Enige feiten over de duivel

Wat is een spannend verhaal zonder een boef? Wat is het Christelijk geloof zonder de duivel?

De prominente positie van de duivel in sommige kerkgenootschappen of sekten is een relatieve nieuwlichterij. In het Oude Testament falen vooral mensen (Jacob, Saul, David, het Joodse volk). Ze geven toe aan geilheid, hebzucht, jaloezie maar verliezen niet van de duivel.

Joker

Joker (Batman)

Bij David Wilkerson, een hedendaags man Gods uit Indiana, en vele andere nieuwlichters van de laatste millennia falen Christenen anders dan in de Joodse tijd. Bij elke zonde wordt de duivel als influisteraar verondersteld. Het ontbreekt er nog maar aan dat zondaars te hunner verdediging roepen: “The devil made me do it”.

“The devil made me do it! It was the act of a man possessed!”

Maar dat gebeurt niet. Net zo min als rechters gevoelig zijn voor ‘dronkenschap’ als verzachtende omstandigheid (“ik wist niet wat ik deed, ik was dronken”), accepteren hedendaagse duivelpromotoren de verleidingskracht van de duivel als geldig excuus voor een zonde. De duivel mag sterk zijn maar een Christen wordt geacht hem te kunnen weerstaan met behulp van een sterk geloof.

Maar hoe sterk is de duivel? Sommigen maken hem bijna gelijkwaardige tegenstander van God. Ze benaderen daarmee de positie van de Manicheïsten. Die achtten de strijd tussen Goed en Kwaad onbeslisbaar: beide houden elkaar in balans.

De wanhopige Calvinist Bayle (1647 – 1706) neigde tot dit standpunt. Het was volgens hem de enige manier om als Christen je respect voor God te bewaren. Voor Bayle was het aanwijsbaar voorkomen van grote onrechtvaardigheid, van Kwaad in de wereld, niet te rijmen met een goede én almachtige God. God was niet almachtig.

Volgens de officiële leer is de strijd tussen God en duivel echter ongelijk: de duivel is verslagen door Jezus aan het Kruis in 33. Hij opereert in reservetijd.

de duivel opereert in reservetijd

De duivel en zijn manschappen reageren zich af als slechte verliezers op hun terugtocht. God laat hem nog even. We zitten in een situatie zoals op de Dam op 7 mei 1945, twee dagen na de bevrijding.

de duivel als slechte verliezer, een historische parallel

Medeburgers moeten melden dat ze in het zicht van de haven hun ziel dreigen te verbeuren en dan ook nog door hooliganisme is geen prettige boodschap. Dan is een voorstelling van zaken waarin de strijd nog volop aan de gang is en alle heilsoldaten broodnodig heroïscher.

Hoe dan ook, de Bijbel laat veel ruimte voor deze en andere inkleuringen van de duivel. Want de Bijbelse duivel is een vaag heerschap wiens optreden weinig overtuigt. Een kleine rondgang.

Oude Testament

  • De duivel komt achttien keer voor onder de naam Satan. Veertien daarvan staan in de eerste twee hoofdstukken van Job.
  • In het Paradijsverhaal (Genesis 3) ontbreekt de duivel. De slang is de slang. De suggestie dat de slang de duivel zou zijn, is Nieuw-Testamentisch, het atypische Openbaringen 20:2.
  • Over het weinig enerverende optreden van de duivel:
  • In Job gaan God en Satan hoffelijk met elkaar om. Satan daagt God uit, God neemt de uitdaging aan. Satan mag van God Job beproeven.
  • In Zacharia 3 klaagt Satan, op bezoek bij God, Jozua aan. Satan krijgt een reprimande van een engel. Dat was het dan.
  • In 1 Kronieken 21, vers 1 zet Satan David aan een volkstelling te houden. God wil deze volkstelling niet en straft Israel met de pest. God’s optreden is spectaculairder.
  • Vijftien keer is sprake van ‘de boze’ of ‘het boze’, zes keer in meervoudsvorm, wat de duivel uitsluit. De overige negen keer wordt ‘het boze’ abstract gebruikt en ‘de boze’ steeds in combinatie met ‘de goede’, zoals in “De bozen moeten zich neerbuigen voor de goeden” (Spreuken 14:19).
  • ‘Het kwade’: 46x. Geen enkele keer verwijst naar de duivel. Eén voorbeeld ter illustratie, Job’s uitspraak: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?’”(Job 2:10).

Nieuwe Testament

  • ‘Duivel’ en ‘Satan’ komen beide zesendertig keer voor. Ook ‘Beëlzebub’ wordt enkele keren gebruikt maar verwijst één keer zeker niet naar de duivel (Mattheus 10:25) en is in de andere gevallen vooral favoriete term van de Farizeeën, tegenstanders van de Christenen (Mattheus 12:24).
  • Meest prominente optreden van de duivel is de verzoeking van Jezus in de woestijn (Mattheus 4 en Lucas 4). Anders dan in de overdenkingen van David Wilkerson is de duivel open over wie hij is. Hij doet zich niet voor als de gedachten van een Christen. Dat maakt verweer een stuk makkelijker.
  • Slechts één van de drie beproevingen in de woestijn heeft een zekere verleidelijkheid: de duivel daagt Jezus uit zijn goddelijkheid te bewijzen, zoals men een man kan uitdagen dat met zijn mannelijkheid te doen. De derde (respectievelijk tweede – beide evangelisten verschillen in volgorde) verzoeking is een rechttoe rechtaan omkooppoging: wereldse macht in ruil voor aanbidding van de duivel.

de verzoeking van Jezus in de woestijn
(Jeroen Krabbé als duivel op 3:30 min,
met de suggestie van hoorntjes in zijn kapsel!).

  • Een cameorol heeft de duivel in het verraad van Judas. Lucas 22:3 meldt dat de duivel in Judas vaart, Johannes biedt (lijkt het) Judas de kans de verleiding te weigeren: “Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden“.
  • Een andere dramatische scène is de verleiding van het echtpaar Ananias en Saffira (Handelingen 5). Deze vroege Christenen verkopen een stuk land en geven de opbrengst aan de apostelen, echter, niet de gehele opbrengst. Petrus meent dat de duivel hierin de hand heeft. Beide worden met de dood gestraft. Opnieuw is het optreden van anderen (de vroege Christengemeente) spectaculairder dan dat van de duivel.
  • Gebruik van ‘de boze’ of ‘het kwade’ is ook in het Nieuwe Testament abstract en verwijst niet naar de duivel.
  • Pas in de brieven der apostelen (Paulus, Jacobus, Petrus, Johannes) wint de duivel/satan aan belang, zonder dat hij vorm aanneemt.
  • Vorm, d.w.z. enige speelruimte en (karikaturale) trekken krijgt de duivel in het laatste Bijbelboek, de Openbaringen van Johannes, geschreven tussen 68 en 96. Openbaring 12:7-9 zegt bijvoorbeeld:

 “Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid“.

Deze tekstplaats is de bron van het verhaal dat de duivel een gevallen engel is.

Draak of draakje?
In zijn Bijbelse optredens is de duivel overwegend een figurant. Hij heeft een rol met weinig tekst en onspectaculaire scènes. Hij is geen schitterende verleider, zoals we die kennen uit de literatuur en film (Valmont of Mefisto, bijvoorbeeld). Een volleerd verleider buit een sluimerend verlangen bij de ander uit. Hij of zij relativeert bezwaren en vergroot de aantrekkelijkheid van het ‘verkeerde’/ onverstandige alternatief.  Een goede verleider beïnvloedt, met andere woorden, je morele afwegingen.

meesterverleider Valmont tijdens het nare einde

Beoordeeld op zulke criteria, brengt de duivel het er beschamend van af:

  • Bij Judas Iskariot en David wordt niet eens vermeld hoe de duivel hen verleidt.
  • De verzoeking in de woestijn is grof.
  • De duivel in het Oude Testament is een keurige heer, die kanttekeningen plaatst bij mensen die in de gunst van de Heer staan, maar zich gewillig laat corrigeren.
  • De Bijbel redeneert eerder achterstevoren: er is iets slechts gebeurd, dan zal de duivel iemand wel verleid hebben (Ananias en Saffira)
  • De Openbaringen van Johannes is een nogal afwijkend Bijbelboek, zoals het gebruik van het woord ‘draak’ in de quote hierboven al doet vermoeden. Maarten Luther, zeker niet vies van de duivel, schijnt het boek een hoop kolder gevonden te hebben (‘Aller Rottenmeister Gaukelsack’). Duizend jaar eerder oordeelde kerkvader Origenes het een verzameling wilde dromerijen, waaruit niemand wijs kon worden. Aan de andere kant is het door de eeuwen heen een grote bron van inspiratie geweest voor mensen die het einde der tijden aankondigen. Zij vertalen de abstracte handelingen in cocrete historische gebeurtenissen die zich in de nabije toekomst voltrekken.

draakje

Bijbelinformatie, tenzij anders vermeld, en Luther-quote ontleend aan: Maarten ’t Hart, ‘De duivel in de bijbel’, in: De Schrift betwist, Arbeiderspers.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2009/07/25/enige-feiten-over-de-duivel/trackback/

RSS feed for comments on this post.

5 reactiesPlaats een reactie

  1. Openbaring 12:7-9: deze tekstplaats is de bron van het verhaal dat de duivel een gevallen engel is, zeg jij. Dat is toch niet helemaal waar. Reeds in het OT wordt uitgelegd dat de duivel uit de hemel geschopt is vanwege zijn hoogmoed. Ik zou zeggen, lees het boek nog een keer 🙂

    Commentaar Piet:
    Naar aanleiding van je commentaar heb ik gegoogeld. Ik kom aanvullend op Ezechiel 28 en Jesaja 14 (via http://www.bijbelonderzoek.nl, Bijbelstudie, Bijbellezingen voor het huisgezin, deel 11, Satans oorsprong, geschiedenis en lotsbestemming).

    Maar die extra vindplaatsen versterken mijn betoog eerder dan dat ze het verzwakken.

    Jesaja 14 richt zich op “de koning van Babylonië”. Die koning is een mens, zijn rijk en val zijn geen allegorie voor wandel en val van de duivel (allegorie: dingen hebben een figuurlijke betekenis en de lezer mag raden welke).

    Ezechiël 27 behandelt uitvoerig de handel en welvaart van Tyrus. Daar is weinig figuurlijks of allegorisch aan. God Zelf laat zich (in Ezechiël 28, vers 2) duidelijk uit tegen de koning van Tyrus: “Je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent, en geen god.”

    In Ezechiel 28, vers 13, laat God de menselijke lezer echter achter in verwarring: “Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen”. God zegt ook nog dat de koning een cherub was en door Hem geschapen.

    Mogelijk vond ’t Hart deze twee voorbeelden te vergezocht om op te nemen. Om kort te gaan: als jij de tekstplaats in het Oude Testament kan noemen, waar de duivel uit de hemel wordt geworpen wegens hoogmoed, ben ik je erkentelijk.

  2. Ik heb de online Bijbel doorzocht op diverse trefwoorden, met als meest kansrijke ‘hoogmoed’. Het levert geen treffers op.

  3. @ Piet Pirein
    David Wilkerson, jij en een paar anderen heb ik vanavond flink gescand en nog meer, ik heb flinke porties tekst gelezen van jullie.

    Het deed me onmiddellijk denken aan mijn jeugd in Dirksland in 1938, rond mijn tiende levensjaar. Mijn Opa, iets hoogs in de kerkeraad van de (toen nog geheten) Nederduits Hervormde Kerk, stond na de kerkdienst altijd met een stuk of 6 andere kerk-notabelen stevig na te praten over zaken waarover de dominee misschien eens moest onderhouden worden. Ik begreep dat toen natuurlijk niet zo, daarnaast had ik toch wel een vaag idee waar het over ging. We hadden een prachtige Doopsgezinde dominee, die was er al een jaar of 3, hij zal het nog wel een paar jaar hebben volgehouden. Ik was verbaasd.

    Intussen heb ik tot nu toe lekker doorgeleefd. Het pittig gesprek met elkaar (ik zal hier niet het huidig gebruikelijke woord gebruiken) over de mogelijke vermaning aan onze goede dominee zie/hoor ik nog terug. Jullie zijn op dezelfde manier bezig, vind ik.

    Ik zie hierboven nog net in mijn scherm staan: “hoogmoed”, een leuk uitgangspunt voor mij. Hoe komen jullie er toch bij dat het geloof, Joods, Christelijk, Islam, in één G’d van Abraham (belofte), Jacob=Israël, Mozes en lateren, aan ons gegeven is? Kijk eens naar de stap van liefde die Hammurabi veel eerder heeft gezet met zijn wetten. Neem eens kennis van de Egyptische godsdiensten die uiteindelijk, al voor Mozes, uit waren gekomen op één God, tamelijk realistisch was dat voor hen de Zon. Met slimmigheidjes kwam toen de club van Melchizedek, Methusalem, Abraham, Mozes tot een G’d naar ons evenbeeld. Om vooruitgang in de liefde voor elkaar te krijgen kregen we toen de berg en de 10 geboden. En alles wat daarna goed ging en misging – tot nu toe.

    Merk eens op welk een duivelse godslastering schuilt in alles wat dit clubje heeft aangericht. De werkelijke God zullen we nooit kennen, Die is zo oneindig, oneindig, oneindig (Tsjonge, ik lijk wel volksmenner met dat herhalen, ha ha) veel groter dan de thans aanbedene. Godslasterlijk.

    God is, beleeft en is drager van het kleinste, in het grootste. In het verste, in ons innerlijk dichtbij. In het zichtbare en onzichtbare.

    Om dit te beseffen hoef je niet filosoof te zijn, ook niet professor in een van de godsdienstleerdisciplines.

    Laten we in naam van die werkelijke God ons verdiepen in het belangrijkste: LIEFDE. Te weten, te ervaren, te beleven. Het zal nog veel jaren duren voordat we er achter zijn, maak maar vooruitkijkende plannen om de overgang liefdevol, geduldig te laten verlopen. Terwille van die mensen die het nodig hebben, die nog niet beseffen dat hun Geloof en Hoop op veel hoger plan zullen komen.

    Als ik nu in een lollige bui zou zijn zou ik nu afronden met “Amen”.

    Reactie Piet Pirein

    Dag Niek, bedankt voor je reactie.

    “Mijn Opa, iets hoogs in de kerkeraad van de (toen nog geheten) Nederduits Hervormde Kerk, stond na de kerkdienst altijd met een stuk of 6 andere kerk-notabelen stevig na te praten over zaken waarover de dominee misschien eens moest onderhouden worden. (..) Het pittig gesprek met elkaar (ik zal hier niet het huidig gebruikelijke woord gebruiken) over de mogelijke vermaning aan onze goede dominee zie/hoor ik nog terug. Jullie zijn op dezelfde manier bezig, vind ik”.

    Ik denk niet dat David Wilkerson ooit een tekst van mij gelezen heeft. De man spreekt en leest geen Nederlands. Daarnaast heeft hij zijn handen vol met het voorbereiden van het aanstaande einde van de wereld.

    Ook ben ik niet met hem in gesprek. Ik richt me op de argeloze voorbijganger die al googelend op “David Wilkerson” of met hem verwante zoektermen (“volledige gehoorzaamheid”, “ongelukkig”) hier belandt. Verder op Wilkerson’s vertaler(s), zijn volgelingen en religieus ingeslapenen in het algemeen.

    Begrijp ik goed dat je een Nieuw Licht gezien hebt, Liefde, waarvan de groei al dan niet wordt bevorderd door een God die (deze) Liefde is?

    Dat lijkt me dan jouw theorie. Voor het overige doe je me iets denken aan Alberto Caeiro, een schijngeschalte van de dichter Pessoa, die hem liet optreden als eenvoudige boer. Caeiro is tegen getheoretiseer over diepere dingen (“metafysica”):

    Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!
    Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie. (..)

    Denken aan de innerlijke zin der dingen is overtollig
    Zoals denken aan gezondheid (..)

    Ik geloof niet in God omdat ik hem nooit heb gezien.
    Als hij zou willen dat ik in hem geloofde,
    Zou hij ongetwijfeld met mij komen praten
    En mijn kamer binnenstappen
    En mij zeggen
    , Hier ben ik! (..)

    Maar als God de bloemen en de bomen is
    En de bergen en zon en het maanlicht,
    Dan geloof ik in hem,
    Dan geloof ik in hem op ieder uur,
    En mijn hele leven is één gebed en één mis,
    en een communie met de ogen en door de oren.

    Maar als God de bomen en de bloemen is,
    En de bergen en het maanlicht en de zon,
    Waarom dan noem ik hem God?
    Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
    Want als hij, opdat ik hem zou zien,
    Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
    Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen,
    Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
    Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

    En daarom gehoorzaam ik hem,
    (Wat weet ik meer van God dan God van zichzelf?),
    Ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
    Als wie de ogen openslaat en ziet,
    En ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
    En ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
    En ik denk mij hem door te zien en te horen,
    En ik ga met hem op ieder uur”.

    Het doet me genoegen te vernemen dat ook iemand uit Zeeland van jouw generatie, uit jouw kerkelijk milieu, zich ‘gewoon’ kan ontwikkelen tot iemand met meer eigen religieuze opvattingen.

    Vriendelijke groet,
    PP.

  4. Teleurstellen

    @ Piet Pirein

    Je stelt me teleur. Je beschaamt me in een verwachting (Kramers handwoordenboek Nederlands 1996).
    Je teksten tonen zo’n achterliggende bezorgdheid met de mens en hopelijk met het geheel. Ik had een meer ingevoeld antwoord verwacht. Vandaar het opschrift, ik had ook kunnen stellen: Een Theologische Teleurstelling.

    Laat maar even in het midden of ik op die fantasie-boer lijk of niet. Een Rotterdamse boer, een paar jaren passant in het eveneens Zuid-Hollandse Dirksland. Een boer die flink over de wereld heeft rondgekuierd. Alla!

    Theorie.
    Welke keus moet ik maken in hetzelfde woordenboek?
    (Ik haal toepasselijke delen aan bij zijn uitleg over het woord theorie)
    1 leer van en geheel van grondregels en beginselen van een wetenschap of kunst;
    2 onderwijs in de grondbeginselen;
    3 opvatting buiten de praktijk om. (einde aanhaling).
    U bent bedreven in woorden (ik sluit niets uit buiten ‘woorden’) zie ik in uw eenzijdig (suggereer je) gepolemiseer met David Wilkerson. Hij kan (onwil?afstand?) je nergens op pakken. Wat bedoel je precies met je gecursiveerde theorie. Meer iets van wetenschp? Of van kunst? Of ontkenning van gedachten, gevoel, ervaring? Of ideetjes van iemand die de levenskunst beoefent? Of in de richting van ontkenning van het belang van iemands woorden, bijvoorbeeld “Ach dat is allemaal maar theorie”? Ik vraag maar hoor, ik meen echt in de praktijk te staan.

    Inhoudelijk reageer ik in de toekomst nog wel in deze thread, maar vind het bij voorbaat moeilijk als ik denk aan woorden die tussen de wal en het schip vallen.

    Jammer. Ik blijf bezorgd. Met een warm hart, dat wel.

    Groet – Niek

  5. Zelfde doel – andere weg

    Nogmaals wat gebladerd in je schrijfsels. Bij nader inzien vermoed ik dat je – ook van onderaf, net als ik – bezig bent om de nog heersende warboel aan het licht te brengen. Jij op subtiele manier, door de rafels in het christendom te laten zien. Ik een beetje beukerig, met botte bijl de stelling ondergravend van een kenbaar opperwezen. Zo hebben we toch allebei een functie – in dezelfde richting – vanuit een warme bezorgdheid: Hoe zal dit alles tot een beter begrip komen, zonder al te veel schade aan te richten bij de afkalvende aanhang van groteske verhalenvertellers. Er zal veel voorbijgaand verdriet zijn, daarnaast zal alles samenkomen, dat is nu eenmaal de werking van het geestelijk streven van de hele mensheid. Sterkte PP! – groet – Niek


Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: