David Wilkerson beschaamd over God

Na onze geboorte reageren wij negatief op kou, huidirritatie (natte luier), een lege maag; en positief op aanraking door moeder, op haar geur, haar moedermelk, haar stemgeluid, onze uitwisselingen met haar en al snel ook van die met vader.

Deze eerste waarderingen zijn aangeboren. Later worden hieraan ingewikkelder waarden en waarderingen toegevoegd. Jonge kin- deren vinden bijvoorbeeld hun uitwerpselen nog weleens interes- sant. Sommige kinderen eten hun snot op. Via de ouders leren zij dat dit “vies” is. Later ervaren zij hun oordeel ‘vies’, net als wij, als een ‘natuurlijke’ reactie van afkeer.

Maar dat is niet zo. U herkent dit als u verneemt van primitieve stammen die met smaak eiwitrijke maden levend verorberen. Jakkes!

Op grond van al deze ervaringen tijdens de opvoeding door ouders en anderen ontstaat zoiets als een ‘geweten’.

Verstandige mensen
Verstandige mensen hebben oog voor het langzaam groeien in zelfstandigheid van mensen.

De wetgeving in menig land houdt jonge mensen pas vanaf een be- paalde leeftijd aansprakelijk. Daarvóór wordt eventuele aangerich- te schade op de ouders verhaald en worden jonge daders met a- parte jeugdnormen beoordeeld. Ze krijgen, bijvoorbeeld, geen ge- vangenisstraf.

Ook sommige kerkelijke denominaties getuigen van dit inzicht. In de protestantse traditie worden kinderen bij geboorte gedoopt maar doen op latere leeftijd belijdenis. Dat geldt als de volwassen bevestiging van de bond met God, een tweede doop.

David Wilkerson
David Wilkerson heeft weinig oog voor culturele verschillen en voor het langzaam groeien van een kind of mens. Hij mengt zich plompverloren in deze gevoelige discussie met een geharnaste me- ning:

  • alle mensen weten en erkennen ergens dat God in alles gelijk heeft. In alle mensen knaagt een Christelijk geweten, met als inhoud de opvattingen van God.
  • deze waarden van God, dit geweten, zit aangeboren in ons.
  • gedrag dat afwijkt van God’s norm is verwijtbaar, ongeacht wie het doet. Er is geen verschil tussen een belijdend Chris- ten, een lid van een primitieve stam diep in de jungle of een peuter van drie. Fout is fout.

Wilkerson geeft geen gronden voor zijn mening. Naar mijn mening ontbreken ze ook. Hij is geen man van de wetenschap, hij houdt zich niet bezig met de opvoeding en de ontwikkeling van kinderen. En ik vermoed dat hij weinig waardering heeft voor het respecte- ren van culturele verschillen, zodra het inhoudt dat ook de (af)go- den van andere culturen dienen gerespecteerd.

Wilkerson’s opinie zadelt ieder mens met veel zonden op. Als ie- dereen vanaf de geboorte een Christelijk geweten in zich heeft, weet iedereen vanaf het begin hoe het hoort. En moet ieder mens moeite doen om de stem van dit geweten weg te drukken. Iedere overtreding van een Christelijke norm is daarmee bewust en laakbaar.

God’s taalgebruik
Wilkerson beroept zich op het gezag van God. Als God spreekt, is daarmee het laatste woord over een onderwerp gezegd.

Wilkerson’s God spreekt een vreemd soort Middeleeuws. Ook de overige uitrusting is niet met de tijd meegegaan. Zo schiet God bijvoorbeeld nog met pijl en boog:

Het zou kunnen dat u reeds Gods pijlen in uw ziel voelt vanwe- ge de zonden uit uw verleden, of vanwege uw huidige zonden“.

De “pijlen” zijn ‘geestelijk’ bedoeld (het komt uit een Psalm, in die tijd hadden ze nog geen moderne handwapens), de pijn evenzeer. De zinsnede in zijn geheel zegt niet meer dan: “Mogelijk voelt u zich schuldig over bepaalde daden”.

Als Wilkerson wil zeggen “God vergeeft een berouwvol Christen”, zegt hij:
U zult gecorrigeerd worden – maar met veel genade en mede- dogen. U zult niet zoals de heidenen Zijn toorn voelen, maar wel een disciplinaire roede, uitgevoerd door Zijn liefdevolle hand“.

In andere overdenkingen van Wilkerson spreekt God wel gewoon:

Ik zie Hem mensen naar het eind van hun latijn brengen, om hun eigen koppige wil te breken zodat men uiteindelijk een mentaliteit heeft bereikt waarin men zegt “Zijn wil geschiede” “

en 

“Ik zie dat Hij Zijn geliefden naar een plaats van beproeving stuurt, een beproeving die zo zwaar is dat alleen een wonder hen kan redden. En door dit alles heen wordt dit volk volledig afhan- kelijk van de Heer in alles. (..) Misschien (..) heeft u nog nooit zo’n periode meegemaakt als waar u nu in zit. Er komen dingen op u af die compleet overweldigend zijn, zaken waar alleen God iets aan kan doen. En u realiseert zich dat alleen Hij u hier door- heen kan helpen”.

Zou dit het verschil zijn tussen ‘God samenvatten in eigen woor- den’ en ‘God eerbiedig naspreken, zonder enige verandering in Diens woorden’?

Wanneer Wilkerson een Psalm of Jeremia citeert, is de archaïsche taal begrijpelijk. Wanneer de levende God echter nu spreekt, is niet vanzelfsprekend dat Hij dat doet in de taal van de Statenbijbel of om het even welke ‘oude taal’.

Dat zou even willekeurig zijn als spreken in hedendaags Neder- lands of Engels. De Statenvertaling heeft ooit niet bestaan. Waar- om zou God vanaf 1637 in de taal van de Statenvertaling zijn gaan spreken? En waarom is Hij niet overgegaan op de taal van latere bijbelvertalingen, zodra die beschikbaar kwamen?

Het meest drempelloos naar gelovigen is, wanneer God spreekt in de taal van de Bijbelvertaling gebruikt door de denominatie van betrokkene. Een katholiek hoort liever de taal van de Willibrord- vertaling dan de Statenbijbel.

God spreekt sowieso Christenen uit alle windstreken aan, met honderden verschillende moedertalen en van uiteenlopend oplei- dingsniveau. Mij dunkt dat God graag begrepen wordt wanneer Hij, bijvoorbeeld, een vermaning uitspreekt. Dat vergroot de kans dat de betrokkene Zijn waarschuwing opvolgt – en dat lijkt me God’s bedoeling. Een heldere waarschuwing is bijvoorbeeld: “Trouw niet met je huidige verloofde”.

Hoe spreekt God tegen u?

God’s liefdevolle disciplinaire roede en slechte huwelijken
Wilkerson heeft het over God’s hanteren van de “disciplinaire roe- de”. Je komt er niet achter of dit pijn doet.

Wilkerson is niet altijd vaag. Over God’s waarschuwingen tegen het nemen van verkeerde beslissingen is hij bijvoorbeeld helder:
Hoeveel vrouwen lijden er omdat ze getrouwd zijn met een man waar God tegen gewaarschuwd heeft?

Deze waarschuwing moet haast wel luid en duidelijk geweest zijn, anders kan men de vrouw niet kwalijk nemen dat ze Zijn waar- schuwing in de wind geslagen heeft.

Wilkerson heeft het niet over een concrete vrouw. Hij spreekt in het algemene. Mogelijk kent hij Christelijke vrouwen met verve- lende Christelijke echtgenoten. Hij zegt hen: “God had je nog zo voor deze man gewaarschuwd!”.

Ik ben benieuwd wat Wilkerson de echtgenoten in kwestie voor- houdt: “God heeft je vrouw voor jou gewaarschuwd. Helaas is ze toch met jou in het huwelijk getreden”?

En wat als God de man niet gewaarschuwd heeft?! Maar dit is on- mogelijk! God wil alleen geslaagde huwelijken! Hij zal de man in dit geval dus óók hebben gewaarschuwd! Twee mensen in een slecht huwelijk verbonden tegen God’s aanbeveling in – dat is een le- venslange beproeving.

Wilkerson schaamt zich voor God
Ik meen de verklaring voor Wilkerson’s vaagheid te weten: Wil- kerson schaamt zich óf voor de agressie óf voor de zachtheid van God.

  • Als God’s disciplinaire roede naar zijn mening te weinig pijn doet, lijkt Wilkerson dit feit weg te willen moffelen uit gêne. God is softer dan Wilkerson wenselijk acht.
  • Als God’s disciplinaire roede naar zijn mening te gewelddadig is, lijkt hij zich voor de agressie van God te schamen.

Maar of God nu op pijnloze of juist pijnlijke wijze de disciplinaire roede hanteert, het past een Christen niet hierover een eigen me- ning te hebben. God kiest Zijn maatregelen zoals Hem goeddunkt.

Ik vind het dan ook vermoeiend dat Wilkerson bij alle klappen met de disciplinaire roede of andere Goddelijke tuchtigingen toevoegt dat deze ‘uit Liefde’ voortkomen. Alsof dat minder pijn doet! Hij doet op zulke momenten aan Dame Edna denken, een komisch personage dat haar gasten beledigt en er dan direct achteraan zegt dat alles “in a caring way” is bedoeld.


Dame Edna na 4 minuten: “I mean that in a lovely, caring way”

Liefdevolle tuchtiging ineffectief
Niettemin: men vraagt zich in gemoede af of God’s roede, wanneer deze pijnloos zou zijn, Zijn schapen enig ontzag inboezemt. Ik citeer de passage nog eens in zijn geheel:

Maar als u een berouwvol hart heeft, en u zich wilt bekeren van deze misstappen dan kunt u een beroep doen op Zijn liefde. U zult gecorrigeerd worden – maar met veel genade en mededogen. U zult niet zoals de heidenen Zijn toorn voelen, maar wel een disci- plinaire roede, uitgevoerd door Zijn liefdevolle hand

Wat opvalt:

  • de ‘disciplinaire roede’ wordt na betoond berouw gebruikt. De situatie is die van een kind dat tegen vader zegt: ‘vader, ik heb het verkeerde gedaan’. Waarna vader alsnog de roe- de hanteert en een verdiende straf uitdeelt, om daarna te zeggen: ‘zoon, het is je vergeven, ik houd van je’.
  • De tuchtiging is licht (liefdevolle hand, mededogen, veel genade). Zij jaagt de zondaar daarom geringe schrik aan. Welke zin de tuchtiging heeft, blijft daardoor onduidelijk. Afschrikwekkend werkt zij niet.
  • De echt vervelende straffen reserveert God voor heidenen.

David Wilkerson kan hardvochtig zijn
In tegenstelling tot zijn schaamtevolle woorden over God’s disci- plinaire straf met de roede is Wilkerson duidelijk en hard over het aardse lijden van Christenen: dat is zijns inziens vaak verdiend:

Misschien heeft uw lijden wel te maken met verkeerde beslis- singen die u gemaakt heeft. Hoeveel vrouwen lijden er omdat ze getrouwd zijn met een man waar God tegen gewaarschuwd heeft“.

Of als de kinderen van een Christen aan de drugs of op het slechte pad zijn:

Toch is het meestal zo dat dit gebeurt vanwege de zonden en compromissen die die ouders de afgelopen jaren gemaakt heb- ben“.

In het algemeen is Wilkerson negatief over Christenen. Hij veron- derstelt dat ze pas tot inkeer komen als ze op het dieptste punt be- land zijn, niet eerder: “Als u weet dat u op het laagste punt uitge- komen bent en niet dieper kan zinken, dan weet u dat het tijd is om de Heer te zoeken vanuit uw gebrokenheid“.

Deze hardvochtigheid is in tegenspraak met Wilkerson’s meele- vende bewering, in deze zelfde overdenking (!), dat het leven van een Christen alle schijn van ‘onrechtvaardigheid’ kan hebben. Ie- mand kan zich stipt houden aan God’s geboden en niettemin ge- troffen worden door veel tegenslag en leed, terwijl een ongelovige hiervan niet alleen gevrijwaard blijft maar zelfs voorspoed, een begripvolle, fijne partner en een gelukkig gezinsleven kan kennen.

In deze ogenschijnlijk onrechtvaardige situaties vraagt Wilkerson medechristenen vertrouwen te blijven stellen in God’s liefdevolle maar soms onbegrijpelijke raadsbesluiten:

Als mij iets overkomt dan is dat alleen omdat U het toestaat, en ik vertrouw erop dat u een doel heeft met dit alles. Help mij als- tublieft om de lessen te begrijpen die U wilt dat ik leer. (..). Ik vertrouw er op dat u een glorie heeft voorbereid, een eeuwig doel die mijn verstand te boven gaat. Maar hoe het ook zij, ik zeg ‘Heer, of ik nu leef of sterf, ik ben de Uwe!’”.

Terwijl die Christenen hun treurig lot uitzitten, bestaat God’s hulp op aarde slechts uit “iets in onze harten leggen” waardoor ze in staat zijn tot bovengenoemd inzicht te geraken. Men leert dat wat slecht voelt, desondanks goed is, in een wijder Christelijk ver- band.

Dat is natuurlijk niet niets. Het is de hoofdprijs.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2009/07/07/david-wilkerson-beschaamd-over-god/trackback/

%d bloggers liken dit: