David Wilkerson diende onwetend de duivel

David Wilkerson claimde altijd weinig overtuigend namens God te spreken en beschuldigde anderen onkritisch een dwaalleer te verkondigen. Vandaag wordt onthuld dat hij zelf al die tijd willig werktuig van satan was.

                   

De sleutel tot Wilkersons ontmaskering is, zoals altijd bij de duivel, de inhoud van het vermeend ‘ware’ geloof.

Een schooljongen kon het zien

Over David Wilkerson:
“Het Hebreeuwse woord voor David is een synoniem voor valse leraar, hij vertegenwoordigt duidelijk de valse leren”.

Over zijn volgelingen:
“Hier is een groep van Gods volk, vol met goede werken en liefdadigheid en een vorm van geloof en geduld. (..) Ze waren betoverd door een valse leer, een leer die was vermomd als een waar Woord maar in werkelijkheid kwaadaardig was”.

Over hun onnozelheid:
“Ik wil in niet mis te verstane woorden tegen u zeggen dat het gevaarlijk is om onder de leer van Wilkerson te zitten. Valse leer kan u veel gemakkelijker verdoemen dan alle lusten en zonden van het vlees bij elkaar. Valse predikers en leraren sturen meer mensen naar de hel dan alle drugsdealers, pooiers en hoeren bij elkaar! En dat is niet overdreven! Complete menigtes van blinde, misleide Wilkersonvolgelingen zingen en prijzen de Heer in gemeentes die slaven zijn van valse leer. Er zitten duizenden gelovigen bij hem – en ze komen altijd bij zo’n dienst vandaan zeggende “Dat was een goede dienst hé?” (..) Het is [een] serieuze zaak naar welke kerk je gaat, naar wie je luistert en welke leer je hart gegrepen heeft”.

Over denken dat het jou niet treffen kan:
“Jezelf aan de duivel overgeven (..) gebeurt in de gemeente, tijdens evangelische bijeenkomsten en conferenties en tijdens grote onderwijsseminars!”.

Het onderscheiden van de ware leer

Oke, tot dusver hebben we enkele beledigende citaten van Wilkerson tegen hemzelf gekeerd, voorbeelden van maar raak beschuldigen. We hebben zijn naam en die van volgelingen ingevuld waar Wilkerson andere christenen beledigt.

Onderscheidt Wilkerson zijn ware leer niet op een of andere manier van de vele valse leren, zodat de gelovige iets heeft om zich aan vast te klampen? Zelfs in de Middeleeuwen werd een beschuldiging van hekserij, hoe belachelijk en provisorisch dit ook werd gedaan, onderzocht voordat de verdachte vrouw werd vermoord. Zelfs deze woeste christenen hadden een gevoel van fatsoen. Hoe scheidt Wilkerson het kaf van zijn koren?

Op de afbeelding: de waterproef: verdrinkt de verdachte vrouw, dan wordt ze postuum vrijgesproken, blijft ze drijven, wordt ze verbrand als heks.

Wilkerson hanteert diverse criteria. Het eerste: “Het kenmerk van een volwassen gelovige is het weigeren om stuurloos rond te dobberen en met elke wind te waaien (Efeziërs 4:14). Dergelijke gelovigen kunnen niet worden gemanipuleerd door welke leraar dan ook”.

Kortom een Wilkersongelovige blijft bij Wilkerson, zoals een andersgelovige bij zijn/haar andersgelovigheid blijft.

Zo kun je natuurlijk niet uitmaken welk geloof het ware is. Dit criterium onderscheidt slechts tussen twee amorfe groepen: dogmatici, agressief tegen alles wat van hen afwijkt, en menslievender/slappe gelovigen, rekkelijker in de leer.

Dat Wilkerson rekkelijken afdoet als “stuurloos” en andere meningen dan de zijne neerzet als “pogingen tot manipulatie”, toont hem als dogmaticus.

Een tweede manier om valse gelovigen te herkennen is aan hun neiging naar een valse leer te grijpen: “Het [is] de neiging van christenen die een (verborgen) zonde of lust met zich meedragen, zich te verbinden aan een valse leer die hen alleen maar zal bevestigen in hun zonde”.

Precies zoals Wilkerson-christenen de neiging hebben zich vast te grijpen aan Wilkersons leer, die hen bevestigt in hun opvatting van zonde.

Een derde criterium is de religieuze voorganger. Een ware christenvoorganger:

Maar dat is slechts herhalen dat de ware voorganger een dogmaticus moet zijn! Dat dogmatische spreekt ook uit Wilkersons: “Er bestaan slechts twee doctrines. De leer van Christus en de leer van Izebel”.

Wilkerson beweert nog meer over collega’s:

  • Je hebt te lievige, die niet durven veroordelen en hun gemeenteleden willen ‘helpen’
  • Je hebt te harde, liefdeloze, “een hard, wettisch en liefdeloos evangelie
  • Je hebt de predikers van het ware geloof, er tussenin

Ik neem aan dat u slim genoeg bent om hier doorheen te prikken.

Een vijfde criterium: bezetenheid door leugengeesten:

Achab was blind voor het verschrikkelijke feit dat hij door leugengeesten werd geleid. Deze leugengeest kwam niet van God maar stond onder Zijn bevel. Kwaadaardige, liegende geesten moeten komen en gaan op Zijn woord. Ze komen niet van God maar worden wel door God gestuurd (..).

Deze leugengeest maakte dat Zedekia, een valse profeet, opschepte dat de Geest van God op hem was. De leugengeest in hem kon in alle eerlijkheid verklaren “De Heer heeft mij gestuurd”. Leugengeesten zijn heel goed in mensen overhalen (..). Christenen die gebonden zijn door de Jezebelleer zijn er 100% van overtuigd dat ze gelijk hebben, het is onmogelijk voor hun om de misleiding te zien.

Niemand weet, aldus Wilkerson, of een leugengeest door zijn of haar mond spreekt. Daarmee is dit criterium onbruikbaar. Wel leent het zich goed voor een dogmatismetest (zie criterium 1), op basis van de reacties van de gelovige:

  • Een rekkelijke denkt bij het vernemen van het criterium: vergis ik me niet?! Hij of zij onderzoekt zijn geloof – maar dat deed hij of zij altijd al.
  • Een dogmaticus denkt: o, wat zitten die anderen verkeerd!

Maar dogmatisme interesseert me hier niet.

Zesde criterium: drie geloofsinhouden, drie tekens van een valse leer:

Al weer komen we niet verder. De eerste twee tekens veronderstellen dat we al weten wat de ware leer is. Je kunt wel zien dat Wilkerson een vurig dogmaticus is: het lukt hem gewoonweg niet zich in andere standpunten te verplaatsen of zich ervoor open te stellen. Hij meent nu eenmaal altijd gelijk te hebben.

Het derde teken biedt wederom schijnhouvast, want ‘hebzucht’, ‘voorspoed’, ‘vrede’, worden door de beoordelaar zelf gedefinieerd. Iedereen is blij en geïnspireerd – Wilkerson voelt de kracht van Elia over zich vaardig worden – wanneer hij of zij het eigen ideaal/vooroordeel bevestigd meent.

Tot slot:

Voorgangers, leraren en mensen in de gemeente zeggen allemaal “We willen alleen de waarheid, verkondig het ons zoals het is. Ga maar en giet het uit, het maakt niet uit hoeveel pijn het doet”.

De mate van gepreekte hel en verdoemenis is de cruciale onderscheidende dimensie maar – het wordt een beetje saai – het oordeel daarover hangt af van de maatstaven van de beoordelaar. Ieder kermt op een bepaald moment: dit is te streng, te somber, te enzovoort!

Dit inzicht valt buiten het bevattingsvermogen van de blinde voorganger, zoals we treurig al meermalen hebben kunnen en moeten vaststellen:

“In hun harten zijn sommige [gelovigen] woedend “Teveel somberheid, het is te hard, teveel hel en verdoemenis, ik kan het niet meer verdragen ik wil er niets over horen”,

meent hij de bokken van de schapen te kunnen scheiden. Maar je kunt er niets mee. De ene gelovige beschuldigt David Wilkerson van liefdeloosheid en te grote strengheid, de ander juist van te grote zoetsappigheid en materialisme.

De norm van God is Wilkerson. Gelovigen zijn voor minder met een steen om de nek het water ingegooid.

Waterproef1

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/09/19/david-wilkerson-diende-de-duivel/trackback/

%d bloggers liken dit: