Groeiende kennis, althans columns

U kent de smalende uitdrukking: “Als een katholiek me een hand geeft, tel ik mijn vingers na”? Daaraan moest ik vandaag denken toen ik de column van David Wilkerson las. Je hebt Gods Woord en wat David Wilkerson ervan maakt.

Je hebt Paulus die gelooft dat het einde der tijden nabij is en zijn volgelingen met Bijbelse, Christelijke en eigen argumenten waar- schuwt God te dienen en geen onwettige seks te hebben.

En je hebt David W. die dit ‘uitlegt’ als dat je een “groeiende kennis en ervaring van een heilige vrees voor God” moet opdoen.

Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: er komt een dag dat David Wilker- son u een hypotheek aansmeert!

Paulus, in een brief aan de jonge Christengemeenschap in Korin- the:

Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee. En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Chris- tus. Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn.

Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij. Dien geen afgoden, zoals een deel van hen, over wie geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken en het stond op om te dansen’. Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigdui- zend. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen de- den, want daardoor werden ze door slangen doodgebe- ten. En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernie- tigd. Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.

Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst. Ik spreek tot verstan- dige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet e- veneens deel aan hetgeen geofferd wordt? 

Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bij- zondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demo- nen. U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?

Wat zegt Paulus:

  • Hij haalt tal van geschiedenissen aan, opgetekend in het Ou- de Testament. De strekking is wat dubbel: enerzijds bena- drukt hij dat de Joden samen optrokken, anderzijds dat vele niet gered werden (“Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn”)
  • Paulus benoemt de reden: het dienen van afgoden. Hij be- doelt dat letterlijk, niet geestelijk: men diende andere goden, gaf zich over aan andere culten. Andere verkeerde gedragin- gen: ontucht en Christus “tarten”. Dat laatste is vreemd: Je- zus moest nog geboren worden. Dat Christenen Jezus aange- kondigd zien in tal van profetische voorspellingen in het Ou- de Testament, is begrijpelijke wijsheid achteraf. Dat het Joodse volk in de woestijn een concreet beeld zou moeten hebben gehad van de voorzegde messias, te weten: ‘onze’ Je- zus, is je hand overspelen.
  • Om zijn volgelingen op het rechte spoor te houden jaagt Pau- lus hen schrik aan. Hij schermt ermee dat ze gedood kunnen worden, als ze van het juiste pad afwijken.
  • Voor mensen die met excuses klaar staan voor hun bezwij- ken voor verleidingen, heeft Paulus een bewering op eigen gezag: “God zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan”.
  • Deze laatste zin is een van de favoriete Bijbelquotes van Da- vid Wilkerson. Het verbaast me dat hij niet de voor de hand liggende conclusie trekt: hoe serieus moet je een beproeving nemen, als je op voorhand weet, dat hij te doen is? “Ik gooi je in het diepe, maak je borst maar nat! Hier, pak aan: je zwem- band!”.
  • Terzijde: Paulus beweert dat het Oude Testament is ge- schreven voor de vroege (tevens late) Christengemeente: “het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen”.  Arme in de woestijn gestorven oude Joden! Jullie levens dienden slechts om in een boek te belanden en zo Paulus en anderen te waarschuwen!?
  • De kern is echter een vermaan om bestwil:
  • wijk niet af van het rechte pad [ik leg je uit wat je van God moet doen]
  • blijf alert: denk nooit dat je er al bent
  • geen uitvluchten: geen gebod of verbod is onuit- voerbaar, geloven is goed te doen

                 Oftewel:

  • pleeg geen ontucht
  • dien of offer niet aan andere goden [dat zijn demonen, geen goden]

Wat maakt David Wilkerson hiervan? Hij (a) ‘vergeestelijkt’ (b) legt rare accenten (c) schrijft wazig en (d) vult de tekst aan met een eigen punt.

  • Vreemd accent – “Laten we Christus niet tarten [, zoals an- deren deden, want daardoor werden ze door slangen doodge- beten]”. Dat betekent volgens Wilkerson dat we Jezus niet mogen testen. En dat op zijn beurt betekent, volgens Wilker- son, dat berekenende Christenen – kent u er een, wat een verwerpelijke schijnheiligen! – niet moeten denken dat ze succes zullen hebben. Zo transformeert Wilkerson een Christus van wie het Joodse volk ten tijde van Mozes rede- lijkerwijs geen voorstelling kon hebben tot een waarschuwing aan hedendaagse nep-Christenen. Je moet er maar opkomen
  • Vergeestelijking – Wilkerson bedreigt zijn volgelingen alleen indirect met de dood, op een herderlijke manier: “Vraag uzelf eens oprecht af of u de grenzen van God’s waardevolle gift van genade aan het zoeken bent“.
  • Niet te onderdrukken persoonskenmerken – Wilkerson schuwt de overdrijving niet: “Met uw huidige, opzettelijke zonde zet u Hem openlijk te schande, niet alleen in de ogen van de wereld, maar tegenover de complete hemel en hel! (zie Hebreeën 6:6)”. Net zoals bij moslims die zich druk ma- ken over een cartoon van de heilige profeet Mohammed (“belediging van de Profeet”), kan men zich afvragen of Wil- kerson niet God met zichzelf verwart. Kan God te schande worden gezet? Bewijst de beledigde Christen God een dienst met zijn/haar overgevoelige teentjes?
  • Eigen punt toevoegen – Volgens Paulus garandeert God dat elke duivelse verleiding of beproeving van Hem te doorstaan is. Wilkerson beweert te weten hoe dat werkt: “Wat is deze manier om te ontsnappen? Het is een groeiende kennis en ervaring van een heilige vrees voor God”.

Groeiende kennis en ervaring van een heilige vrees voor God. Wat? Tja, morgen een nieuwe wazige column! Het Joodse volk doolde ook veertig jaar door de woestijn! Hongert u naar inzicht? Blijf vaste rots Wilkerson slaan!

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/03/31/groeiende-kennis-althans-columns/trackback/

%d bloggers liken dit: