Met de kop tegen de muur

Geloven begint met wilsopgave. Daartoe peigert u uw wil eerst af.

Vorige keer leerden we dat geloven bestaat uit uitkijken naar de Heer. Zover is het pas als u tot geloof gekomen bent. Dit vereist het opgeven van uw wil, een lastige opgave. Prediker David Wilkerson, die vaker met dit bijltje gehakt heeft, legt uit, aan de hand van twee Bijbelse voorbeelden.

De gelovige eunuch

Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’ Filippus deed wat hem gezegd werd en ging naar die weg toe. Daar kwam hij een Ethiopiër tegen, een eunuch, een hoge ambtenaar van de kandake, de koningin van Ethiopië (..). Hij was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en zat nu op de terugweg in zijn reiswagen de profeet Jesaja te lezen.

De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’  Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. (..).

De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’ Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam.

Onderweg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden? Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.

Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde. Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam. [vet van PP]

Sommige handschriften van dit bijbelboek – de zonde verliet die eerste Christenen net zomin als ons! – hebben na het vet gezette vers een extra vers, nummer 37:

Filippus zei tegen hem: “Indien u gelooft met heel uw hart, is het toegestaan.” Hij antwoordde: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.”

Simon de tovenaar

Voordien had een zekere Simon in de stad magie bedreven en de bevolking versteld doen staan. (..) Maar toen Filippus hen door zijn verkondiging van het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus tot geloof had gebracht, lieten ze zich dopen, mannen zowel als vrouwen.

Ook Simon aanvaardde het geloof, en na zijn doop bleef hij voortdurend bij Filippus; en hij stond versteld van de tekenen en de machtige wonderen die hij zag gebeuren.

Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. (..) Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’

Maar Petrus zei tegen hem: ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht. Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of hij u uw slechte gedachten wil vergeven, want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.’

Toen zei Simon: ‘Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd.’

Het verschil tussen beide Godzoekers springt in het oog, aldus David Wilkerson: 

In Handelingen 8:37 zei Fillipus tegen de kamerling: “Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd …”, de kamerling reageerde: “Ik geloof…”. Dat was niet een simpel, verstandelijk “ja” tegen Jezus – nee, hij geloofde met zijn hele hart en werd gered.

Simon de tovenaar geloofde ook in de prediking van Paulus Filippus. Maar hij had slechts een vluchtig, tijdelijk geloof omdat zijn hart er niet bij betrokken was.

Het hart
David Wilkerson gebruikt twee keer het woord ‘hart’. Inderdaad moet in de opgave van uw wil uw hart betrokken zijn en niet halfbakken maar helemaal:

Reddend, rechtvaardigend geloof houdt in dat u uw leven aan Christus overlevert met geheel uw hart.

Het hart is wat anders dan het verstand:

[Paulus] zegt dat geloof meer is dan slechts een verstandelijke instemming.

De wil
De overgave van uw hart is onderdeel van een omvattender proces van overgeven van uw wil. U dient dit niet te willen doen. Waar geloof vereist trotseren van de vereiste wilsopgave. Put uzelf uit, doe zoiets als met uw kop tegen de muur slaan, probeer echt door die muur te komen, en geef dan en alleen dan op wanneer u bezwijkt.

Pas dan voelt u met de vereiste kwaliteit, en beseft niet slechts met uw verstand en hart, dat u dwaalwegen bewandeld heeft:

Dus, wie is werkelijk gerechtvaardigd door geloof, vraagt u zich af? Het is diegene die weet dat hij verloren en hulpeloos is, iemand die alles geprobeerd heeft en continu heeft gefaald.

En:

Voordat iemand in staat is om een waarachtig geloof te hebben moet hij tot het besef komen hoe verloren, hulpeloos en hoe volkomen hopeloos hij is. We hebben geen reddend geloof totdat we aan het eind komen van ons geloof dat iemand of iets anders dan Jezus Christus ons kan redden. (..)

De ziel
Nog is de procedure niet ten einde. Behalve het hart, het verstand en de wil dient ook de ziel overgeleverd: “Nu is hij op het punt gekomen zichzelf volledig in de handen van de Heer te geven – met geheel zijn hart, ziel, verstand“.

De kracht
En de kracht: “Nu is hij op het punt gekomen zichzelf volledig in de handen van de Heer te geven – met geheel zijn hart, ziel, verstand en kracht”.

Het leven
En feitelijk, daar het geloof alomvattend is, uw leven: “[Geloof] is het volledig overleveren van geheel uw leven“.

Het succes
Dan kunt u zegevierend uitroepen: “Heer, ik ben de Uwe! U bent mijn enige hoop”!

En kunt u beginnen dagelijks naar Hem uit te kijken.

Het obstakel
Grootste belemmering ondervinden die beoogde Christenen die geen muur ervaren als zij hun hoofd krachtig in de juiste richting bewegen.

Hun leven kent te weinig frustratie. Wanhoop en hopeloosheid krijgen geen vat op hen, hoezeer ze ook proberen. En moedwillig dingen laten mislukken is zonde.

Ze volgen een studie en slagen, vinden werk in de door hen gewenste richting, hebben bevredigende relaties en ga zo maar door.

Natuurlijk krijgen ook zij te maken met tegenslag. Maar die komen ze te boven.

Hun enige hulpeloosheid is die tegenover hulpeloosheid.

Ze weten dat dit hovaardij moet zijn maar kunnen hun zonde niet betrappen. “Kan ik het helpen”, roepen zij wanhopig uit, “dat de dingen mij zo gemakkelijk af gaan! Kan ik het helpen dat mensen – soms ongevraagd! – me helpen?”.

Misschien blijkt dit hun muur maar anders blijft het Koninkrijk van God voor hen gesloten. Meest kansrijke Christenen zijn hopeloze probleemgevallen. Bent u er een?

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/04/12/met-de-kop-tegen-de-muur/trackback/

RSS feed for comments on this post.

3 reacties

  1. Dit staat zo haaks op die lijnrechte, kromsprekende, boeteprekende wilsbrekers die je een “slecht zelfbeeld” aanpraten, dat ik sprakeloos ben!

    Jaren leerden ze me “Je bent onwaardig”, “Je bent slecht”, “Je bent vuilnis”, “Oh wat ben je minderwaardig”.

    Naarmate ik langer met de Heer gemeenschap heb, gaat mijn zelfbeeld erop vooruit. Hij bemint mij vurig! Ik mag er zijn voor Hem!

    Meer en meer raak ik ervan overtuigd dat wanneer ik mijzelf ”de moeite waard” vind, als ik stel dat ik er mag zijn, dat ik dan hoogst waarschijnlijk gewoon volkomen gelijk heb en een perfect zelfbeeld bezit! – om het in het klungeltaaltje van die drijvers en schriftgeleerden te zeggen.

    Het lijkt erop alsof juist de mensvijandige versies van het Christendom terrein winnen in deze jongste dagen. SLECHTWEGGEKOMENEN verzuren de atmosfeer met hun slechte adem…

    Laat u niet kisten!

  2. Ik begrijp wat je bedoelt, Klaartje. Het Christelijk geloof is zoveel rijker dan deze slecht bemantelde zelfhaat.

    Toch moet je oppassen niet kwaad met kwaad te vergelden. “Klungeltaaltje”: is het echt nodig je zo over broeders en zusters uit te laten? Als je gelijk hebt – en ik acht die kans aanwezig – betreft het broeders en zusters die hulp nodig hebben.

    Dat zij anderen het leven lastig maken, doet daar niet aan af. Juist je tegenstanders past je de liefde van Jezus te tonen!

  3. Dank u, wijze heer Dakdekker.

    Ik noem u wijs, omdat u oud overkomt, ouder dan ik (32) in elk geval. Ook heeft u natuurlijk gelijk wat Jezus’ liefdesboodschap aangaat.

    Toch blijf ik bij mijn “klungeltaaltje”. Dat is niet zo maar gescheld. Ik hekel de benepen zelfgenoegzaamheid van mensen die ‘ex cathedra’ verklaren dat zij “gewoon volkomen gelijk” hebben.

    Past iemand hetzelfde kunstje op hen toe en verklaart, vanaf zijn of háár kansel, dat ze “ongewoon volkomen ongelijk” hebben, zijn deze mensen zwaar beledigd!


Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: