Poepoe, blabla (ik loop van religiewege mijn orgaan achterna)

Eindelijk noemt David Wilkerson man en paard. Hoe vaak heb ik de abstracte man Gods al niet gesmeekt de overweldigende, razende rivier van problemen van zijn volgelingen bevattelijk te omschrijven:

Welke problemen hebben uw volgelingen nu precies: drugs, schulden, psychiatrische stoornis, ontzetting uit de ouderlijke macht, huwelijksproblemen, een geloofscrisis, moeite met leren, geen werk, dakloosheid, aambeien?“.

Blijkt het vooral seks…

In de afgelopen maanden heb ik veel droevige, meelijwekkende brieven gelezen van gelovigen die nog steeds gebonden zijn door zondige gewoonten. Grote menigtes van worstelende christenen schrijven “Ik kan niet stoppen met gokken, ik ben in de grip van een alcoholverslaving… ik ga vreemd en ik kan er niet mee breken … ik ben een slaaf van pornografie”.

Is dat behoorlijk saai, verrassend is dat Wilkerson meegaat in het voorstellen van ‘vreemdgaan’ als “verslaving” of “gewoonte”. Zo krijgen plegers van gezinsontwrichtende zondes onterechte glans, worden ze sympathieke worstelaars in plaats van veelplegers.

Aan wiens kant staat Wilkerson nu eigenlijk: die van de diep vernederde partner en zwaar geschade kinderen of die van de dader? Natuurlijk is niemand uitgezonderd van Gods vergevende liefde – uitgezonderd misschien plegers van kardinale zondes – maar soms moet je als Christen stelling nemen, zoals nu tegen deze verderfelijke begripsverwatering. Anders komen we binnenkort seriemoord en huwelijksgeweld tegen bij de “gewoonten” (“Ik wil het niet maar doe het toch. Het is een gewoonte”).

Vervolgens is het een kwestie van tijd of iemand voegt ‘geloven’ zelf toe aan de gewoonten (“Ik geloof niet echt, hoezeer ik ook probeer. Ik ben erin opgevoed. Het is een gewoonte”). Wilkersons doctrine veronderstel ik bekend: geloof is alles. Gaat iets in het leven mis, dan gelooft de Christen in kwestie te weinig, behalve als het aanhoudend lijden een beproeving mag zijn, in dat geval wordt getest of betrokkene nog steeds voldoende gelooft. Daarom verbaast het me, dat het zo lang duurt voor Wilkerson met zijn vaste antwoord komt:

Ik heb veel tijd besteed om de Heer te zoeken voor wijsheid om deze gelovigen te kunnen beantwoorden. Ik heb gebeden “Heer, U kent de levens van Uw kinderen. Velen zijn toegewijde, geestvervulde heiligen maar ze hebben uw overwinning niet. Zij kennen geen vrijheid, wat is hier aan de hand?”

Op een bepaald punt kwam ik bij een passage die Gods beloftes voor Zijn volk bevatte. Ik werd er aan herinnerd dat de Heer ons behoedt om te vallen, dat Hij ons onberispelijk stelt en ons rechtvaardigt en heiligt door geloof. Hij belooft dat onze oude mens is gekruisigd door geloof, en dat we zijn overgebracht naar Zijn Koninkrijk door geloof.

Hetgene wat telkens naar boven komt in al deze beloften, is: “door geloof”. En het is waar, al deze dingen zijn een zaak van geloof volgens Gods woord. Dus kwam ik tot de enige conclusie die getrokken kan worden over deze worstelingen: ergens in de wortel van hun binding ligt ongeloof, het komt uiteindelijk allemaal neer op een gebrek aan geloof.

Hèhè! Wilkerson verwoordt het passieve karakter van het geloof nog eens als volgt: niet huilen, niet streven, maar geloven. Of ook: “Christus heeft alles overgeleverd aan Zijn Vader om zo een compleet gehoorzame zoon te kunnen zijn. En wij dienen Hem daarin te volgen, we dienen volledig afhankelijk te zijn van de Vader, net zoals Christus dat was“.

Duidelijkheid kunnen we zijn boodschap niet ontzeggen, wel succes. Maar wacht vooral verder in geloof als u dat graag doet. Houd uw seksprobleem niet op, sekst u met permissie nog een tijdje verder.

bent u deze speelbal?

Wilt u echter bij tijd van leven iets bereiken, raad ik u contact aan met Christelijke verslavingskliniek De Hoop. Eén nadeel wil ik niet verhelen: u moet aan de slag. Het personeel staat bij u in de razende rivier van uw geloofscrisis maar de verschrikkelijkste ervaring zal zijn het afnemen door het personeel van uw favoriete excuus: het de schuld bij de duivel leggen of bij een absurd cognitief-religieus obstakel als ‘een religieuze overtuiging niet verwoed genoeg toegedaan zijn’ (‘te weinig’ geloven).

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/06/14/poepoe-blabla-ik-loop-mijn-lul-achterna/trackback/

%d bloggers liken dit: