In de bol

De grenslijn tussen religieuze vervoering en waan is dun.

Iedereen kent een privé-persoon en de versie die men de buitenwereld toont. In het algemeen komt het de geestelijke gezondheid ten goede als tussen beide weinig verschil bestaat.

Stel je voor dat je heteroseksueel bent en daarvoor niet durft uit te komen in een maatschappij waarin de verderfelijke homoseksualiteit de norm is. Dan moet je een wezenlijk deel van je identiteit loochenen en net doen alsof je op mensen van je eigen kunne valt!

Sommige mensen leiden zulke schijn- of dubbellevens. Neem bijvoorbeeld de conservatieve politici en televisiedomineees uit de Verenigde Staten die de afgelopen jaren ontmaskerd zijn als fraudeur, echtbreker en/of hoerenloper. Hun christelijk-conservatief geluid werd met terugwerkende kracht een misselijke schijnvertoning.

Van de bekende charismatische prediker David Wilkerson, overleden april dit jaar, zijn gelukkig niet zulke onthutsende feiten bekend. Toch is met hem iets verwants aan de hand. Na zijn dood is zijn familie begonnen zijn zogenaamde ‘nalatenschap’ te publiceren.

De benaming is vreemd, want David Wilkerson publiceerde al vijf dagen in de week religieuze overdenkingen. Men kan zich moeilijk voorstellen dat hij een voorraadje aanlegde, voor dagen of weken dat hij het te druk had of even geen inspiratie.

Hoe dan ook, dit nagelaten materiaal wijkt soms af van wat we van Wilkerson gewend zijn. Zo was recent bijvoorbeeld een gedicht van hem te lezen, iets wat Wilkerson bij leven bij mijn weten nooit eerder naar buiten had gebracht. Erin schreeuwt Wilkerson zijn zwak geloof uit.

Onwillekeurig bekruipt de lezer het gevoel: deze tekst is nooit voor mijn ogen bestemd geweest. Dit zijn de woorden van een prediker in een religieuze en existentiële crisis, iemand die wordt verscheurd door de spanning tussen zijn uiterlijke en werkelijke zelf!

Vandaag wordt de twijfel een zekerheid: hier ontspoort iets. “Wilkerson” publiceert een preek waarin – opnieuw: voor het eerst in zijn carrière – het onderscheid tussen de stem van God en Wilkerson’s commentaar-/uitlegstem is uitgewist. Hij citeert een vers uit Spreuken en schrijft vervolgens in hetzelfde “Goddelijk” taalregister door, alsof hij God is:

Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan (Spreuken 12:18)

Met grote opborrelende woorden spreken de revolutionairen
Zij gebruiken hun tong als het steken van een zwaard
Een slecht mens graaft het kwaadaardige op,
En op zijn lippen ligt een brandend vuur, het onblusbare vuur uit de hel

Maar de goddeloze zal worden verstrikt door de overtredingen van zijn eigen tong
Hij die zijn tong bewaart, bewaart zijn leven
Maar hij die zijn mond wijd open doet zal vernietiging zien
Een rechtvaardig mens haat tongen vol leugens, en tongen zonder genezing

De lamp van de goddeloze zal worden gedoofd, en zijn lippen zullen verzegeld worden.
Want iedere boze taal zal omver worden geworpen
Maar de tong van der wijzen zal genezing brengen

“Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten” dichtte Kloos niet onverdienstelijk. Hij gebruikte zijn dichterlijke vrijheid maar meende het niet echt. Zulke speelsheid is van de altijd ernstige Wilkerson niet te verwachten. Ook kende die het verschil tussen letterlijk en figuurlijk niet.

Feit is dat Wilkerson altijd vatbaar is geweest voor een voorstelling van zaken waarin Christenen een maatschappelijk vervolgde groep zijn. En dit in de Verenigde Staten, het Christelijkste land ter wereld!

Dit alles bij elkaar laat de lezer verward en bedroefd achter. Hij was misschien geen hoerenloper – maar ging het al die jaren wel goed met David Wilkerson?

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/09/13/in-de-bol/trackback/

%d bloggers liken dit: