In het stille dal

Wat schreef David Wilkerson ook al weer over wonderen? O ja, ze gebeuren wekelijks, soms dagelijks, en stimuleren tegenslag te o- verwinnen. Dat was enkele wonderen terug.

In het kader van ‘Alles is al helder uitgelegd, wat meer kun je doen’ herhaalt David Wilkerson vandaag zijn herhaling van ander- half jaar terug. Die was toen al een herhaling van een prediking twee weken eerder. Wel heeft zijn Nederlandse vertaler de tekst opnieuw vertaald.

(Ook een tweede oude posting van Wilkerson wordt vandaag on- der een nieuwe datum weer gepubliceerd. Maar daar kopieert de vertaler de oude tekst)

Niettemin praat Wilkerson geen onzin. Wonderen vinden plaats:

Ik geloof voor de volle 100% in de directe wonderen. God werkt nog steeds op een glorieuze en directe manier.

Maar ze zijn niet van deze wereld. Neem Koning David:

U moet begrijpen dat deze dingen niet letterlijk ge- beurden. Het waren zaken die David zag met zijn gees- telijk oog. Geliefden, dat is nou geloof. Het is wanneer u gelooft dat God uw hulpgeroep gehoord heeft, dat Hij hierin niet laks is en dat Hij uw gebed niet negeert.

Wat moet u met deze gemengde boodschap? U herpakken! Wacht u nog op uw wekelijkse wonder? Ziet u niet langer bewijs van God’s bovennatuurlijke werk in en rondom u? Geloof!

U kunt op dit moment temidden van een wonder zijn en het simpelweg niet zien.

Of misschien moet u God een grotere geestelijke offerande be- reiden. Dat opent deuren van geloof.

deurkruis

Of anders wonderen in de wereld meetellen:

wonderen zijn overal

Wonderen met merkbare effecten in de aardse wereld hebben als onmiskenbaar voordeel dat je er wat van merkt. Je velt een reus, maakt een innerlijke verandering door of vat moed op om met tegenslag om te gaan door de zaak met een actief geloof en 100% vertrouwen aan God over te dragen.

De onvoelbare geloofswereld met haar werkingen is weliswaar hoogstaander maar anderzijds onpraktisch, want bevindt zich naast het aardse leven, in een parallel geestelijk universum.

David had niets gehad aan een steen die “bij wijze van spreken” het hoofd van Goliat had getroffen. 1 Samuel laat er overigens geen twijfel over bestaan dat dit een “direct” wonder was:

David en Goliat

De volgende ochtend vroeg ging David met de proviand op weg, zoals Isaï hem had opgedragen. (..) Hij kwam juist bij het wagenkamp aan toen het leger onder het aanheffen van strijdkreten de linies betrok. (..) David gaf zijn spullen af aan de foerier en haastte zich naar de gevechtslinie. Daar vond hij zijn broers en hij vroeg hun hoe het met ze ging. Terwijl hij met ze aan het praten was, trad uit de Filistijnse gelederen de kampvechter naar voren, Goliat uit Gat, en David hoorde hem de Israëlieten uitdagen zoals hij dat elke dag deed. (..)

Toen Davids oudste broer Eliab hem met de soldaten hoorde praten, viel hij woedend uit: ‘Wat doe je hier eigenlijk? Hoor jij niet in de woestijn op je schapen te passen? Echt iets voor jou, om met je brutale neus vooraan te willen staan als er gevochten gaat worden.’ ‘Wat doe ik nu weer verkeerd?’ antwoordde David. ‘Ik vraag het toch alleen maar!’ (..)

Davids vragen bleef niet onopgemerkt. Men vertelde het aan Saul, en die liet hem bij zich komen. David zei tegen Saul: ‘We hoeven om die Filistijn toch niet de moed te verliezen, heer. Ik zal met hem het gevecht aangaan.’ (..) ‘Ga dan,’ zei Saul tegen David, ‘en moge de HEER je bijstaan.’ Hij gaf hem zijn eigen uitrusting en hielp hem die aan te doen: een bronzen helm voor op zijn hoofd en een borstkuras. Ten slotte gordde David het zwaard om en probeerde een paar passen te lopen, omdat hij aan zo’n zware uitrusting niet gewend was. ‘Ik kan hier niet mee lopen,’ zei hij tegen Saul, ‘ik ben dat niet gewend.’ En hij deed de uitrusting weer af. Hij pakte zijn stok, zocht vijf ronde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand (..).

Toen kwam de Filistijn op David af en wilde tot de aanval overgaan, maar David was hem te snel af. Hij rende hem tegemoet, stak zijn hand in zijn tas en haalde er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn zo hard tegen het voorhoofd dat de steen naar binnen drong en de Filistijn voorover stortte. Zo overwon David de Filis- tijn met een slinger en een steen; hij trof hem dodelijk zonder dat hij daar een zwaard bij nodig had. Hij rende naar de Filistijn toe, boog zich over hem heen en trok diens zwaard uit de schede. Daarmee gaf hij hem de genadestoot en sloeg hem zijn hoofd af.

Wonderen met effecten in de waarneembare wereld geven gewoon minder aanleiding tot twijfel. De directe en glorieuze effecten van geestelijke wonderen daarntegen zijn geheel afhankelijk van ons geloof in hun bestaan. Sterker nog, geloof in hen doet ze pas plaatsvinden. Dit onderstreept het cruciaal belang van geloof.

Geloof dus te allen tijde.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2009/10/23/godsonmogelijk/trackback/

%d bloggers liken dit: