Waar geloof kan niet nagedaan of gedaan

Volgens David Wilkerson is schijnheiligheid onmogelijk. Er be- staat alleen echte geestelijkheid. Dat waarborgt de Heilige Geest. U kunt weinig doen, behalve lijden.

In oude tijden leerden gezellen in de schone kunsten – houtsnij- ders, schilders, steenbewerkers – het vak door beroemde voor- beelden na te maken.

De veel geïmiteerde meesterschilder Rogier van der Weijden por- tretteert hierboven de evangelist Lucas, van wie werd beweerd dat hij schilder was en de echte Maria met kind (dat kan natuurlijk niet!) had nageschilderd.

In de huidige tijd liggen kopieën van de haute couture enkele maanden later in de schappen van betaalbare confectieketens.

Twee eenvoudige voorbeelden van “kopiëren”, “imiteren”, “beïn- vloeding”. David Wilkerson, onversneden man Gods, bezoekt met reden geen museum in New York maar ziet ook zo wel de nodige voorbeelden van beïnvloeding en nabootsing:

Hier in de straten van New York kun je een Rolex kopen voor 15 dollar. En zoals iedere New Yorker weet, is zo’n horloge geen echte Rolex. Het zijn simpelweg imitaties, goedkope kopieën van het origineel.

kunst in het MOMA, New York

Helaas legt Wilkerson niet uit waarom een imitatie “simpelweg” imitatie is. Niet iedere New Yorker zal dat met hem eens zijn. Je hebt goede en minder goede en het maken van een goede vergt kunde. Een goede imitatie is van behoorlijke kwaliteit, anders was het geen goede.

Wilkerson lijkt zijn stelligheid te baseren op de lage prijs van het horloge. Maar niet alles wat duur is, is van waarde. Wilkerson ge- bruikt twee betekenissen door elkaar: goedkoop als ‘van lage prijs’ en ‘van geringe kwaliteit/waarde’.

Ontdaan van dubbelzinnigheid zegt hij: als een horloge 15 dollar kost, kan het geen Rolex zijn.

Een rijke Hollywoodster die zijn Rolex weggeeft aan de portier van een nachtclub ontkracht deze bewering.

Na zijn Rolex-voorbeeld veralgemeent Wilkerson: “Het lijkt alsof er een imitatie is voor zowat alles vandaag de dag“. En dat is na- tuurlijk ook zo, in een wereld van massaconsumptie. Winkelketens grossieren in unieke exemplaren van hetzelfde product.

Maar, weet Wilkerson op de van hem bekende wijze, ik weet een ding dat zeker niet kan gekopieerd: ware geestelijkheid. God ac- cepteert dat niet:

 “De Heer (..) zal geen enkele door de mens gemaakte kopie van wat voor goddelijk werk dan ook accepteren“.

Maar om een kopie te kunnen weigeren, zal hij eerst gemaakt moeten zijn…

Vervolgens wordt duidelijk wat Wilkerson, op de van hem beken- de wijze, zeggen wil: ik weet wat ware geestelijkheid is!

Wilkerson weet dat een Christen ware geestelijkheid niet kan doen. Het kan niet voorgeleefd en zo tot navolging inspireren. Het wordt gedaan, door de Heilige Geest:

Het [is] onmogelijk voor de mens om datgene te kopieren wat werkelijk geestelijk is. Dat is enkel en alleen het werk van de Heilige Geest [dat wil zeggen: niet het kopiëren maar het maken van het origineel; PP]. Hij is continu aan het werk om iets nieuws te doen in Zijn volk. En er is geen enkele manier voor ons om dit te reproduceren“.

Maar, zegt de New Yorker in u, ware geestelijkheid kan toch wel geïmiteerd? Het zal toch wel tot iets merkbaars leiden? Een vaardig imitator kan toch wel datgene imiteren waarin een waar Christen van gewone mensen en valse Christenen verschilt?

Echter, zoals Wilkerson al aangaf, een waar Christen verschilt in niets van een onware: “Er is maar heel weinig van het werk dat Gods geest in ons doet te zien“. De Heilige Geest is hard aan het werk maar in een dimensie die onzichtbaar is.

Maar toch: iets – weliswaar heel weinig, maar niettemin – iets is te zien. Helaas moet of wil Wilkerson hierover in het vage blijven. Er komt lijden bij kijken:

Zij die hun verdrukkingen onder ogen zien terwijl ze ervan over- tuigd zijn dat de Heer iets in hen aan het bewerken is – komen uit hun vuurproef met een sterk geloof. En zij getuigen dat de Geest hen meer heeft geleerd tijdens hun lijden dan toen alles in orde was in hun levens“.

Helaas noemt Wilkerson geen ware Christenen uit heden en ver- leden en waar we hun getuigenissen kunnen vinden. Wat leerde de Heilige Geest hen? Zijn hun ervaringen of opvattingen werkelijk eensluidend, zo afwijkend van de verdeeldheid of, positief gezegd, veelheid die we om ons heen ervaren en vaststellen, ook in de Christelijke wereld, in onszelf?

Ook over zijn persoonlijke ervaringen met ware geestelijkheid is Wilkerson terughoudend: het kan “toenemen”:

In alle jaren dat ik wandel met de Heer heb ik zelden een toe- name in mijn geestelijkheid bemerkt ten tijde dat alles goed ging. Zo’n toename vond veel eerder plaats terwijl ik moeilijke plaat- sen moest doorstaan, kwellingen, beproevingen“.

Ellende “produceert” “eeuwige waarden” in ons.

Misschien vertelt Wilkerson expres niet wat de Heilige Geest leert tijdens lijden, om schijnheiligen niet de kans te geven het te imite- ren. Maar ook is niet uit te sluiten dat hij niet weet wat hij zegt.

Laten we hopen en bidden voor Wilkersonchristenen dat hun ge- loof geen imitatiegeloof is.

Maar mocht dat zo zijn, is er ook goed nieuws voor David Wilker- son en zijn volgelingen. Ook de bewering dat God een kopiegeloof niet accepteert, is dan maar imitatie. Misschien blijkt de echte God minder streng in de leer (en ook wat duidelijker) dan Wilkerson! Zodat hun aan het eind toch nog de Hemel wacht, ondanks hun gedwaal op aarde.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/08/27/waar-geloof-kan-niet-nagedaan/trackback/

%d bloggers liken dit: