(On)zalig grommen, (on)heilig schudden

Over de God en Heilige Geest van David Wilkerson, of: het verschil tussen bubbels en blubber.

Als het golft dan golft het goed, niet te stuiten, niet te sturen, duurt het dagen, duurt het uren, als het golft dan golft het goedmocht ik al eens citeren, verwijzend naar Gods traag maar dan onstuitbaar in gang komen.

Het zijn niet de karakteristieken van de Heilige Geest. Die borrelt meer op, zoals David Wilkerson opmerkt: “Er zijn tijden wanneer het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest het mij niet toestaat te zwijgen. De Geest borrelt dan op in mij en ik moet spreken“.

‘Opborrelen’, het is maar een beeldspraak maar je ziet eerder belletjes voor je dan een woest pompende jacuzzi. De Heilige Geest “spreekt met een stille, zachte stem diep in het hart“, weet Wilkerson. Net zacht en ondiep genoeg om Hem te kunnen horen.

Stil en zacht is niet het geluid van Wilkerson als de Geest over hem vaardig wordt. Dan hoor je meer het geluid van een voorbijtrekkende motorbende.

Vandaag gromt Wilkerson over wat satan aan verschrikkelijks uithaalt (waarop de Geest, volgens hem, direct aansluitend zacht en klemmend de waarheid diep in ons hart benadrukt):

Satan komt schaamteloos als een engel des lichts om, als dit al mogelijk zou zijn, de uitverkorenen te misleiden. Zijn kwaadaardige verleidingen zullen opbloeien: valse doctrines, valse leraren en valse evangelies.

“Als dit al mogelijk zou zijn”: hier gromt de dogmaticus. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat uitverkorenen door de duivel misleid worden. De definitie van een uitverkorene is immers dat hij/zij niet misleid wordt!

Maar het andere uiterste is weer zo het andere uiterste, en zou betekenen dat de duivel geen bedreiging is voor een uitverkorene. Dat haalt zó de verdienste en heroïek van een uitverkorene af! Natuurlijk is het sowieso allemaal Gods verdienste maar toch, men gaat zich haast schamen uitverkorene te zijn, zoals overlevenden van de Holocaust – vanwege de willekeur, de vele beteren die niet gered werden.

Dus is Wilkerson op dogmatische wijze halfslachtig. De duivel is een beetje gevaarlijk en uitverkorenheid enigszins het tegendeel van verdienste. Alles om die verschrikkelijke dogmatische spitsvondigheid de pas af te snijden: de uitgekookte zondaar. Die zegt: “Als ik uitverkoren ben, komt het vanzelf wel goed en zo niet, dan ben ik dus niet uitverkoren; kan ik net zo goed meteen volop zondigen”.

Ook de nadruk op ‘waar’ en ‘vals’ toont de dogmaticus: voor de dogmaticus is geloven allereerst een kwestie van de juiste leer.

Meer werelds gelezen is Wilkerson bang voor de hete adem in zijn nek van de opstomende jongere generaties predikanten. Dus noemt hij hen satansgebroed.

Zijn godsbeeld is daarbij opmerkelijk kleinzielig. Stel u voor dat u een mooie, ware theorie heeft (geen lastige vragen even nu, dank u). Iemand geeft die theorie verkeerd weer. U wijst hem/haar er vriendelijk op maar betrokkene weigert de weergave aan te passen. Of u ontdekt dat hij of zij handelt uit jaloezie en met opzet uw theorie vervormt, in de hoop dat mogelijk geïnteresseerden het spoor bijster raken.

We hebben het verder niet over die geïnteresseerde (me dunkt, met hulp van Google moet het lukken achter de juiste stand van zaken te komen).

Nee, mij interesseert uw reactie op de jaloerse pestkop. De god van Wilkerson reageert als volgt op de zijne:

Wanneer er verontrusting opkomt in uw geest – een schudden en een beroering diep van binnen – dan vertelt God u dat er iets onwaar is. U voelt Zijn verdriet en woede en u geneert uzelf samen met Hem.

Begrijp u wel? God is verschrikkelijk boos en verdrietig als er een onwaarheid over Hem of Zijn wensen ten aanzien van Zijn eredienst verkondigd wordt…

De god van een dogmaticus is natuurlijk een dogmatische god.

In de ware gelovigen, of ze nu ter plaatse, aan de radio gekluisterd, of voor de televisiebuis de onware boodschap horen, gaat dan het alarm af en vindt een ongekend schudden en beven plaats.

Het is God calling. De Wilkersongelovige houdt zich – of is dat vanuit zijn geloofsovertuiging – volledig passief. God gebruikt zijn of haar lichaam om te beven, zoals een ander via een apparaat morsetekens zendt. God heeft emoties door hen heen.

Aangezien er vele valse leren zijn en maar één Wilkersonleer, schudt en beeft men wat af. Maar men ondergaat het gelaten en innerlijk verheugd: men krijgt er de ware godsdienstige overtuigingen immers bij: dat zijn alle gedachten waarbij, na kennisname, geen schudden plaatsvindt.

Helaas! Met een andere, nogal voor de hand liggende mogelijkheid houdt David Wilkerson geen rekening: dat de duivel doorlopend vals schudt in zijn binnenste als een ware Christelijke overtuiging in zijn omgeving klinkt.

Daarmee rekening houden is ook teveel gevraagd van een dogmaticus. Over waarheid moet je, volgens hem, niet hoeven nadenken. Dat zou in strijd zijn met het idee van waarheid: een waarheid is geen mening, een waarheid is waar!

Een dogmaticus kan zich slechts voorstellen de waarheid te bezitten. Dus als een ander eens niet doorheen geschud lijkt te worden, dan is duidelijk: die liegt! Diens rust is…onwaar:

Als u volhardt in uw zonde – als u er niet mee in het licht komt en er mee afrekent – dan zal uw hart u voeden met een voortdurende stroom aan leugens. U zult leringen horen die u op uw gemak doen laten voelen in uw zonde. (..) Maar u zult volledig verdwalen!

Stel je toch eens voor, zich op zijn gemak voelen én Christen zijn. Dat kan natuurlijk niet!

Behalve als je Wilkerson heet – waant hij. Hoor zijn onrustig schreeuwen…Makker!

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/10/20/onzalig-grommen/trackback/

%d bloggers liken dit: