Rode oortjes: Gods A-team kent geen genade!

U merkt het niet elke dag maar vastberaden bereidt God het Einde van de Wereld voor. Zijn getrouwen ontvangen briefings vanuit het hoofdkwartier.

Bijvoorbeeld David Wilkerson, bekend digitaal prediker:

Terwijl ik in gebed was was ik onder de indruk van de Heilige Geest met het concept dat God aan het werken is aan een geheime operatie in de hemelse gewesten. Hij richt een leger binnen het leger op, en doorzoekt Zijn troepen om een elite-eenheid van vrijwilligers samen te stellen. Deze speciale eenheid zal worden opgebouwd uit strijders die Hij kan aanraken en bewegen, om te strijden tegen de vijand. (..).

God’s speciale eenheid van vandaag de dag bestaat uit jongeren, mensen van middelbare leeftijd en zelfs ouderen. Ze hebben hun training ontvangen in hun binnenkamers. Hun intimiteit met Jezus heeft hen geleerd hoe te strijden. Nu weten zij hoe zij moeten strijden op ieder geestelijk vlak, of dit nu in de bergen is of in de dalen.

Laten we aanvaarden dat David Wilkerson ongeschoold is. Laten we geen breekpunt maken van zijn gebruik van het woord ‘geestelijk’ in de betekenis van ‘onzichtbaar, onmerkbaar, kan er net zo goed niet zijn’. God, de hoogste Autoriteit, heeft hem benoemd tot woordvoerder.

Misschien gebruikt God Wilkerson om de hovaardij van het verstand te hekelen. Al die gestudeerde stadsbewoners die in hun vuistje lachen (of zelfs hardop) om plattelandsdominee Wilkerson …God kijkt naar de zuiverheid van het hart! Wie het laatst lacht, lacht het best! Iets in die sfeer.

Laten we ons in plaats daarvan liever concentreren op het stukje tastbare werkelijkheid in Wilkersons overdenking, de ‘bergen en dalen’ waar de keurtroepen van George W. Bush Osama Bin Ladens bende ongeregeld met succes hebben uitgerookt, naar Wilkerson weet.

Strijd gaat, net zoals baren, van “au!” en waar gehakt wordt, vallen spaanders. Wilkerson, altijd wat bleu als het gaat om Christelijke agressie en andere rollen dan die van ‘vervolgde (soldaat)’ en ‘slachtoffer’, verwijst naar Samuel:

Deze speciale eenheid zal worden opgebouwd uit strijders die Hij kan aanraken en bewegen, om te strijden tegen de vijand. We zien hier een beeld van in de bijbel, met de speciale eenheid van Saul. Het woord vertelt ons: “en een aantal moedige mannen, daartoe aangezet door de Heer, vergezelden hem” (1 Samuël 10:26).

Iedere Bijbelvaste lezer weet hoe het met Saul afloopt. Als Saul de Amalekieten niet, zoals hem opgedragen, tot de laatste man toe afmaakt, ontsteekt Samuel in een fameuze razernij. Maar laat ik niet vooruitlopen op de gebeurtenissen:

Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik ben niet vergeten wat Amalek Israël heeft aangedaan: het heeft Israël de weg versperd bij zijn uittocht uit Egypte. Trek daarom op tegen de Amalekieten en versla ze. Wijd al hun bezittingen onvoorwaardelijk aan de HEER. Spaar ze niet, maar dood alles en iedereen: mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.’

Saul liet het leger oproepen en hield wapenschouw in Telaïm. Er waren tweehonderdduizend man voetvolk en nog eens tienduizend man uit Juda. Toen hij bij de stad van de Amalekieten kwam, legde hij een hinderlaag in de rivierbedding. Intussen waarschuwde hij de Kenieten: ‘Maak dat u wegkomt! Blijf niet bij de Amalekieten, want dan moet ik u samen met hen uitroeien, terwijl u de Israëlieten tijdens hun uittocht uit Egypte juist goed behandeld hebt.’ De Kenieten gingen dus weg bij de Amalekieten.

Saul sloeg de Amalekieten terug van Chawila tot aan Sur, op de grens met Egypte. Hun koning Agag nam hij levend gevangen, maar de rest van het volk doodde hij. Agag werd door Saul en zijn manschappen gespaard, samen met de beste schapen, geiten en runderen en de sterkste jonge stieren en rammen, kortom, alles wat van waarde was. Die wilden ze niet vernietigen, maar alles wat geen of weinig waarde had, maakten ze af.

Toen richtte de HEER zich tot Samuel en zei: ‘Ik betreur het dat ik Saul koning heb gemaakt, want hij heeft mij de rug toegekeerd en doet niet wat ik hem heb opgedragen.’ Samuel werd boos en schreeuwde het de hele nacht uit tegen de HEER. De volgende morgen vroeg wilde hij Saul tegemoet gaan. Men vertelde hem dat Saul in Karmel was geweest en daar voor zichzelf een gedenkteken had opgericht, en toen was doorgereisd naar Gilgal. Toen Samuel bij Saul aankwam, begroette deze hem met de woorden: ‘Wees gezegend door de HEER. Ik heb gedaan wat de HEER mij heeft opgedragen.’ 

Maar Samuel vroeg: ‘Hoe komt het dan dat ik schapen hoor blaten en runderen hoor loeien?’ ‘Die hebben ze meegenomen van de Amalekieten,’ antwoordde Saul. ‘De soldaten wilden de beste schapen, geiten en runderen sparen om ze te offeren aan de HEER, uw God. De rest hebben we afgemaakt.’ 

‘Geen woord meer!’ zei Samuel tegen Saul. ‘Laat me u vertellen wat de HEER mij vannacht gezegd heeft.’ ‘Zoals u wilt,’ zei Saul, en Samuel zei: ‘(..) De HEER heeft u eropuit gestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid. Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de HEER u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de HEER?’

‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de HEER gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uit getrokken zoals de HEER me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood. En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de HEER, uw God.’

Daarop zei Samuel: ‘Schept de HEER meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de HEER verworpen; daarom verwerpt hij u als koning!’

 Toen zei Saul tegen Samuel: ‘Ik heb gezondigd! Ik ben voorbijgegaan aan wat de HEER gezegd heeft, aan wat u gezegd hebt. Ik was bang voor de soldaten en daarom deed ik wat zij wilden. Alstublieft, vergeef me en laat me niet alleen; ik wil neerknielen voor de HEER.’ ‘Nee,’ antwoordde Samuel. ‘U hebt de opdracht van de HEER verworpen, daarom verwerpt de HEER u als koning van Israël.’

Toen Samuel zich omdraaide om weg te gaan, greep Saul de slip van zijn mantel beet, maar die scheurde af. En Samuel zei: ‘Hierbij scheurt de HEER het koningschap over Israël van u los en geeft hij het aan iemand anders, iemand die waardiger is dan u. En u weet dat de Glorie van Israël nooit zijn woord breekt en nimmer van zijn besluiten terugkomt. Hij is immers geen mens, dat hij van zijn besluiten terug zou komen.’

Weer zei Saul: ‘Ik heb gezondigd! Maar val me alstublieft niet af waar de oudsten van mijn volk en heel Israël bij zijn en laat me niet alleen; ik wil neerknielen voor de HEER, uw God.’  Toen ging Samuel met Saul mee en Saul knielde neer voor de HEER.

Daarna zei Samuel: ‘Laat koning Agag van Amalek hier komen.’ Agag kwam naar hem toe, nog steeds geboeid. ‘De bittere dreiging van de dood is zeker wel geweken?’ vroeg hij. Maar Samuel antwoordde: ‘Zoals uw zwaard vrouwen van hun kinderen heeft beroofd, zo wordt nu uw moeder van haar kind beroofd.’ En hij hakte Agags hoofd af ten overstaan van de HEER in Gilgal.

Samuel ging terug naar Rama en Saul keerde terug naar zijn woonplaats Gibea. Samuel heeft Saul nooit meer terug willen zien, maar hij treurde wel om hem. En de HEER betreurde het dat hij Saul als koning van Israël had aangesteld.

Zo’n strijd bedoelt Wilkerson – maar dan ‘geestelijk’. Het geloof is immers mooi.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/07/20/rode-oortjes-gods-a-team-kent-geen-genade/trackback/

%d bloggers liken dit: