Ga maar na

David Wilkerson heeft geen dikke duim waaruit hij alles zuigt maar een slagroomspuit.

Vandaag behandelt David Wilkerson Handelingen 10, vers 1 en 2. Voor een beter begrip lees ik u de eerste acht verzen voor van de in totaal achtenveertig verzen:

Een van de inwoners van Caesarea was een centurio van de Italiaanse cohort, die Cornelius heette. Hij was een vroom man die, net als zijn huisgenoten, God vereerde. Hij gaf rijkelijk aalmoezen aan het volk en bad veelvuldig tot God. Op een dag kreeg hij omstreeks het negende uur een visioen, waarin hij duidelijk zag hoe een engel van God zijn huis binnen- kwam. Hij hoorde hem zeggen: ‘Cornelius!’ Hij staarde de engel verschrikt aan en vroeg: ‘Wat is er, heer?’ De engel antwoordde: ‘Je gebeden en aalmoezen zijn door God als offer aanvaard. Stuur daarom een paar van je mannen naar Joppe om Simon te halen, die ook wel Petrus wordt genoemd. Hij verblijft bij een leerlooier die eveneens Simon heet en in een huis aan zee woont.’ Toen de engel die met hem had gesproken was weggegaan, liet Cornelius twee dienaren bij zich komen en een vrome soldaat uit zijn gevolg. Nadat hij had uitgelegd waar het om ging, stuurde hij hen naar Joppe.

Lezen wij alle achtenveertig verzen, dan zien wij dat hier een po- ging wordt gedaan de lezer ervan te overtuigen dat Jezus Chris- tus er niet alleen voor Joden is, zoals Jahweh, maar voor de hele mensheid. Petrus, bijvoorbeeld, concludeert, volgens de overle- vering (er was geen journalist die zijn woorden ter plaatse opte- kende, ze werden pas tientallen jaren later aan het papyrus toe- vertrouwd):

“‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor hem heeft en rechtvaardig handelt“.

Ook worden de Joodse spijswetten gerelativeerd, wat verbreiding van het Christendom aanzienlijk vergemakkelijkt.

Interessante vraag is tot wie Cornelius bidt. Geen heidense god, want God voelt zich aangesproken. Ook is Cornelius niet verrast wanneer Petrus verschijnt (die voor hem nog alleen een naam is), naar ik aanneem in zijn gewone kloffie. Hij vereert hem meteen.

Maar het is niet de christelijke God. Cornelius is op een vage ma- nier religieus. Hij aanbidt nog net niet “de onbekende God” maar een goed genoeg Christen is hij ook niet. Hij weet nog weinig van het geloof en werpt zich ter aarde voor Petrus, als die aankomt, die hem moet corrigeren: “Sta op. Ik ben ook maar een mens”. Corne- lius wordt op het eind van het verhaal gedoopt, een gebeurtenis waarvan hij de pointe waarschijnlijk niet helemaal begrijpt.

Een merkwaardige geschiedenis. God ontfermt zich over iemand wiens levenswandel in overeenstemming is met Zijn geboden/ wensen, maar die bidt tot een god, zonder veel behoefte te hebben erachter te komen wie precies zij/hij/het is. Cornelius is…ietsist.

Het verhaal suggereert niet dat Cornelius een zoeker is, gekweld door de vraag “Welke van de vele goden in het Romeinse Rijk is de echte?”. Zijn gebedspraktijk bevalt, het visioen óvervalt hem.

Aldus mijn uitleg, simpelweg een aandachtig lezer. Nu meesteruit- legger David Wilkerson (de regel tekst die hem doet ontbranden heb ik boven vetgedrukt):

  • Cornelius is “simpelweg een man die wanhopig op zoek naar God was
  • Cornelius slaat er maaltijden voor over (hierna een jijbak over het vasten van heden- daagse Christenen).
  • Cornelius heeft een onophou- delijk gebedsleven
  • Cornelius heeft een geweldige toewijding en gehoorzaamt de god-die-hij-aan-het-eind-van-Handelingen-10-zal-leren-kennen zeer
  • Cornelius is vastbesloten dat de god-die-hij-nog-niet-kent zijn god moet worden (hij wil met zijn huisgenoten “in Gods volheid komen”)
  • Cornelius geeft aalmoezen om- dat hij bidt
  • Cornelius bidt voor zijn gezin.
  • God heeft die gebeden nog niet verhoord
  • Cornelius bidt niet alleen voor zijn gezin en zichzelf. Hij is geen egoïst, bidden en eigenbelang nemen niet al zijn tijd in beslag. Cornelius deelt aalmoezen uit en dient als centurio het Romeinse                  centurio  bezettingsleger.
  • De twee visioenen, de komst van Petrus en de uitstorting van de Heilige Geest…ze zijn een geweldig mirakel!

Binnen één dag, met een glorieus wonder werd zijn complete gezin gered en vervuld met de Heilige Geest. Binnen één dag werd zijn huis getransformeerd vanuit een geestelijke blindheid naar een wonderbaarlijk licht en leven

  • Dit glorieuze wonder dankt Cornelius aan zijn niet-egoïstisch bidden, aan zijn vastbeslotenheid zijn gezin ergens van te redden.

Wilkerson’s interpretatie heeft als praktisch doel u ervan te over- tuigen dat u en, in mindere mate, Wilkerson zelf een probleem heeft: “Deze man [Cornelius] zou ons allemaal het schaamrood op de kaken moeten brengen“.

Natuurlijk zijn er mensen die er erger aan toe zijn dan Wilkerson: de anderen, voor wie wij, met Wilkerson, in navolging van Corneli- us, mogen en moeten bidden. David Wilkerson denkt hierbij moge- lijk aan familieleden: “God help ons om gebed voor onze verloren familie en vrienden serieus te nemen en er ernst mee te maken“.

Volgende keer legt David Wilkerson uit hoe u op Bijbelse gronden een winnende getallencombinatie op uw Lotto-formulier kunt aankruisen. Het is allemaal te vinden, voor wie wil, in de Bijbel.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/11/16/ga-maar-na-2/trackback/

%d bloggers liken dit: