Permanente zenuwpees Wilkerson roept op tot God’s vrede.
Ik had gisteren nog niet gezegd dat God’s permanente vrede be- helst dat u niet meer begint over allerhande onvermogen, of David Wilkerson begint vandaag over zijn onrust.
David Wilkerson! De man die anderen uitlegt hoe zij God’s perma- nente vrede kunnen bemachtigen!
Kent hij geen schaamte? Hij valt God zelfs lastig met zijn geloofs- zwakte!
Wilkerson kent alleen momenten van vrede – en onderscheidt zich daarin niet van willekeurig welke heiden die een ritje naar de hei maakt om uit te waaien:
Thuis tussen vier stille muren geniet hij minder van God’s aanwe- zigheid? Dat is niet God aanbidden maar pantheïsme!
In plaats van zijn vak neer te leggen, gaat Wilkerson door met an- deren beleren. Wie gelooft hem nog?
En geeft de duivel de schuld van zijn onrust. Een nieuwe beledi- ging! Is de duivel sterker dan God? God zei gister nog: geloof dat Jezus aan het Kruis uw zonden heeft gedragen, dat Jezus u hier- door acceptabel heeft gemaakt voor Mij, God de Vader, en u “hei- lig” heeft verklaard. Leg alle ballast, paniek, moeite met slapen, rusteloosheid, stress, angst, zorg en het gevoel overweldigd te worden in gebed bij Mij neer. Ik schenk u Mijn permanente vrede!
Geen wonder dat de “opwekkende” woorden van Wilkerson zo krampachtig klinken:
Kom terug als je eens een kwartaal met vrede in het hart hebt ge- leefd temidden van beproevingen. Dát is jouw leer, dát predik je! Leef het – of pas je overtuigingen aan aan de werkelijkheid!

de duivel maakt me zo onrustig!
Bij nader inzien kon iedereen beter weten. Twee jaar terug prees Wilkerson al eens God’s vrede aan. Ook toen leek het eeuwigdu- rend. Wilkerson:
Ik meende toen dat Wilkerson een doorbraak beschreef, een om- slagpunt, waarna het heil zijn aanvang nam. Maar het slot had moeten waarschuwen: Wilkerson voegt een voorwaarde toe, “dat uw geloof standvastig blijft”. Zo heeft hij altijd een antwoord klaar in situaties van uitblijvend heil.
Maar aangezien situaties van uitblijvend heil de regel zijn, zónder tot op heden bekende uitzondering, is de springende vraag: heeft iemand weleens het eeuwig heil gevonden? Heeft Wilkerson ooit met de mond vol tanden gestaan omdat hij zijn vaste excuus voor uitblijvend succes niet kon gebruiken, niet hoefde te gebruiken? Komt falen ook weleens niet voor? Is God’s vrede ooit meer dan een belofte (vervulde belofte, ook wel werkelijkheid genoemd)?
Al een half jaar eerder konden we weten dat dit niet het geval is. Het struikelblok bij Wilkerson is telkens datgene wat hij van harte aanbeveelt: geloven! Geloven is nooit zo simpel als Wilkerson soms verkondigt (in zinsconstructies met een van zijn favoriete woor- den, “simpelweg”).
In die weer vroegere beschouwing herhaalde Wilkerson het recept van “een doorbraak” die het heil zou inluiden. Die doorbraak be- stond niet uit een moment van inzicht, zoals hierboven (“ontwa- ken”), maar van berusting:
Geloof komt niet door streven, maar door te berusten in de beloften van God.
Maar dat geloven het grootste obstakel van geloven bij Wilker- son is, stelden we ook vorige week nog vast.
Geloof is bij hem een gedurig wegkijken van een gevreesde waar- heid. Wat minder duister: Wilkerson’s geloof is de toedekking van een gevreesd ongeloof. Wie echter de confrontatie niet aangaat, wandelt nimmer in de waarheid. Geloven is geen kwestie van wil- len. Wie het zo wil afdwingen, doet aan magie.