Geiten waren we

David Wilkerson werd in 1843 door God toegefluisterd. Sindsdien moeten wij eraan geloven.

Prediker David Wilkerson is oud en de Bijbel eindig. Op een bepaald moment had de al vroeg legendarische prediker alles behandeld. Onvermijdelijk moest hij zich gaan herhalen.

Soms schrapt hij door de tijd ingehaalde elementen. Zo verdween de paardentram uit zijn prediking.

Maar sommige dingen zijn eeuwig. Misschien is het vreemd om een Aha-Erlebnis uit 1843 als nieuw te brengen maar niet vanuit het perspectief van de eeuwigheid.

Wat gebeurde op die gezegende dag:

Het onderwerp van dankzegging kwam tot mij tijdens een tijd van een grote persoonlijke zwaarte en moeite. Op dat moment had ons kerkgebouw flink wat onderhoud nodig, problemen van gemeenteleden stapelden zich op. Iedereen die ik kon leek door een of andere beproeving heen te gaan, en ik voelde de last van dit alles.

Ik ging naar mijn kantoor en ging daar zitten in zelfmedelijden. Ik begon te klagen tegen God “Heer, hoe lang zult U mij nog in dit vuur houden? Hoe lang moet ik nog bidden over al deze zaken voordat U iets doet? Wanneer zult U mij antwoorden God?”

Plotseling kwam de Heilige Geest over mij – en ik schaamde me. De Geest fluisterde tot mijn hart “Begin me nu gewoon te danken David. Breng een offer van dankzegging – voor alle vroegere dingen die Ik voor jou gedaan heb, en voor de dingen die ik voor je ga doen in de toekomst. Breng me een offer van dankzegging – en alles zal plotseling compleet anders lijken!”

David Wilkerson deed, zoals u ziet, ook vroeger al geen moeite zijn karakter bij te punten. Zonder gêne wentelde hij zich in die lang vervlogen dagen in zelfmedelijden. Dankbaarheid voor wat hij had – een paard, een kar -, zo aangenaam voor de directe omgeving, was niet aan hem besteed.

Erger is dat Wilkersons God zong en zingt zoals Wilkerson gebekt is. “Gewoon even wat dankzeggen” en God is de beroerdste niet.

Alleen wist Wilkerson niet hoe dankzeggen in zijn werk ging. In arren moede en perfecte gehoorzaamheid doorzocht hij het register van zijn King James-bijbel en vond bij de D wat hij zocht.

Toch knaagde de twijfel. Een bokje slachten…in 1843? Goud en zilver afstaan? Dat ging zelfs een volstrekt gehoorzaam Christen als Wilkerson wat ver. Dus gewerd hem de oplossing:

Wij hoeven God niet langer offers van bloed te brengen, en ook geen offers van zilver of goud (..)..Ons offer van dankzegging moet gemaakt worden met de twee geiten die wij brengen – een offer van onze lippen, van onze stem.

TOEGIFT

Visite uit de hemel – Willem Wilmink

Ik ben een jongen uit de stad.
Ik heb een rare droom gehad:
ik droomde van een man die uit de hemel was gekomen.
Die bij ons op visite zat
en die een heel dun lichaam had,
dat was een vreemde man waar ik vannacht van lag te dromen.

Toen ‘k hem gevraagd had, waarvandaan
hij naar beneden was gegaan,
zei hij: ‘Kijk naar de lucht, dan zie je ’t huis waarin wij wonen.’

En niet zo heel ver van de maan
zag ik zijn huisje duid’lijk staan:
een kleine boerderij met witte bloesems aan de bomen.

Daar was een weg met een heg vol bramen.
Daar was een weg waar heel weinig
mensen kwamen.
Er stond een geitje bij
die boerderij.
Een geitje stond in het gras,
daar in de verte. Daar waar de hemel was.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/10/12/geiten-waren-we-maar-aardige-geiten/trackback/

%d bloggers liken dit: