Bijna goed

Het is altijd afwachten welk Bijbelvers vandaag op uw situatie van toepassing is.

                         

Stel u voor dat u voor de rechtbank staat. Het hof leest de aanklacht voor. Moord, doodslag, bloedschande en een reeks terroristische aanslagen. U weet: ik heb dit allemaal gedaan. U schrikt: “En zonder verzachtende omstandigheid!”. In u begint iets verschrikkelijk te knagen. Het is uw geweten!

Tja. Uw situatie is uitzichtloos, laten we er niet omheen draaien. Zelfs vrouwe Justitia knoopt een blinddoek voor. Ze kan uw misdaden niet langer aanzien.

Dan komt uw advocaat uit de wc gesneld, “Hoge nood!” roepend ter verontschuldiging. Geen sterke binnenkomer.

Hij strekt zijn klamme handen voor zich uit. Dit gebaar overtuigt u plots. Alles zal toch goed komen!

De advocaat neemt u terzijde: “De rechter is familie van me”. Hij geeft uw hand een zacht kneepje.

U bent nog overtuigder!

Gelooft u in uw doodsnood alles wat u wilt geloven? U bent niet in de stemming hierover na te denken. Bovendien neemt uw advocaat het woord.

“Ik”, zegt hij, “heb mijn cliënt geadopteerd. Belangrijker nog, en ik vraag de rechtbank dit mee te wegen in haar besluitvorming, ik heb voor mijn cliënt een meervoudige doodstraf en onbeperkt aantal keren levenslang uitgezeten. Vader, u kent me! Ik eis onmiddellijke invrijheidstelling!”.

Rumoer op de publieke tribune. “Klassejustitie!”, “Handjeklap!”. Het zijn vast familieleden van slachtoffers. Enkelen kijken u met bloeddoorlopen ogen aan en maken met hun vlakke hand een horizontale beweging over hun hals.

Na de schorsing, ontruiming van de zaal en hervatting, valt uw advocaat de aanklager van het Openbaar Ministerie aan: “U weet dat ik gelijk heb!”.

De aanklager ontvlucht het gerechtsgebouw.

De rechter komt snel tot een uitspraak: doodstraf wegens meervoudige moord en ernstige schade toegebracht aan minderjarigen onder uw hoede.

Uw advocaat straalt: “Had ik het niet gezegd!” en declameert:

‘Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Gerustgesteld door dit perfecte Bijbelwoord werpt u een laatste blik over uw schouder. Daar staat uw advocaat. “Toch had ik liever gehad dat een paar verzen eerder in vervulling waren gegaan!” weerkaatsen de hoge muren uw weerspannig stemgeluid.

Uw parate Bijbelkennis oogst bewondering, mensen herkennen het heilig boek: “Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij“.

“Geduld”, zegt de rechter. Ook hij heeft uw conversatie met uw advocaat beluisterd. “Wat in het vat zit, verzuurt niet”.

Uw advocaat doet een laatste duit in het zakje: “You win some, you lose some!”, lacht hij joviaal ten afscheid.

Voor happy ends wende u zich tot Wilkerson“, mompelt de bewaker, door niemand serieus genomen vanwege zijn geringe functie.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/01/25/bijna-goed/trackback/

%d bloggers liken dit: