De wereld in een knellend doosje

Wilt u onmiddellijk zwijgen en opgaan in de groep dwalenden waartoe u behoort? Wij weten wat u vindt, voelt en verkeerd doet en leggen u wel uit.

Stel u voor: een klein land trotseert een machtig rijk. De situatie is penibel, delen van het land zijn al veroverd. De koning stuurt ge- zanten naar de tegenstander, met de volgende boodschap: “Ik ben tegenover u in gebreke gebleven. Staak uw aanval. Wat u mij op- legt, zal ik dragen”.

De eis komt. De koning koopt een nakende oorlog af met goud en zilver. De koninklijke schatkamers zijn leeg. Zelfs het plaatselijk heiligdom ontdoet hij van versieringen. Nog is het niet genoeg. Drie hoge ambtenaren van de usurpator trekken met een leger door het land en dienen zich aan bij het hof:

‘Zeg tegen Hizkia: “Dit zegt de grote koning, de koning van Assyrië: ‘Waarop berust toch dat vertrouwen van u? U meent dat mooie beloften opwegen tegen strategie en militaire macht? En in wie stelt u zo veel vertrouwen dat u tegen mij in opstand durft te komen? In Egypte, die geknakte rietstengel die je hand doorboort wanneer je probeert erop te leunen! Want meer heeft de farao, de koning van Egypte, niet te betekenen voor degenen die hun vertrouwen in hem stellen.’”

En u kunt mij nu wel zeggen: “Wij stellen ons vertrou- wen in de HEER, onze God,” maar was het niet juist die God wiens offerplaatsen en altaren Hizkia heeft laten verwijderen? Hizkia heeft immers tegen de bevolking van Juda en Jeruzalem gezegd dat ze alleen voor het altaar in Jeruzalem mogen neerknielen?

Welnu, waag uw kans met mijn heer, de koning van As- syrië. Hij zal u tweeduizend paarden geven, mits u in staat bent de ruiters ervoor te leveren. Zolang u voor strijdwagens en ruiters op Egypte vertrouwt, zult u im- mers nog niet de afgevaardigde van de minste dienaar van mijn heer kunnen weerstaan. U denkt toch niet dat hij zonder instemming van de HEER is opgetrokken om Jeruzalem te vernietigen? De HEER heeft hem gezegd: “Val dit land aan en vernietig het.

De hofdienaren van de koning weten niet goed raad. Ze manen de diplomaat in het buitenlands verder te spreken, zodat het aanwe- zige volk niet kan meeluisteren. Geen handige zet, blijkt:

Dacht u dat mijn heer mij gestuurd heeft om het woord uitsluitend tot uw heer en u te richten? Onze woorden zijn net zo goed bestemd voor de mensen daar op de muur, die binnenkort net als u hun eigen stront zullen eten en hun eigen pis zullen drinken.’

En de gezant richt zich tot de menigte:

‘Luister naar wat de grote koning, de koning van Assyrië u te zeggen heeft! Dit zegt de koning: “Laat u door Hizkia geen rad voor ogen draaien, hij is niet in staat u uit mijn greep te bevrijden. Laat hij u niet verleiden uw vertrou- wen te stellen in de HEER.

Als hij beweert: ‘De HEER zal ons vast en zeker redden en deze stad zal niet in handen vallen van de koning van Assyrië,’ luister dan niet naar hem. Want dit zegt de ko- ning van Assyrië: ‘Geef u over en stel u onder mijn hoe- de, dan kan ieder van u van zijn wijnstok en zijn vijgen- boom eten en het water uit zijn eigen put drinken, tot ik kom en u meevoer naar een land dat niet onderdoet voor dat van u: een land van graan en wijn, van brood en wijngaarden, van olierijke olijfbomen en honing. U zult in leven blijven en hoeft niet te sterven. Luister toch niet naar Hizkia, die u valse hoop geeft met zijn bewering dat de HEER u zal redden.

Hebben de goden van andere volken hun land soms ge- red uit de handen van de koning van Assyrië? Waar zijn de goden van Hamat en Arpad gebleven, waar waren de goden van Sefarwaïm, Hena en Iwwa? Hebben die Sa- maria soms uit mijn handen gered? Als geen enkele god in staat is gebleken zijn land uit mijn handen te redden, hoe zou dan de HEER Jeruzalem kunnen redden?’.

Enzovoort en zo verder. Wie wint, doet er niet toe. Winnaars wor- den verliezers.

Het gaat me om de onverbeterlijke David Wilkerson. Keer op keer begaat deze predikant de kardinale zonde:

geen respect voor de individualiteit van mensen

Zonder enige morele terughoudendheid gaat hij voorbij aan de ar- gumenten, opvattingen en gevoelens van mensen. Bange hofdiena- ren, ongezouten diplomaten of toegestroomd volk: iedereen wordt door zijn gehaktmolen gehaald en komt daaruit tevoorschijn als le- denpop, aangeblazen door de duivel, voorzien van Het Onjuist Standpunt.

Hoewel de duivel in bovenstaande Bijbelse geschiedenis niet voor- komt, produceert David Wilkerson’s gehaktmolen hem toch:

Hizkia was bijna gevallen voor de list van de vijand. Het feit is dat als we niet in opstand komen tegen de leu- gens van de duivel – als we ons niet in geloof wenden tot God in gebed ten tijde van nood, als we geen kracht putten uit Gods beloftes van verlossing – dan zal de duivel zich richten op ons wankelende geloof en zijn aanvallen verhevigen.

Weg pis en stront, bange, dappere, grappige, saaie, meelopende, ondernemende, vrolijke, verdrietige, geslepen en domme mensen. Opgesloten in de hersenkamer van deze licht paranoïde predikant geniet je het uitzicht van Jona in de wallevis. Een bedorven vlees- walm dringt stichtelijk je neusgaten binnen – het is hier geweldig!

David Wilkerson: spam zijt gij en tot spam zult gij wederkeren

Eerder gepubliceerd op 6 december 2009, in reactie op een co- lumn van David Wilkerson van 4 december 2009, gisteren zonder kennisgeving op het Nederlandse Wilkersonblog herplaatst, zelfs zonder toegevoegde waarde opnieuw vertaald.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/07/01/de-wereld-in-een-knellend-doosje/trackback/

%d bloggers liken dit: