Kijken! Kijken! En de rest erbij denken!

De oude Plato had een aandoenlijke fantasie over waarom man en vrouw zich tot elkaar aangetrokken voelen. Oorspronkelijk waren wij een grote bol. Vanwege onze overmoed scheidde de oppergod ons in man en vrouw. Sindsdien streven wij naar hereniging.

Zo moeten we ook de Liefde tussen God de Vader en Zoon begrijpen, aldus prediker David Wilkerson. God en Jezus waren ooit versmolten en zullen dat weer doen. En wij, wij mogen kijken!

Duistere term in Wilkersons betoog is “Gods glorie“. Eerder kwam hij maar niet achter de betekenis. Vandaag zit hij plots echter op de lijn van Plato:

De glorie waar Jezus hier over spreekt heeft te maken met een intieme vorm van liefde – een liefde die geen afstand of scheiding toestaat van het object van zijn genegenheid. Het verlangt naar een totale eenheid, een eeuwige vereniging.

“Fijn voor Jezus!” roept u, tenzij gehecht aan enige zelfstandigheid in een liefdesrelatie of claustrofobisch.

Maar is symbiose ook uw ideaal, dan kwelt een ander probleem u: afgunst. “Fijn voor Jezus en de Vader…En wat gebeurt met ons, geredden?”.

Ook op die vraag heeft David Wilkerson een antwoord: u mag kijken.

U moet zich bij dit “kijken” niet het aardse kijken voorstellen. De liefde van en binnen Gods drie-eenheid is anders dan die tussen mensen. Houden twee mensen van elkaar, dan uit dat zich. We zien ze elkaar langdurig in de ogen kijken, aanraken, enzovoort. Maar dat is bij afwezigheid van versmelting, tevens uiting van het verlangen naar versmelting.

De ‘grammatica’ van de liefde van versmolten VaderJezus is ons onbekend. Liefdevolle ‘handelingen’ (als die plaatsvinden) ‘tussen’ Hen kunnen wij herkennen noch op waarde schatten. Ze kunnen eruit zien als krabben waar het jeukt of als een deuk in een bol.

“Zien” is een woord uit verlegenheid. Nuchter wetenschappelijk opgevat, wordt de Liefde van Vader en Zoon waarschijnlijk paranormaal gecommuniceerd, ‘buiten de ons bekende zintuigen om’. Wij delen in de versmolten liefde van Vader en Zoon (Wilkerson: “God houdt van ons als van Zijn eigen zoon”). Dichter dan Wilkersons “zien”-metafoor benadert de dichter dit glorieus contact:

Voor de verre prinses – Jan Slauerhoff

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis—dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedre nacht.

Ja, het geloof heeft wel wat meer om het lijf dan taalploeteraar Wilkerson produceren kan.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/06/09/kijken-en-de-rest-erbij-denken/trackback/

%d bloggers liken dit: