Stenen voor brood

Stel je voor: er is een Boek dat de Waarheid bevat. Alleen is het onduidelijk geschreven. Of in een taal die niemand lezen kan. Schiet je dan veel op in vergelijking met de eerdere situatie van onwetendheid?

Ik heb het over de Bijbel. De schrijvers leefden in premoderne tijden. De roman bestond nog niet, het schrijven had nog geen hoge vlucht genomen. Hoewel Goddelijk geïnspireerd, is dat geregeld te merken. Vooral het Nieuwe Testament bevat vaak armoedig proza. Sommige kerkvaders, gevormd in de retorische Griekse cultuur, braken zich er het hoofd over: hoe kon de waarheid zo belabberd geschreven zijn?

Maar dat bedoel ik niet als eerste. Drempel voor begrip is vooral de afstand in de tijd tot de schrijvers en hun omgeving. Begrijpen wat deze naar beste vermogen uitdrukten, vraagt een inspanning van de hedendaagse lezer. Gewone gelovigen ontvangen hierbij graag leiding van een dominee of pastor, van mensen ‘die ervoor doorgeleerd hebben’.

Geloven zelf is geen ‘deskundigheid’. Maar een goed begrip van de Schrift vereist dat toch wel.

David Wilkerson, een predikant uit de Verenigde Staten met een wereldmissie, is Bijbeldeskundige. Hij bouwt zijn ‘daily devotions’ doorgaans op uit enkele Bijbelfragmenten. De verbindende menie is zijn interpreterende tekst.

Neem zijn column van vandaag. Wilkerson haalt Koning David naar voren. Een succesvol man, in wereldse zin:

“David was geen asceet die de buitenwereld schuwt. Hij was geen kluizenaar die er op uit was om zo ver mogelijk weg, in een hutje op de hei te wonen. Nee, David was een gepassioneerde man vol actie. Hij was een grote strijder, enorme menigtes zongen liederen over zijn overwinningen. (..) David proefde van alles waar een man naar kon verlangen van het leven. Hij heeft rijkdommen gekend, kracht en autoriteit. Hij heeft het respect, de lofprijs en de bewondering van de mens ontvangen. God heeft hem Jeruzalem gegeven als hoofdstad voor zijn koninkrijk en hij werd omringd door toegewijde mannen die bereid waren te sterven voor hem”

De toon is gezet. De lezer voelt de omslag aankomen. Wat vond David echt belangrijk?

En dan slaat de onbegrijpelijkheid toe. Wilkerson kan niet in één zin uitleggen wat David het meest waardevol vond. Dat ligt een beetje aan de Bijbeltekst die Wilkerson selecteert als bouwsteen voor zijn antwoord, een psalm. Maar vooral aan Wilkerson.

Wilkerson doet geen poging het door hem geselecteerde tekstfragment binnen het geheel van de psalm in kwestie te begrijpen, en die psalm op zijn beurt in de context van de psalmen ervoor en erna (ik noem maar een dwarsstraat).

Bouwsteen is het volgende fragment:

Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel
.

Hoe duidt David Wilkerson deze uit een psalm gewrikte woorden? Macht, aanzien en mooie vrouwen waren kennelijk niet het belangrijkste in het leven van Koning David (hoewel hij niet zonder incidenten op dat gebied is geweest, welke hem heden ten dage zijn kop als premier of legerleider zouden hebben gekost). Wat wel? Veel blijft er niet over.

Muzikale leider

En inderdaad, wat iedereen ook maar marginaal op de hoogte van het Christendom al vermoedde: geestelijke/spirituele geneugten zijn het hoogste goed voor Koning David, tevens harpspeler.

Dat lijkt David Wilkerson te beweren. Davids verlangen te “wonen in het huis van de HEER, alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel” vertaalt hij als een verlangen naar een “ononderbroken, geestelijke intimiteit met mijn God“.

Daar kun je je iets bij voorstellen. De Psalmzinger klinkt enigszins verliefd – hoewel ontsierd door zijn tevens zingen over ‘vijanden’, ‘kwaadwilligen’, ‘belegering’, ‘oorlog’ en ‘levend verslinden’. “Intimiteit” past bij een verliefde. Het geselecteerde tekstfragment bevat ‘wonen’, ‘alle dagen’ en ‘ontmoeten’, alle woorden die je associeert met verliefdheid, langdurig dichtbij je geliefde willen zijn.

Vervolgens verwacht je dat David Wilkerson en David de Psalmzinger de rijkdom van die geestelijke ervaringen uitleggen respectievelijk bezingen. De lezer moet verleid worden ook het geestelijke/spirituele pad op te gaan of toch minstens overtuigend de indruk krijgen dat er misschien meer in het leven is dan materiële dingen, aanzien en het bezitten van mooie mannen/vrouwen.

David de Psalmzinger overtuigt enigszins. Hij verlangt meer van wat hij heeft. Het besturen van zijn koninkrijk en het voeren van oorlogen houden hem, zo lijkt het, af van wat hij het liefste doet: verwijlen bij God. Je komt er niet achter wat hij precies ervaart, maar hij overtuigt wel in het God kennelijk belangrijker vinden dan macht en aanzien. Hoewel God ook gewoon helpt in de strijd tegen tegenstanders en David onoverwinnelijk maakt, prozaïscher motieven voor zijn gesteldheid op Zijn gezelschap.

Maar dan David Wilkerson! Hij laat David niet vinden maar zoeken en rondlopen met een onvervuld verlangen: “Het is (..) het enige waar ik naar verlang. En ik zal dat blijven zoeken met alles dat in mij is, ik ga er helemaal in op” en “De Heer heeft David met veel verlangens in zijn hart gezegend“.

Voelt u hem? “De dorstige was met een groot verlangen naar water gezegend”.

Krijgt u meteen ook zo’n droge mond van verlangen naar dorst?

David Wilkerson schrijft niet vanuit overvloed maar vanuit gebrek. Hij kent de woorden ‘intimiteit met God’, maar niet de ervaring. Hij verheft zijn tekort tot norm. Dorst en ontbering als hoogste deugden zijn het voorspelbaar resultaat. Wraak van de minvermogende.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2009/10/16/stenen-voor-brood/trackback/

%d bloggers liken dit: