Slappe washand van geloof

David Wilkerson verbetert Jezus onherstelbaar.

Wie teveel spreekwoorden gebruikt, loopt het gevaar oubollig te zijn. Ieder cliché bevat een kern van waarheid (zelf een cliché) maar de frisheid is van de meeste zegswijzen wel af (vandaar: cliché).

Bovendien is er bij ieder standpunt, ook bij het aan jouw standpunt tegenovergestelde, een passend spreekwoord te vinden, in overeenstemming met de retorische basiswet: voor ieder standpunt valt wel wat te zeggen.

Vaak dien je je gehoor meer door in directe taal te spreken. Dat scheelt het dubieus beroep op het gezag van de traditie. Want daarop is de overtuigingskracht van spreekwoorden gebaseerd.

Naast spreekwoorden heb je ook beeldspraak en staande uitdrukkingen. “De handschoen opnemen” betekent bijvoorbeeld een uitdaging aannemen. Niet een uitdaging die men zichzelf stelt, zoals de Mount Everest beklimmen, maar een situatie als de kroegvriend die de mannelijkheid tart: “Wedden dat jij geen tien glazen bier binnen een minuut kunt opdrinken?”.

Andersoortige praktijken waarin iets letterlijks een tweede betekenis aanneemt, zijn rituelen, bijvoorbeeld het drinken van de wijn en het breken van het brood of innemen van de hostie in het christelijk Avondmaal.

De Nazi’s, bijvoorbeeld, bouwden een pseudo-religieuze cult rond vroeg gevallen ‘kameraden’. Hun lege boodschap kreeg zo als vanzelf iets heroïsch. Mensen hadden hun leven gelaten voor de zaak, die moest dan toch wel iets van waarde voorstellen.

ik ben bang dat de maker van dit filmpje nog ‘in Hitler’ is

Een laatste voorbeeld in deze sfeer van menselijke uitingen met overdrachtelijke betekenis is exemplarisch onderricht. Denk aan de leider die voorgaat in de strijd, de kapitein die als laatste het zinkend schip verlaat of de zenmeester die de tempel aanveegt.

In deze laatste categorie valt ook het voetenwassen door Jezus, waaraan prediker David Wilkerson vandaag een beschouwing wijdt. Jezus demonstreert dat de hoogsten de laagsten moeten kunnen zijn.

Sommige christenen, meldt Wilkerson, hebben het voetenwassen door Jezus omgevormd tot een ritueel en wassen nu elkaars voeten in de eredienst. Dit is een misvatting – het voetenwassen is geen ritueel ingesteld door Jezus, anders dan het heilig Avondmaal. Maar Wilkerson maakt er toch geen bezwaar tegen, waarschijnlijk vanuit de overtuiging dat zinloze handelingen het geloof geen schade berokkenen.

Van de weeromstuit relativeert hij het belang van rituelen (“slechts een ritueel“).

Wilkerson geeft de “ware betekenis” van het voetenwassen door Jezus, welke verloren gaat in voetenwassen als quasi-christelijk ritueel.

Waarschijnlijk omdat het religie betreft, gebruikt Wilkerson de onbekende uitdrukking “geestelijke betekenis“:

[Jezus] vroeg hen: “Weten jullie wat ik zojuist gedaan heb?”. Met andere woorden: begrijpen jullie de geestelijke betekenis van het voetenwassen?”

Waarschijnlijk bedoelt Wilkerson met “geestelijk” aan te geven dat de betekenis niet letterlijk moet zijn en verwijst naar iets uit een andere dimensie, in deze wereld echt en concreet schijnend.

Kenmerk van spreekwoorden én gewone woorden – van alle woorden feitelijk –  is dat hun betekenis niet eenmalig is. “Wil je het raam sluiten?” betekent over een eeuw wat het ook vandaag betekent.

Ook de betekenis van het spreekwoord “Beter een vogel in de hand, dan tien in de lucht” verandert niet van vandaag op morgen, zoals ook de strekking van Jezus’ aanschouwelijk onderricht van het voeten wassen de tijd trotseert. Wilkerson, op zijn manier:  “Ik geloof dat de vraag van de Heer ook voor ons vandaag de dag geldt”.

Nu stelt Jezus niet alleen de vraag maar geeft ook het antwoord. Wilkerson heeft er geen oog voor, in beslag genomen door een handdoek. Jezus:

Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij.  ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.  Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.  Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt‘.

Wilkerson:

Ik geloof dat Jezus ons hier een voorbeeld gaf van het soort fysieke manifestatie waar Hij het meest naar verlangt, dat van “het opnemen van de handdoek”.

Inderdaad een geestelijk antwoord:

  1. Wilkerson lijkt met “fysieke manifestatie” iets concreets of letterlijks te bedoelen – het wassen van de voeten, zich afdrogen met een handdoek – maar ‘fysiek’ verwijst nergens naar; de ‘manifestatie’ vindt niet plaats in de materiële wereld.

Vrouw die handdoek opneemt terwijl ze haar voeten afveegt

     2. Tegelijk pretendeert de uitdrukking “opnemen van de
          handdoek” geestelijke/religieuze uitdrukking te zijn en
          haakt naar een andere dimensie.

De kans op dat laatste is echter nihil. Een letterlijke betekenis als springplank naar het hogere ontbreekt. Die springplank is er bij andere uitdrukkingen en Jezus’ voeten wassen wel:

  • Het spreekwoord “de handschoen opnemen” gaat terug op de Middeleeuwse praktijk dat de ene ridder de andere een handschoen toewierp als teken dat hij hem uitdaagde tot de strijd. Zo kon het later overdrachtelijke betekenis verwerven.
  • Ook Jezus’ aanschouwelijk onderricht benut de bestaande praktijk van het voetenwassen: voetenwassen werd gedaan door bedienden. Omdat Jezus voor Zijn discipelen een meester is, en Hij zelf aangeeft dat Zijn handeling geen eenmalige toevalligheid is, verwerft Zijn voetenwassen symbolische betekenis.
  • Wilkersons ‘oppakken van de handdoek’ is geen handeling met een sterke letterlijke betekenis. De geestelijke betekenis heeft niets om op aan te sluiten. Van ‘je neus snuiten’ is ook moeilijk iets bijzonders te maken.

Verder zadelt Wilkerson de lezer op met zijn persoonlijke problematiek. Wilkerson heeft een autoritaire opvoeding gehad en grote moeite met informaliteit. Van het rijke gebied van de menselijke interactie is hij vooral bekend met de bevelsrelatie. Emoties verbonden met (on)gehoorzaamheid – bij hem een ja of nee-kwestie – domineren zijn emotionele spectrum. En, zoals vaak in zulke gevallen, verwart hij liefde met sentimentaliteit.

Vandaar zijn grote moeite met ‘dienstbaarheid’ en zorgzaamheid. Hem ontbreekt de ervaring en taal:

Ik geloof dat wanneer we begrijpen wat Jezus deed met het wassen van de voeten, dat we ook de concepten van dienstbaarheid en onderwerping zullen begrijpen. Ziet u, elkaar dienen in liefde en jezelf aan elkaar onderwerpen in de vreze Gods betekent veel meer dan het aannemen van orders of het afleggen van verantwoordelijkheid aan elkaar. Deze glorieuze waarheid wordt alleen ontgrendeld in de context van “het opnemen van de handdoek”.

Ontgrendeld? Zoals in: deur van een cel ontgrendelen? Wilkersons bevangenheid door akelige machtsverhoudingen keert terug in zijn beeldspraken.

In vergelijking met Wilkersons stichtelijke praat is Jezus’ exemplarische handeling een wonder van eenvoud.

Acht u de Wilkersonvolgelingen in staat de chaos in hun hoofd te ordenen? Ik vrees van niet. Dat ze Wilkersonvolgeling zijn zegt genoeg, de handdoek van Wilkerson is hun laatste strohalm, om het Wilkersoniaans te zeggen. Ik zie ze hem niet snel in de ring gooien.


Nawoord, 17 februari: vandaag heeft Wilkerson het over “de handdoek van Gods genade“.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/02/16/washand-van-geloof/trackback/

%d bloggers liken dit: