God roept – maar niet als enige

David Wilkerson heeft nog nooit onmiskenbaar God gehoord.


God's stem horen 

Meermalen heb ik David Wilkerson, bezielde man Gods, gevraagd hoe hij weet dat God en niet de duivel tot hem spreekt. Zijn pleidooi voor het 100 procent “overtuigd zijn”, “zeker weten”, “geloven” van dingen maakt hem nogal vatbaar voor misleiding: het is ook 100 procent “onkritisch”.

Ik wees hem erop dat, wat hij opvoerde als kenmerken van duivelse influistering – “stevig vastklampen aan een standpunt“, “met name ten aanzien van de natuur van God” – in niets verschilt van de kenmerken van een sterk geloof. En dat zijn remedie – een juist begrip van het woord van God – meer van hetzelfde is:

Het raad je echter de koekoek dat de duivel juist bij ons binnendringt als we God’s Woord op ons en andermans leven proberen toe te passen! Dat hij juist dan ons met een uit zijn verband gerukte Bijbeltekst tot de zonde verleidt. De duivel is slim! Ook dominees zijn risicogroep!

Hoe weet je, wanneer je de Bijbel ter hand neemt om goed van kwaad te onderscheiden, of hij niet juist dan je bespringt?

Enkele terugkerende kenmerken van zijn overdenkingen sterken de indruk dat Wilkerson nog in het geheel geen Godscontact heeft mogen ervaren.

Allereerst de onpersoonlijke, vlakke manier waarop hij spreekt over de hoogst mogelijke menselijke ervaring: “Weet u, er gebeurt iets wanneer we de grens passeren naar het Heilige der Heiligen. Vanaf het moment dat we in Gods aanwezigheid zijn beseffen we onszelf dat ons eigen vlees niet toereikend is en dient te sterven”.

“Er gebeurt iets” overstijgt het niveau van Corry Konings’ “Ik krijg een heel apart gevoel van binnen [als jij me aankijkt, lieve schat]” niet.

Al eerder heb ik er bij Wilkerson op aangedrongen af te stappen van zijn vaste recept van het voorspiegelen van toekomstige ervaringen of het ophalen van ervaringen van Bijbelse aartsvaders. God leeft nu. En persoonlijke ervaringen zijn slechts in het heden te hebben. Mijn advies: beperk u tot uw eigen geloofservaringen en die van andere, nu levende Christenen.

In de tweede plaats claimt Wilkerson zelden een persoonlijke ervaring met God. Doorgaans spoort hij anderen aan: “Heeft u uw beloofde land in bezit? Heeft u de hand gelegd op de voorzieningen en zegeningen die de Heere Jezus voor ons gewonnen heeft aan het kruis? Ik wil er bij u op aandringen, zorgt ervoor dat de Heer uw leven wordt, uw alles. Neem God’s uitnodiging aan die voor u klaarligt, en betreed een vrede en een rust die u tevoren nooit gekend heeft“.

Wilkerson suggereert alleen dat hij zelf het beloofde land “in bezit heeft mogen nemen” (wat een lelijke woordkeuze). En waarom is Wilkerson zo terughoudend over de hoogst mogelijke menselijke ervaring? Misschien omdat zij hem nog niet vergund is geweest?

Derde aanwijzing is doorgedraaide cerebraliteit. Wilkerson beweert bijvoorbeeld dat “ware geestelijkheid” niet kan worden geïmiteerd. Wilkerson bestrijdt echter valse Christelijke leren en valse leraren. Als zulke imitaties er niet zijn, waar is hij dan mee bezig?

Het leidt tot de absurde conclusie dat ware geestelijkheid aan niets te merken is. Het gevaar van een doordraaiend intellect wordt bij Wilkerson niet bezworen door een corrigerende geestelijke ervaring. Zoals men zegt: de consequentie leidt naar de duivel.

Tot zover de voorgeschiedenis.

Vandaag komt Wilkerson eindelijk met een reactie. Hoffelijk erkent hij, dat ook hij zich in beginsel zou kunnen vergissen en de stem van de duivel horen, terwijl hij meent dat het die van God is: “De duivel kan immers ook spreken. Het vlees spreekt en de leugengeesten spreken. De hele tijd komt er een veelheid aan stemmen op ons af. Hoe kan ik de stem van God herkennen?“.

Hij geeft echter geen oplossing. “Ik weet dat Hij spreekt en dat het noodzakelijk is dat Zijn schapen de stem van hun Herder leren kennen“, “Het is waar, Hij is een sprekende God en Hij wil dat u Zijn stem leert kennen zodat u Zijn wil kunt doen“. Wat deze opmerkingen ook zijn, geen antwoord op de vraag.

Persoonlijk is slechts zijn twijfel: “Ik twijfelde aan mijn vermogen om Hem te horen. Ik heb al mijn tijd gespendeerd om de stem die ik hoorde te “controleren”, en wanneer het te groot of mysterieus was voor mij dacht ik “Dit kan God niet zijn”“. Het zou fijn zijn als Wilkerson ook persoonlijk werd over zijn succesvolle contacten met God! Maar zijn zwijgen daarover is misschien veelzeggend…

Het valt op dat Wilkerson gebrekkig twijfelt. Zo gaat hij voorbij aan het probleem van ‘signaaldetectie’, d.w.z: op welke gronden filtert hij, uit het koor van hem omringende stemmen, juist deze stem uit als ‘mogelijke stem van God’?

Daarbij laat hij zich ook nog onkritisch leiden door vooroordelen over wat God tegen hem zou kunnen/horen te zeggen. “Mysterieus” of “groot” zou het zijn maar ook weer niet “te”.

  • Zijn er gradaties van “mysterieus”? Vergelijk: “Ik heb veel tijd besteed om de stem die ik hoorde te controleren. Als het mij te Chinees leek, dacht ik “Dit kan geen Chinees zijn” “
  • Loopt Wilkerson zo niet groot risico God’s stem te “missen” als deze iets zegt wat hem niet mysterieus of groot genoeg voorkomt? ‘Men vorme zich geen beeld van God’ strekt zich ook uit tot de inhoud van Zijn mededelingen.

Wilkerson’s criterium van “mysterie” staat op gespannen voet met een andere bewering van hem, in dezelfde overdenking, dat God gemakkelijk te begrijpen is (“u hoeft ook geen ingenieur of doctorandus te zijn om Zijn stem te begrijpen“). Kenmerk van een mysterie is dat het niet simpel te begrijpen is.

Tot slot veronderstelt Wilkerson’s betoog dat God’s stem op een bepaalde manier te herkennen is, zoals wij menselijke stemmen van elkaar kunnen onderscheiden. Wilkerson heeft God’s vermeende stem bij meerdere gelegenheden gecontroleerd. Minstens de keer dat de inhoud hem te mysterieus scheen om van God afkomstig te kunnen zijn en de keer dat de inhoud hem daarvoor te groot scheen.

Hij meende toen dus met dezelfde stem te maken te hebben.

Dit lijkt misschien een klein puntje. Echter, indien waar, zou het tot een gouden tip aan medechristenen kunnen leiden. Wie zou er niet bij gebaat zijn wanneer Wilkerson het timbre van God’s stem om- schreef, Zijn stemgeluid vergeleek met dat van bekende mensen of een imitator zou inhuren en instrueren, net zolang tot deze de best mogelijke imitatie van God gaf? En vervolgens audiobestanden met deze stem beschikbaar stelde?

Dat zou onervaren Christenen zeker helpen bij hun detectie van God’s stem. Alleen…ik heb de fatale zwakte van deze benadering al genoemd: wat een menselijke imitator kan, kan de duivel ook en waarschijnlijk beter.

Wilkerson is zich hiervan bewust. In zijn voorbeeld beperkt hij zich niet tot vaststellen van het ware herkenbare stemgeluid van God maar controleert ook de inhoud van het gezegde.

Daarover meldt hij nogal leerstellig, dat God’s stem dingen meldt “die u nog nooit gezien of gehoord heeft“. Deze wijsheid komt helaas – leerstelligheid – uit de lucht vallen. Zij verschilt van zijn bewering zojuist, dat God eenvoudig te begrijpen is, en ook met concrete uitlatingen van God in eerdere columns van Wilkerson. Die uitlatingen vallen grofweg in twee categorieën:

Bedenkelijk wordt het waar Wilkerson zich als theologische nieuwlichter ontpopt. Zo stelt hij de duivel voor als God’s assistent! Benadert een Christen God met een serieuze vraag, dan is het volgens Wilkerson onmogelijk dat de duivel antwoordt met een toepasselijk lijkende leugen:

Als u aan uw Hemelse Vader vraagt om een woord – een duidelijke richting, een goddelijke correctie, een bepaalde nood – denkt u dan dat Hij in plaats daarvan de duivel op u afstuurt om u te misleiden?

Me dunkt (1) dat de duivel niet God’s toestemming afwacht om u te proberen te misleiden met toepasselijk schijnende antwoorden. (2) En al helemaal is hij God’s hulpje niet!

Conclusie
Zij die God echt kennen hebben geleerd om Zijn stem boven alle andere stemmen te herkennen“, zegt Wilkerson, maar maakt niet duidelijk hoe ze dit doen.

Mogelijke consequentie
Indien David Wilkerson al die jaren onwaarheid heeft gesproken over zijn Godscontact, is het een godsgruwelijke zonde. In plaats van te onderzoeken waarom God tot hem zweeg, heeft Wilkerson zich jarenlang in zijn leugen vastgebeten en hem zo vermeerderd.

Naar de reden is het gissen: uit ijdelheid, niet voor anderen onder willen doen?

Het zou Wilkerson sieren God, zijn gemeenteleden en ons, zijn lezers, om vergiffenis te smeken. Ik sluit dat in de toekomst niet uit. Op momenten van diepste crisis staat de ware Christen in de ware Christen op.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/10/27/god-roept/trackback/

%d bloggers liken dit: