De luiken dicht

Geen groter belediging voor God dan prediker David Wilkerson en zijn volgelingen.

gesloten luiken

Sommige mensen zijn zo verliefd op hun invallen, dat ze nergens anders meer op letten. Zinnigheid bijvoorbeeld. Dat het ergens over gaat. Dat je na lezing kunt zeggen: Ahh, ik begrijp wat u bedoelt!

David Wilkerson, prediker in ruste maar nog niet uitgepubliceerd, is zo iemand. Voor de derde keer binnen een week begint hij over zijn taalvondst ‘over-verhoren’.

Iets nieuws heeft hij niet te melden. Moeilijk te begrijpen is het in beginsel niet: ‘meer geven dan waarom wordt gevraagd’.

Zegt de slager: “Mag het een onsje meer zijn?”, hoor je er niemand over. Maar Wilkerson’s materie is immaterieel. Hij is deskundig in de Grote Onzichtbare. Bij Die is het geregeld de vraag of Hij je heeft gegeven waarom je hebt gevraagd of, elementairder nog, of Hij wel naar je luistert.

Laat staan dat Hij ongevraagd meer geeft dan waarom je hebt gevraagd.

Als om twijfel te overschreeuwen prijst Wilkerson de Heer daarom omstandig. Onbetwistbaar bewijs dat “over-verhoring” plaatsvindt, vindt Wilkerson dat het beloofd wordt:

Het Nieuwe Testament staat vol met beloftes waarin bewezen wordt dat God de gebeden van Zijn volk over-verhoort.

Een ‘belofte’ is echter per definitie geen ‘bewijs’. Dat heeft niets met religie te maken, maar met zindelijk taalgebruik.

Niets zou eenvoudiger zijn dan dat Wilkerson een reeks voorbeelden uit de afgelopen maanden aanhaalt. Een beroep op de huidige werkelijkheid wordt in zijn geloof echter als blasfemie ervaren. Het algehele kenmerk van dit geloof: het is van horen zeggen.

Met uitzondering van wonderen. Ook in het huidige tijdsgewricht komen ze voor, volgens Wilkerson. Wel hebben ze de vorm van een eenvoudige invuloefening, waarin alles altijd een wonder is. Sterft een kleinkind in plaats van dat God de gebeden verhoort en genezing brengt, prijst men God om de prachtige zinnen van geloof die het meisje prevelde voor haar verscheiden.

Of neem de ‘dagelijkse wonderen’. Kan een wonder wel dagelijks zijn? Heet het dan geen regelmaat?

Vast onderdeel van het wonder-vertoog is de jijbak, ingezet wanneer de beloften van God op moment van spreken nog niet zijn vervuld, het wonder nog niet is geschied. Dan ligt het aan de gelovige. Die gelooft verkeerd, te weinig, bidt niet goed, enzovoort. Verbeter je leven, krijgt hij/zij mee.

Wat beter moet, varieert. Wilkerson vergeet wat hij in de loop der jaren allemaal nog meer over (verhoren van) gebeden beweerd heeft. Zo stelde hij nog niet eens zo heel lang geleden dat God gebeden op Zijn voorwaarden verhoort:

  1. op Zijn tijd
  2. op Zijn manier (je kunt iets heel anders krijgen dan waarom je had gevraagd)
  3. en/of na reiniging van je verzoek(en)
  4. en nadat je afziet van iedere wens op vervulling
  5. bovendien heeft Hij een goede reden om niets te geven

De gelovige is ook in die preek het probleem: te bang om zijn of haar gebed te onderwerpen aan toetsing door de Heilige Geest of de irritante wens koesterend dat God zijn of haar verzoeken honoreert.

Wilkerson kennende, weet je dat het wachten was op de dag dat hij het tegenovergestelde zou beweren (nog wel met de conclusie: beter je leven). Vandaag is het zover:

God smeekt ons bijna om Hem om geweldige dingen te vragen! (..) Een koning is verplicht om te zorgen voor zijn onderdanen, en zijn volk eert hem door om groots te vragen, gelovende dat hij alles heeft wat ze nodig hebben en dat hij bereid is hen overvloedig te voorzien. (..) Heeft u God beschaamd door uw kleine verzoeken?

Denk niet dat Wilkerson, hiermee geconfronteerd, een probleem heeft. Hij kan roepen: “Alles wat een mens echt nodig heeft en tevens grootste gift die een mens kan krijgen, is God mogen gehoorzamen” of “Ik bedoelde: grootse geestelijke/ geloofsgiften“.

Een andere jijbak die ik u niet wil onthouden, is Wilkerson’s afkammen van andermans bidden:

God smeekt ons bijna om Hem om geweldige dingen te vragen!” – qua over-verhoring is deze opmerking niet terzake. Vraag je geweldige dingen, zal God nog steeds overtoepen. Over-verhoren is nu eenmaal meer geven dan waarom gevraagd.

Zo gaat het door. Dat zijn volgelingen dit alle jaren dankzeggend slikken, toont met wie we te maken hebben: hulpeloze mensen, smekend om verlost te worden van de last van verantwoordelijkheid voor hun denken en handelen, voor hun leven.

Laat de luiken geloken zijn
Laat de luiken geloken zijn
wiege wiegele weine
en de stilte onverbroken zijn
wiege wiegele wee.

Wen het kindje gedogen wil
moe en tevreeën,
dat de blinkende ogen stil
toe zijn gegleeën,

dan zal komen de dromenvrouw
zacht over de grond
zij de vrome, die schromen zou
zo zij wakenden vond.

En zij zal in de lange nacht
aan het hoofd zich vlijen
met der dromen wufte vlinderpracht
het kindje verblijen.

Het verhaal zal zij weer beginnen
het angstig mooie
en zij zal zich duizend keer bezinnen
en het niet voltooien.

Laat de luiken geloken zijn
wiege wiegele weine
en de stilte onverbroken zijn
wiege wiegele wee.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/09/27/de-luiken-dicht/trackback/

%d bloggers liken dit: