Dronken van de Geest

Jezus reed op een ezeltje…een prachtig beeld – o nee, het was de werkelijkheid. Precies zo verslikt prediker David Wilkerson zich in een maaltijd.

Kent u die ervaring? Zegt u ook weleens wat doms? Neem de onvergelijkelijke prediker David Wilkerson. Die schreef ooit:

Wat een prachtig beeld: 74 mannen van God zaten bij Hem, te eten en te drinken! Wat een bovennatuurlijke tafel!

Wat? Bent ook u niet verpletterd door de kracht van dit beeld? Het overkomt de besten:

Het lijkt alsof het zo overweldigend was dat niemand behalve Mozes het kon bevatten; het ging hun verstand te boven.

En dan zagen zij live – we spreken over Mozes en het Joodse volk, op hun barre tocht naar het Beloofde Land, lang, lang geleden – wat voor ons slechts wóórden zijn: een stoep van saffier en eten en drinken als alle dagen, misschien een goddelijk rijke dis!

Wij moeten ons inleven op basis van een beschrijving. Het tafereel mag bovennatuurlijk zijn maar, met permissie, de beschrijving is dat niet. Hij wil maar niet ‘van de grond komen’.

U zegt misschien: “God zat aan!”. Maar dan zeg ik: afgaand op Wilkersons woorden zou je denken dat het om een ander ging. Diens loftuiting voelt aan als het corrigerend duwtje dat ouders soms hun kinderen geven: rug recht, het is opa.

U bent misschien door opvoeding of anderszins bevreesd voor godslastering. Daarom vervang ik, om u in staat te stellen u geestelijk open te stellen voor een argument, ‘God’ in de geschetste situatie door een mens. Nu kunt u de beschrijving zonder gevaar op u in laten werken:

Drie aanbidders zaten aan bij het mooiste meisje van de klas, te eten en te drinken! Wat een bovennatuurlijke tafel!”.

De auteur slaat een elementaire schrijfwenk in de wind: Show, don’t tell. Beeldender dan Wilkerson is de Bijbeltekst:

Zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf.

De retorische middelen zijn zowel grof – saffier = blingbling – als subtiel: de ouden zien slechts Gods voeten – die stralen als de hemel – hoe immens moet Hij wel niet zijn!

Wilkerson noemt na de eetscène allerlei Bijbelstukjes waarin mensen om een tafel zitten. Hij meent zo een betoog op te bouwen: “Ik probeer aan te tonen dat er in het Oude Testament een koninklijke tafel was die een type en schaduw was van de hemelse tafel.”

Ongetwijfeld tafels waarvoor u diverse graden van respect dient op te brengen.

Laat David bijvoorbeeld zijn stoel onbezet, uit vrees dat Saul hem vermoorden zal, dan weet Wilkerson:

Ik vraag me af hoeveel mensen hier de geestelijke betekenis van zien. Saulus was zeer zeker geen beeld van Christus, en zijn tafel was ook geen beeld van de tafel van de Heer. Maar de oudtestamentische tafel van koningen is een schaduw van het ware beeld van de hemelse tafel van de Heer.

Oftewel: “Hoewel dit geen goed voorbeeld is, is het een goed voorbeeld”.

Vervolgens stelt Wilkerson God voor als zielenpiet. God zet alles klaar voor een gigantisch feestmaal – en niemand komt opdagen. De bedoeling van Wilkerson lijkt dat u zich schuldig voelt.

Ook houdt God van lekker tafelen:

Ik stel me onze Heer voor terwijl Hij naar beneden op de aarde kijkt (..). Ik vraag mezelf af wat onze Heer het meest verlangt van hen die beweren aan Hem toegewijd te zijn. (..) GEMEENSCHAP AAN ZIJN TAFEL! Eenheid rond Zijn hemelse tafel! Een plaats en een tijd van intimiteit! Een continu komen in Zijn aanwezigheid voor voedsel, kracht, wijsheid en kameraadschap.

We moeten het eten geestelijk opvatten. Inderdaad vroegen wij ons al een tijd af wanneer de preek – naar het type van de Bergrede – zou beginnen.

Maar eerst scheldt Wilkerson op andere gelovigen:

Dit is een generatie met een beperkte openbaring van de Heere Jezus omdat zovelen niet aanwezig zijn bij het feestmaal! Hun zetels zijn leeg!

We werken onszelf nog kapot, we zullen een burn-out krijgen! We reizen overal naar toe en geven onze lichamen voor Zijn werk – maar we zijn zelden aanwezig bij het feestmaal! We behandelen de tafel van de Heer op een oneerbiedige wijze! We zijn niet serieus in het innemen van onze plaats met Hem aan tafel om van Hem te leren!

De ‘feestmaaltijd’ blijkt een rebus:

Volgt een bruggetje: “Hier zijn de drie toewijdingen die God zoekt bij een ieder die aan Zijn tafel gezeten is”. Nóg verwacht Wilkerson dat iemand hem volgt op zijn levensgevaarlijke toeren. Mij niet gezien!

Als ze al te bevatten waren! Vooralsnog blijft het echter tafeltje dekje, geestje strek je.

Al sinds het kruis hebben alle geestelijke reuzen een ding met elkaar gemeen. Ze namen de tafel van de Heer serieus en raakten verloren in de grootsheid van Christus.

Dat is weer dat visioending, “verloren raken in de grootsheid van Christus”.

We moeten stoppen met Christus te bestuderen, we dienen naar Zijn tafel te gaan en het de Heilige Geest toestaan om Hem aan ons te openbaren! En dat vereist een hoop tijd aan Zijn tafel.

Na deze inspanningen is het tijd om de geestelijke benen te strekken:

Ik heb heel veel boeken gelezen over Jezus Christus – maar al die auteurs konden Hem niet. Ze waren zo klinisch, precies en zuiver in de doctrine – maar volkomen levenloos! Ze hadden niet gegeten en gedronken in Zijn aanwezigheid!

Na deze eerste toewijding volgen er nog twee en aanvullend gescheld:

De kerk wordt overspoeld met wannabe profeten die rond gaan en zeggen “God heeft gesproken” of “Ik heb een woord van God voor u”. Maar het meeste van wat ze zeggen is klinkklare onzin!

David toch! Dan meer eten:

Ik las totdat God zei: “STOP! EET DAT BOEK OP!”. Heiligen van God EET HET BOEK OP, gooi het weg!

Is het nu opeten of weggooien? 🙂

Wij, echter, hebben al gegeten en gedronken.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/11/26/niet-anders-dan-gewoonlijk/trackback/

%d bloggers liken dit: