Klare wijn

Vandaag schenkt David Wilkerson klare wijn. Ik bedoel niet de opmerking dat zonde tot kaalheid leidt (“Dat is waar je uiteindelijk terecht komt als je volhard in je zonde: je wordt helemaal kaal“). We wisten al dat zonde de lichaamskracht doet afnemen; haaruitval zou een van de eerste effecten kunnen zijn.

Maar dat denken we niet. De zin van Wilkerson is van een type waarop hij het patent lijkt te hebben: zinnen met in de lucht hangende beeldspraak. Wilkerson verheldert dan de ene beeldspraak met de volgende. Het effect is dat de lezer steeds verder verwijderd raakt van enige tastbare werkelijkheid. Het is als iemand die consequent in spreekwoorden praat, ook als je vraagt of hij of zij de koffie zwart, met melk of met melk en suiker blieft.

‘Tafel’, ‘stoel’ en ‘vork’ doen bij Wilkerson zelden dienst als gebruiksvoorwerp. De woorden zullen een vage figuurlijke betekenis hebben, de ‘lepel van het heil’ of ‘de zekere stoel van het geloof’.

Wilkerson bedoelde hierboven geen kaal hoofd maar een kaal land. Jij bent dat kale land – wanneer je ‘onbruikbaar bent in God’s plan’.

Soms breekt een fletse zonnestraal door in dit metaforenwoud, waarboven nevelwolken hangen. Ik dank David Wilkerson voor deze zonnestraal. Het is voldoende.

De klare wijn (een metafoor) betreft God’s taalgebruik. Ik schreef al eerder over de kwestie. Wilkerson’s God spreekt de ene column in Middeleeuws Nederlands en de andere keer in spreektaal. Hoe is dat te rijmen?

Wilkerson’s overdenking van vandaag staat me toe de knoop door te hakken. Het begint met de definitieve vaststelling, na enkele nieuwe voorbeelden: Wilkerson heeft geen morele moeite met God die alledaagse taal spreekt.

Wilkerson verduidelijkt God’s woorden een keer bijvoorbeeld als volgt: Het spijt me, Ik hou van je, Ik vergeef je (..). Maar ik kan je niet gebruiken. Een uiterst heldere zin, die zo in The Godfather had gekund:

Na dit definitief fiat aan Goddelijke spreektaal concludeer ik:

  1. Het is niet blasfemisch wanneer Wilkerson God in spreektaal laat spreken.
  2. Het is niet onmogelijk voor God om begrijpelijke, alledaagse taal te bezigen. Het is niet zo dat Zijn boodschap nu eenmaal alleen maar in ingewikkelde, oudtestamentische beeldpraak verkondigd kan worden. Er is geen beletsel om die beeldspraak te vervangen door begrijpelijker hedendaagse taal. De boodschap verliest aan kracht noch inhoud. De uiterlijke, oudtestamentische woordhuls is inderdaad huls, verpakking.
  3. Het is raadselachtig en bevreemdend dat God/Wilkerson anno 2009 soms nog steeds ‘Middeleeuws’ spreekt.

Over dat laatste: vandaag heeft Wilkerson het over mannen die door God “terug op de plank gezet zijn”. Wie zo familiair over God praat, kan Hem niet geloofwaardig óók neerzetten als oudtestamentische dondergod, met bijpassend oudtestamentisch taalgebruik. God heeft, om geloofwaardig te zijn, enige karaktervastheid nodig. Hij is geen barbapapa.

Wilkerson heeft er tot dusver geen moeite mee wringende taal- registers af te wisselen. Hij voert God beurtelings op als afstandelijke, aristocratische ‘Koningin Beatrix’ en veel toegankelijker ‘Koningin Juliana’. Maar bovenstaande maakt duidelijk: er is geen dwingende noodzaak voor God om als ‘Beatrix’ te doen.

Juliana: toegankelijke taal

Juliana’s begrijpelijke taal verdient daarbij ook sterk de voorkeur. Want, oneerbiedig gezegd, de oudtestamentische God is soms moeilijk te volgen.

Je mag de oudtestamentisch sprekende God – of Wilkerson als Zijn woordvoerder – nu dus vragen: “Wat zegt U? Ik begrijp U niet. Kunt U wat duidelijker zijn?”. God is geen hippie aan de softdrugs, verkeert niet in hogere sferen. Hij is betrokken op Zijn volk, intens begaan met elk leven.

En Hij kan helder antwoorden! Vraag om klare taal. U bent maar een mens. Niet iedereen heeft Middeleeuws Nederlands gestudeerd. U vraagt leiding, geen cryptogrammen!

Eén onbegrijpelijke, maar toch vaak door hem gebruikte, oudtestamentische uitdrukking vertaalt Wilkerson vandaag in begrijpelijk Nederlands: “wandelen in de vreze des Heeren”: “Wat betekent dat toch precies? (..) Kortweg (..) jezelf (..) herinneren aan Zijn waarschuwingen“.

Van mindere kwaliteit is zijn toelichting op de, bij mijn weten door hemzelf bedachte, uitdrukking ‘pijlen van overtuiging schieten naar het hart’. Wilkerson duidt het effect van een trefzekere (maar kan God mis schieten?) pijl van God als volgt:

(a) een Christen voelt zich schuldig over een zonde
(b) wordt van Goddelijke kracht voorzien en
(c) gereed gemaakt voor bijstand van de Heilige Geest.

Dit is Wilkerson op zijn ergerlijkst: in de uitleg van iets onduidelijks introduceert hij nieuwe onduidelijkheid (‘gereed maken voor bijstand’).

Dat is helaas ook bij “wandelen in de vreze des Heeren” zo. Naast het hiervoor genoemde, begrijpelijke “je God’s waarschuwing herinneren” betekent de uitdrukking volgens Wilkerson ook:

dat u de Heilige Geest toestaat om uw zonde in de openbaarheid te brengen zodat u tot erkenning en inkeer kunt komen en de zonde ver weg van u kan werpen“.

Echter,

  • Er verschijnen geen persberichten over uw zonden.
  • U doet geen openbare schuldbelijdenis.
  • U werpt niet als een kreunende kogelstoter uw zonden verre van u.

Wat bedoelt Wilkerson nu eigenlijk te zeggen? Dat soms, als je tot het inzicht komt ‘wat ik daar heb gedaan, kan niet door de beugel, ik heb er spijt van’, de Heilige Geest je dit inzicht te binnen brengt, je aan het denken heeft gezet, je herinnering heeft gestimuleerd, bepaalde gedachten en gevoelens heeft ‘veroorzaakt’?

Waarom kost het Wilkerson zo ontstellend veel moeite iets begrijpelijks te zeggen?

Papegaai in mantrastandEen verschrikkelijk antwoord dient zich in volle hevigheid aan: Wilkerson heeft niets te melden. Hij is een bijbeltekstenpapegaai die improviseert in een onnavolgbaar oudtestamentisch koeterwaals. Het dient geen informatief doel, is ter meerdere eer en glorie van de zegsman, of eigenlijk: van de bezitter van de kaken in wier klem de afschuwwekkende Wilkerson beklemd zit: de antichrist!

De hamvraag bij Wilkerson’s oudtestamentische omhaal van woorden: where’s the beef?

Meen je, zoals Wilkerson, dat God een reeks buitenissige daden kan verrichten, ons van ‘kracht’ kan voorzien, van buitenaf ‘vreugde’ kan geven, ons denken en voelen van buitenaf beïnvloedt en binnendringt, leg dan uit hoe God werkt, voor zover jij het snapt.

God als boogschutter opvoeren, maakt van jezelf een ander Middeleeuws personage: ridder van de droevige figuur. Hoewel Don Quichot me stukken liever is. Die had nog enige aandoenlijkheid.

Wilkerson daarentegen is dorre schoolfrik. En dat durft zich religieus te noemen… Het is bar en boos gesteld in dit land.

Wilhelm Tell schiet middeleeuwse pijlen met overtuiging

Don Quichot bestrijdt zijn monsters

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2009/07/17/klare-wijn/trackback/

%d bloggers liken dit: