God is geen goochelaar

Vandaag buigt David Wilkerson, Goddeskundige, zich, aan de hand van een hand met lepra, over wonderen: zijn ze echt of illusie? Het antwoord: God goochelt niet maar Zijn dienaren soms wel.

projecten van de Nederlandse Leprastichting

Wilkerson pikt het voorbeeld van Mozes uit. Op een dag geeft God Mozes uitslag. Laat me het magistrale verhaal in zijn geheel cite- ren:

Weer maakte Mozes bezwaar. ‘Ze zullen me vast niet ge- loven en niet naar me luisteren,’ zei hij. ‘Ze zullen zeg- gen: “De HEER is helemaal niet aan jou verschenen.”’ De HEER vroeg: ‘Wat heb je daar in je hand?’ ‘Een staf,’ antwoordde Mozes. ‘Gooi hem op de grond,’ beval de HEER, en toen Mozes dat deed, veranderde de staf in een slang.

Mozes deinsde achteruit, maar de HEER zei tegen hem: ‘Grijp de slang bij zijn staart.’ Toen Mozes dat deed, veranderde in zijn hand de slang weer in een staf. De HEER zei: ‘Hierdoor zullen ze geloven dat de HEER, de God van hun voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, aan jou verschenen is.’ 

Ook zei hij: ‘Steek je hand eens in je kleed.’ Mozes deed dat, en toen hij zijn hand er weer uit trok, zat die onder de uitslag, hij was sneeuwwit. ‘Steek je hand nog eens in je kleed,’ zei de HEER. Mozes deed het en toen hij zijn hand er opnieuw uit trok, zag die er weer net zo uit als de rest van zijn huid. 

‘Als ze je niet geloven en zich niet door het eerste won- derteken laten overtuigen,’ zei de HEER, ‘dan zullen ze zich wel laten overtuigen door het tweede. Maar zijn ze door geen van deze beide wonderen te overtuigen en blijven ze weigeren naar je te luisteren, dan moet je wa- ter uit de Nijl scheppen en dat over het land uitgieten; het water zal op het droge in bloed veranderen.’

Maar Mozes antwoordde: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.’ De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’

De wonderen op een rij:

  • een staf verandert in een dier en weer terug
  • een hand zit in een mum van tijd onder de uitslag en weer niet

Eerder heb ik zelf me het hoofd gebroken over God’s wijze van o- pereren, met het focus op doelmatigheid. Wilkerson stelt vandaag een andere vraag: gebeurt er echt wat?

Maar eerst leeft Wilkerson intens mee met Mozes en vast ook he- dendaagse lepralijders:

Wat een verschrikking – om in je eigen boezem te rei- ken en melaatsheid te voelen!

Hierin is zowel de praktizerend zielenherder als arme van geest te herkennen. Om met het laatste te beginnen: Wilkerson is meteen overtuigd dat de uitslag echt is (lepra is onwaarschijnlijk), geen il- lusie. En verklaart, in een pastorale reflex, Mozes zielig, hoewel de Bijbeltekst het afkan zonder sentimentaliteit en Mozes binnen en- kele seconden weer vrij van uitslag is.

Hoewel overtuigd van de echtheid van de verschijnselen stelt Wil- kerson voor zijn lezers de vraag: Voerde God een goocheltruc uit bij Mozes?

Zijn antwoord: nee!

Zulke intuïve zekerheden, van hogerhand toegeworpen, blijven voor gelovigen niet arm van geest en andersgelovigen iets wille- keurigs houden (“iedereen kan wel wat roepen”).

Hun door jaloezie gevoede argwaan wordt verder gevoed door de vaagheid van Wilkerson’s God. De huidvraat is volgens Hem/hem:

maar dus in elk geval geen:

  • huidvraat

Daarna vlucht Wilkerson in theologische ijlten. De vraag blijft ‘in de lucht hangen’, ‘boven de markt zweven’, om in de sfeer te blijven.

Persoonlijk denk ik dat God in het bijbelverhaal het publiek – veel- al ongeletterd – iets te zien geeft. God laat de wonderen gebeuren om Mozes, en via Mozes het Joodse volk, te overtuigen van Zijn missie en plannen. Dan moet er wel iets te zien zijn.

Dat kan dan inderdaad nog steeds een goocheltruc zijn – maar dat mag Wilkerson oplossen, het is zijn vraag.

Wilkerson is op dat punt inmiddels echter zo afgeleid, dat hij de vraag laat liggen. In plaats daarvan vult Hij God’s bedoeling aan met – of vervangt hem door – een abstract-theologische duiding van huiduitslag. Lepra wordt ‘zonde’, onze huid of lichaam een ‘natuur’ die ‘vervangen’ wordt:

Door geloof wordt het oude vlees gekruisigd en de hand van bediening gezuiverd – totdat we weer gekleed zijn met het juiste vlees, Zijn vlees.

Een verdwijntruc – God’s woord verdwenen, Wilkerson in de plaats.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/05/26/god-is-geen-goochelaar/trackback/

%d bloggers liken dit: