-29)
(2) omdat Hij het uitdagender vindt om met ‘zwakke’ in plaats van ’sterke’ mensen te werken.
Wilkerson’s toevoeging levert meteen een interne tegenstrijdigheid op. Consistent en consequent zou zijn, wanneer God altijd een hekel aan sterke mensen had. Maar de tweede reden maakt dat onmogelijk.
Ook kan men zich de vraag stellen: wat kán voor een almachtige God een uitdaging zijn? Alles gaat God gemakkelijk af.
Uitgaande van een perfecte God, leiden zulke voorbeelden van redeneerzwakte tot de conclusie: hier is David Wilkerson in de weer geweest ‘namens God’.
Tot slot is de voorstelling van zaken – ook die van Paulus, hoewel die misschien alleen aan Christenen dacht en de aartsvaders niet meerekende - incorrect. Hoezo zou God alleen maatschappelijk onbeduidende mensen gebruiken om de spot te drijven met de kracht van de mens en te lachen om onze ‘egoïstische‘ (? – bedoeld wordt ‘op eigen kracht’) pogingen om goed te zijn? Abraham was geen arme sloeber, David, Jozef en Salomo geen kleine jongens.
Met zulke opmerkingen sterkt Wilkerson het vooroordeel van Christendom als religie voor slecht weggekomenen.
