Voorbede voor een seriële tekstverkrachter

“O Heer, vergeef het hem! Hij wist niet wat hij deed!” – aldus mijn voorbede voor David Wilkerson, de overleden charismatische woordenbakker.

David Wilkerson, geslagen man Gods, bleef zich tot het eind toe afvragen wat hem overkomen was. Hij had de Laatste Dagen dan wel mogen afkondigen…maar wat had hij daarmee afgekondigd?

Deze week plaatsen de bezorgers van zijn nalatenschap drie pre- ken over het vers Zacharia 12:10. Omdat het een profetische tekst is, vol vervoegingen van het werkwoord ‘zullen’, zal Wilkerson ge- dacht hebben dat het met de Laatste Dagen te maken moest of kon hebben, die immers ook nog moe(s)ten gebeuren.

Misschien zocht Wilkerson in de tekst een sleutel tot wat hij had mogen buikspreken namens God:

Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem (..) zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.

Klein probleem bij de interpretatie van dit vers is de dubbelzin- nigheid van de tekst. De Nieuwe Bijbelvertaling geeft twee ver- taalvarianten:

  • Weeklagen over degene die ze hebben doorstoken – niet Jahweh (dit is de hierboven geplaatste vertaling)
  • Het ‘doorsteken’ verwijst terug naar degeen tot wie ze zich wenden – Jahweh: “Ze zullen naar mij kijken, die ze hebben doorstoken”

Wilkerson’s bijdragen deze week:

  1. De volgelingen van de Latter Rain-beweging hebben de tekst verkeerd geïnterpreteerd. Wilkerson’s overtuigendste argu- ment: de beweging is zo goed als van de aardbodem verdwe- nen en ware gelov(ig)en oogsten zielen. Dus ze zaten fout.
  2. Hij weet de juiste interpretatie: de Heilige Geest zal in de Laatste der Dagen wondere werken verrichten onder de dan levende lidmaten van Gods volk.
  3. Hij betrekt een stelling die hij al decennia verkondigt: volle- dige gehoorzaamheid is vereist. Dit stokpaardje berijdt hij nu op Zacharia 12:10.

Stokpaardjes draven zonder grond onder de hoeven. Geen vonken spatten van hun ijzers, geen hoefgetrappel bereikt een trommel- vlies. Het zijn spookrijders in de nacht.

Zo ook vandaag. Het minste is een misverstand. Wilkerson ver- taalt “weeklagen” als “smeekbede”. Andere Bijbelvertalingen ge- ven: rouwen (Groot Nieuws Bijbel, 1996) rouwklagen (Staten- vertaling, Jongbloed-editie) of rouwklacht (Willibrord-vertaling, 1995; NBG, 1951).

Vervolgens raadpleegt Wilkerson  zijn vermaarde woordenboek Oud-Hebreeuws:

Het woord smeekbede (zie Zacharia 12:10) wordt nooit in de Bijbel gebruikt behalve dan bij een schreeuw of een gebed die een stem krijgt. Met andere woorden, het is niet privé en meditatief. Smeekbeden hebben te maken met de stem!

Het Hebreeuwse woord voor smeekbede betekent “een olijftak omwikkeld met wol, of een soort van doek, ge- woven door een smekeling die zoekt naar vrede of o- vergave”. Het wordt ook wel “de rank van gebeden” genoemd. Simpel gezegd waren het vlaggen die sym- bool stonden voor een schreeuw van totale, onvoor- waardelijke overgave.

Stel uzelf een moegestreden soldaat voor (..) in een schutterput (..). Hij breekt een tak van een boom, bindt zijn witte onderhemd eraan, houdt het omhoog, kruipt uit zijn schuttersput en schreeuwt: “Ik geef me over!”

Dat is een smeekbede! Het zegt “Ik geef me over! (..)”

Ik heb Wilkerson’s tekst ontdaan van overbodige bijvoeglijke naamwoorden. Zelfs zonder woordenboek snapt menigeen de be- tekenis van het omhoogsteken van de witte vlag in een oorlogs- situatie. Dat Wilkerson de soldaat als enige overgebleven soldaat van zijn leger in een schuttersputje plaatst, tekent zijn verhitte fantasie. De geschrapte woorden:

haveloos, kapot, moe, overweldigd, volkomen vastge- lopen, helemaal alleen, moe, verwilderd, aan het einde

vrij leger van 1 soldaat in schuttersputje tegenover vijandig leger

De enige reden die ik kan bedenken voor deze dramatische over- kill, is dat Wilkerson koste wat kost bij de Laatste der Dagen wil komen. Na zoveel dramatiek is iedere lezer vergeten waar het in het begin ook al weer om en over ging. Duidelijk is dat dingen gi- gantisch uit de klauwen gelopen zijn!

Wilkerson’s stokpaard draaft verder in de Laatste der Dagen, nu met een oproep van de ruiter om uw wilskracht te gebruiken om uw wil te breken:

Een smeekbede is (..) het volkomen opgeven van uw eigen wil en uw eigen wegen!

Zijn theatrale, licht hysterische inborst geeft Wilkerson in dat sme- ken met kabaal gepaard behoort te gaan. Dit vervangt een andere veronderstelde vorm van Christelijke geluidsoverlast, schreeuwen met eigen wil.  Meer smaken kent Wilkerson niet – ‘verstilling als in een klooster’ komt in zijn geestelijk woordenboek niet voor:

Eeuwenlang hebben Christenen tot God geroepen, ver- vuld met hun eigen wil, schreeuwend en smekend (..).

Het betere alternatief in de Laatste der Dagen:

Maar in de laatste dagen zal de Heilige Geest (…). We zullen wakker worden [enz enz (..)] Er moet een over- gave zijn! Onze schreeuw moet vergezeld worden door een bereidheid om alles in ons leven op te geven wat niet als Christus is!

Ik vat samen, met mijn oordeel:

  • Wilkerson vermoeit de lezer met het oplossen van door hem zelf gecreëerde theologische problemen.
  • Zijn oplossing: tekstverkrachting tot hij is waar hij wil wezen
  • Dit was niet de eerste keer. Klik hier en hier.

Welk kruid is gewassen tegen deze spookrijder, welke godheid kan het religieus wemelend gedierte aan? Het schuimt en scheidt vlok- ken om de mondhoeken af, plant zich voort onder stenen, in don- kere, vochtige stukken aarde. Het vindt zichzelf heel wat. Heer, kom spoedig!

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2011/12/09/voorbede-voor-een-serial-tekstverkrachter/trackback/

%d bloggers liken dit: