Ja en amen zeggen

Zegenen is makkelijker gezegd dan gedaan. Laat het aan God over, die uiteindelijk achter alle daden zit.

Ds. Kuit spreekt de zegen uit
(na 3 min.) alsof hij dat zomaar kan

Alsof we alles nog niet wisten over zegenen en gezegend worden, zet getuigend charismaticus David Wilkerson zijn prekenreeks over dit onderwerp voort.

Onze zegeningen zijn inderdaad nauwelijks te bevatten. Hoewel dit niet hoeft te betekenen dat het concept ‘zegen’ en ‘zegening’ ons begrip te boven gaat.

Integendeel. De handeling van zegenen is goed te begrijpen en de bedoeling ook. De effecten daarentegen beroeren sommige theologische gemoederen hevig, net zoals de vraag hoe je weet wanneer God voor je werkzaam is en niet de boze.

Zegenen wordt er, om het bescheiden te zeggen, bij Wilkerson niet eenvoudiger op.

Zo lijkt hij gelovigen op te roepen hun familie en vrienden te zegenen:

Wanneer u anderen begint te zegenen temidden van uw beproevingen zult u weten dat Gods zegenende hand op u is.

       (Wilkersonvolgelingen verkeren doorgaans in een crisis)

Maar dan blijken zij dat helemaal niet te kunnen. Jezus zegent:

Hoeveel mensen in uw cirkel worden er gezegend door wat de Heer aan het doen is in u? Worden uw vrienden en familie gezegend door Christus in u?

Die dubbelzinnigheid zat er van meet af aan in. Wat zei Wilkerson immers boven:

  • Als u zelf zegenende/zegenbrengende handelingen verricht, betekent dat (a) dat God u reeds gezegend heeft of (b) het zegenende werk door u heen verricht: “Gods zegenende hand is op u”.
  • U zou weten van die hand op het moment dat u zegenbrengende/zegenende handelingen verrichtte of ze door u heen verricht werden. Vergelijk: “Wanneer u voor anderen begint te koken, temidden van uw beproevingen, zult u weten dat Gods culinaire handen op u zijn”.

Maar heeft u ooit het gevoel dat een ander via uw handen kookt? Hoeveel moeilijker is het dan niet Gods hand te voelen terwijl u verricht wat u zelf niet als zodanig herkent, “zegenbrengende handelingen”?

Wilkersons opmerking zou hout snijden als u plots over water liep of mensen genas. Maar bidden – als dat dan de gegarandeerd zegenbrengende handeling is – is zo gewoon als koken.

Een tweede voorbeeld bewijst het tegenovergestelde van wat het moet bewijzen. Bijbelse David zou, te midden van verdrukkingen (als een betamelijke Wilkersonvolgeling), anderen zegenen. Maar David vervloekt zijn vijanden juist:

Dat is wat er gebeurde met David. Toen zijn vijanden hem geen genade toonden, getuigde hij “Komt van hen de vloek, van u verwacht ik zegen, schande over mijn belagers, vreugde over uw dienaar” (Psalm 109:28 NBV).

Nu zegt u misschien: door Gods hulp in te roepen – inderdaad verwarrend ‘om Gods zegen vragen’ genoemd – zegent David zijn familie en vrienden. Behalve hijzelf worden dan ook zijn familie en vrienden gered!

Dat kan. Maar nogal pijnlijk is dat Wilkerson meteen aansluitend het bekende liefdesgebod van Jezus aanhaalt, dat de vijand juist insluit in de zegen:

Jezus gebied ons: “Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen” (Matteüs 5:44).

Gillend verlaat u het pand als Wilkerson u vervolgens alsnog
opzadelt met een eigen verantwoordelijkheid:

[Jezus gebied ons: “Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen” (Matteüs 5:44).] Als u zich aan dit woord kunt houden bent u zeer zeker gezegend door de Heer.

In het gekkenhuis aangekomen, blijkt God echter mogelijk toch het werk te doen:

Tenslotte worden diegenen die gezegend worden nog dichter naar de Heer getrokken. God zegent nooit zonder die persoon ook dichter naar Zichzelf te trekken, er op aandringende “Kom dichter bij Mij”.

God “dringt aan” dat wij naar Hem toe komen, wat niet nodig is als Hij ons naar Zich toe trekt. Of houdt God halverwege op?

Het begint u te draaien, maar als u had opgelet, had u gezien dat die onbepaaldheid er vanaf het begin inzat. Wilkerson had het over “zich aan Gods woord houden”. Als u dat blijkt te kunnen, blijkend uit daden van liefde jegens uw vijanden, dan lijkt God door u heen van alles te kunnen doen.

U bent dan ongetwijfeld gezegend door de Heer – maar onduidelijk blijft wie/Wie hier het werk verricht heeft. Houdt God in ons ons aan Zijn woord of doen ‘wij’ het ‘zelf’?

Het is het bekende liedje: het bewijs is de bewering, het gelijk zijn de woorden, de waarheid is wat Wilkerson zegt (met een moeilijk woord: een apodictisch betoog, een waarom-daarom-argument, “Waar omdat ik het zeg!”):

Misschien zegt u “Ik zie geen enkel bewijs dat God mijn leven zegent. (..)”. Spreekt u met Hem? Als uw antwoord “ja” is (..), dan kunt u er zeker van zijn dat Hij u trekt en zegent”.

“Ik merk niets”. “Zei u zojuist niets te merken?”. “Ja”. “Dan merkt u wat!”.

Broeder, zuster! U bent maar een marionet in Gods* Zich oneindig vermeien in Zichzelf. Ontspan. Wat gebeuren moet, gebeurt. Laat het aan Jezus in u of Gods zegenende hand over. Laat u lekker gebeuren!

*: Overal waar ‘God’ staat kan naar believen ‘Wilkerson’ gelezen.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/05/04/ja-en-amen/trackback/

RSS feed for comments on this post.

One Comment

  1. Dit is “echt waar”, zegenen is makkelijker gezegd dan gedaan. Zo lukt het mij maar niet in beproevingen te komen.

    Vielen Dank, Jezus! Merci beaucoup! Arrivederci!


Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: