Lof der onbeholpenheid

Is er een bijzondere relatie tussen Christendom en onbeholpenheid?

De wereld kent succesvolle Christelijke wetenschappers, ondernemers, kunstenaars, oprichters van charitatieve organisaties, verpleegkundigen en politici. Niets belet een Christen, lijkt het, vooruit te komen in de wereld.

Maar David Wilkerson, een oude prediker met het gelijk aan zijn zijde, vindt onthandheid, passiviteit, hulpeloosheid, onmachtigheid, ja, zelfs waanzin, kenmerken van een goed Christen. Is succes zonde?

Het Oude Testament (het eerste gedeelte van de Bijbel) kent oorlogen, landverovering, moord, hongersnood, sprinkhanenplagen, enz. Hieraan is weinig abstracts. Ook het Nieuw Testament is veelal in de werkelijke wereld gesitueerd; een boot is een boot, een ezel een ezel, enz. Toch staat David Wilkerson erop dat we een en ander ‘figuurlijk’ nemen.

Zo ‘figuurlijk’ leest hij bijvoorbeeld twee verzen van Jesaja, waarin de profeet spreekt over het risico door een rivier meegesleurd te worden en het gevaar van vuur, het laatste, toegegeven, wat minder helder:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,
ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
Moet je door het water gaan – ik ben bij je;
of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,
de vlammen zullen je niet verschroeien.

Volgens Wilkerson zijn dergelijke rivieren en vuren psychische stoornissen of hindernissen op een spirituele reis:

Isaiah wasn’t talking about a literal flood or fire. He was talking about what people go through spiritually and mentally.

Allereerst vind ik het vreemd dat spiritualiteit op een lijn wordt gezet met psychische problemen, alsof ze in elkaars verlengde liggen. Je stelt het bereiden van herstelvoeding voor hongerlijders toch ook niet op een lijn met het bereiden van een viergangenmenu in een driesterrenrestaurant?

Ten tweede kan men zich een woest stromende rivier zeer goed voorstellen, anders dan “geestelijke problemen” waarvan slechts wordt gezegd dat ze “een woeste rivier” of “vuur” zijn.

Zulke vage beeldspraak onderscheidt niet tussen alledaagse problemen, bijzondere uitdagingen en rampen.

Het leven zit vol overzichtelijke obstakels. Het modieuze spreekwoord “Ik denk liever in oplossingen dan in problemen” geeft in elk geval aan dat mensen bij de pakken kunnen neerzitten of in actie komen. Ze hebben en maken een keuze.

Anders is het bij natuurrampen. Hoewel ook hier mensen, met al hun have en goed vernietigd, vaak een opmerkelijke veerkracht tonen en vanaf nul hun leven weer opbouwen.

Stel je overzichtelijke huis-, tuin- en keukenproblemen op een lijn met “woeste rivieren”, dan slaat de beeldspraak op de spreker terug. Wie zo overdrijft, ontmaskert zichzelf als niet opgewassen tegen het gewone leven.

Bij David Wilkerson komt daar nog bij, dat hij zijn rivier van psychische en spirituele problemen van een vreemde macht laat komen, die er slechts op uit is je het leven zuur te maken.

In het dagelijkse leven zijn problemen vaak te begrijpen. Jij en je collega azen bijvoorbeeld op dezelfde baan. Die kunnen jullie niet beiden krijgen, zoveel is duidelijk. In het oplossen van zulke conflicten – en niemand blijft daarvan verschoond, ook David Wilkerson-volgelingen niet – kun je je meer of minder fatsoenijk gedragen.

Maar Wilkerson ontkent het bestaan van belangenconflicten, ook binnen jezelf. Alleen de duivel stookt bij hem onrust in een mensenleven.

En omdat het de duivel is, niet je collega, partner, familielid, buurman of vriend(in), moet je van Wilkerson met de pootjes omhoog liggen en roepen “O Heer, help mij!”.

Het leidt tot Manke Nelisproza als:

Het kan zijn dat u op dit moment temidden van een wervelende kolk water zit. U voelt zich overweldigd door een beproeving of een verleiding die u volledig dreigt te consumeren. U dient uit deze bijbelse voorbeelden te begrijpen dat de Heer niet altijd het water zal laten kalmeren. Hij zal niet iedere vloed tegenhouden en niet iedere brand blussen.

Maar Hij belooft ons dit: “Ik loop met u door dit alles heen. Deze beproeving of omstandigheid zal u niet kapot maken, het zal u niet volledig consumeren. Wandel maar door, u zult er aan de andere kant uitkomen met Mij aan uw zijde”.

God doet het werk, blust branden, houdt een vloed tegen. Maar soms maakt God een ‘kikkerbad’-opdracht van de brand, vloed of welke geestelijke natuurramp ook. Dan krijgen wij een zwemband om, een vuurvast pak aangemeten, whatever. We moeten onze ledematen bewegen maar echt gevaarlijk wordt het niet, dus oplossen hoeven we ook niets.

“Wandelen” noemt Wilkerson dat, met God aan onze zijde.

Vraag niet wat God bezielt.

“Wauwel niet zo en steek de handen uit de mouwen!”, zou mijn Rotterdamse zwager zeggen. Maar dat klinkt zo weinig hulpeloos, dat het wel niet Christelijk zal wezen.

Het heeft iets verdachts. Men is hulpeloos maar net niet hulpeloos genoeg om niet zelfstandig een geloof te kunnen omhelzen dat hulpeloosheid tot kenmerk van de beste mensen van de wereld uitroept.

gevangen in hulpeloosheid / de ketens verbroken

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2010/11/22/lof-der-onbeholpenheid/trackback/

%d bloggers liken dit: