Jezus belt als Hij u nodig heeft

Jezus belt bij u aan in de vorm van een behoeftige aan wie u kunt tonen wie Jezus is. Onderneem niets tot Hij aanbelt.

Het is theologisch niet geheel duidelijk of Jezus de mensen op u afstuurt aan wie u Zijn mededogen moet betonen – en u dus moet wachten tot er bij u wordt aangebeld of u op straat om een kleinigheid wordt gevraagd – of dat u zelf op pad moet en actief zoeken naar hulpbehoevenden.

Gisteren ried Godkenner David Wilkerson passiviteit aan: “Hij zal de behoeftigen naar uw deur leiden”, maar vandaag een actieve opstelling: “We zouden niet verder hoeven te reizen dan onze eigen buurt”.

Een goed voorstelbare, want menselijke vraag van Wilkersonvolgelingen kan zijn: wat kost dit oplossen van andermans ellende mij aan tijd voor mijn gezin?

Het juiste antwoord is natuurlijk dat God voorziet. David Wilkerson heeft stellig begrip voor uw gebrek aan vertrouwen. Dat heeft hij zelf ook! Lees hier maar!

Vandaag beantwoordt Wilkerson een andere vraag, waarvan je je minder goed kunt voorstellen dat hij van een Christen komen zou (nogal materialistisch, namelijk): wat kost die hulp? Het antwoord: niets, God voorziet:

God zegt dat wanneer we ons brood gaan delen met de hongerigen, de armen in ons huis verwelkomen, de naakten bedekken en onze ziel geven voor de hongerige en lijdende mensen, dan zal Hij ons leiden en ons voortdurend voorzien.

Het was zoveel eenvoudiger geweest als Wilkerson er met de praktijk van zijn leven voor kon instaan dat dit inderdaad zo is. Dat hij kon doorlinken naar YouTube-clips van bloeiende praktijken van dienstverlening van volgelingen, door God voorzien van de benodigde financiering in geld of natura.

Maar die links zijn er niet. Nu versterkt zijn antwoord de achterdocht. Het is namelijk een antwoord van de soort: het schijnt, naar ik mij heb laten vertellen, dat wanneer je dit doet, God…

Hoe anders ging het er aan toe in de vroege kerk. Latere historici noemden die kerk de Adelskerk. Rijke aristocraten financierden de bouw van kerken op hun grondgebied, deden schenkingen en stelden priesters en abten van adellijke herkomst aan. Zij dachten hiermee hun zielenheil te bevorderen.

Van vrije boeren, een maatschappelijke middenlaag, werd een tiende van de opbrengst van hun agrarische productie geëist, op grond van een overeenkomstig oudtestamentisch gebod.

Hoewel bedoeld voor het in stand houden van de lokale kerk en ten bate van lokale armen, staken veel edele kerkbezitters de opbrengst merendeels in eigen zak. (Wim Blockmans en Peter Hoppenbrouwers, Eeuwen des onderscheids. Een geschiedenis van middeleeuws Europa, 2002, p.70-71)

God steunde de wereldse druk bij het innen van de tienden, de duivel het in eigen zak steken van de opbrengsten. Of misschien speelden geen van beide een rol van betekenis. Hoe dan ook, de Kerk in het Byzantijnse Rijk was al vroeg zeer vermogend, in de zesde eeuw waarschijnlijk al vermogender dan de staat. Hieruit werd onder andere de diaconie betaald. Het verschafte de Kerk moreel gezag onder de armen.

Ik ken geen Nederlandse Wilkersonvolgelingen met bloeiende, altijd gefinancierde, doeltreffende hulpverlening aan deze of gene doelgroep. Door hun zekere financiering zouden het kolossaal uitgedijde hulpverleningsinstituten of stichtingen moeten zijn. Niets is hier immers een probleem, er zijn alleen ingebeelde problemen, beren op de weg. God voorziet! Hoe heerlijk!

Waarom helpt Jezus de mensen die Hem zo gelijken – de armen, niet-gekleden, etcetera – zo druppelsgewijs (denk hierbij aan een gloeiende plaat)? Is hun bestemming soms om als testmateriaal voor anderen te dienen, om de geloofskracht en volgbereidheid van andere Christenen te beproeven?

Een tweede zorg van Wilkersonvolgelingen bij de gedachte voor behoeftigen klaar te moeten staan komt mij al wat weerspannig voor (‘U verwijst in uw antwoord naar een tekst uit het Oude Testament’). Wilkerson weerlegt het bezwaar met het sterke “Luister dan naar wat Jezus zegt in het Nieuwe Testament” en citeert de Almachtige.

Openlijk vijandig en onchristelijk, echter, lijkt me het veinzen van onwetendheid door volgelingen van Wilkerson. Maar hun voorman houdt het onvoorstelbare voor mogelijk:

U zult nu misschien zeggen “Ik wil meer medeleven hebben met anderen, ik wil de behoeftigen helpen. Hoe kan ik veranderen?”.

In plaats van uit te varen in profetische toorn – velen hebben in het verleden het leven gelaten na zulke uitbarstingen – buigt Wilkerson mee. Hij schijnt zelf ook te denken dat men eerst een ander mens moet worden voor men een helpende hand kan toesteken:

Ik kan u alleen vertellen dat God dit gebed beantwoordt: “Heer, ik zie alle menselijke noden om mij heen. Ik weet dat de enige Jezus die deze plaats ooit zal zien degene is die ze door mij heen zien. God, U moet mij leiden. (..)”.

Het is een nauwelijks te verdragen hypocrisie. Stel u zich toch eens voor dat er een voor uw neus staat! Men zegt oog te hebben voor de zichtbare nood om zich heen maar heeft nog nooit wat gedaan.

In plaats van boete te doen wendt men zich tot de Heer en vraagt om wat tips – alsof eerbiedwaardig! Alsof aanvaardbaar! Alsof Christelijk!

“Ik zie hier deze uitgeprocedeerde, illegale vluchteling op straat, deze vervuilde zwerver, te koud gekleed voor de tijd van het jaar. Daarnaast weet ik van het bestaan van een van huis gevlucht, na incest zwanger geraakt meisje dat niets met de hulpverlening te maken wil hebben, uit angst terug naar huis gestuurd te worden, met hoge koorts. Wat in vredesnaam kan ik doen, Heer?”

Maar misschien begrijp ik het verkeerd. Betrokkenen trekken zich juist al het leed in de wereld aan en zien door de bomen van ellende het bos, hun werkterrein, niet meer. Men slaat lam. Zo groot is de paniek, dat men zelfs niet op het idee komt een noodkreet te slaken.

Daar bewijst pastor Wilkerson alsnog zijn waarde. Hij raadt aan God in gebed te vragen prioriteiten te stellen:

“Ik sta klaar met mijn portemonnee, mijn huis en mijn tijd dus toon me waarheen ik moet gaan Heer”.

Aan de andere kant kent Wilkerson Gods werkwijze al, dus had de geplaagde drager van het wereldleed ook meteen van advies kunnen dienen. Hier dat advies:

Wees ervan verzekerd dat God de behoeftigen naar uw deur zal leiden.

Fijn dat hiermee in elk geval één theologische kwestie afgehandeld is: u wacht tot een behoeftige voor de deur staat, die vervolgens in uw hulp Jezus’ mededogende hand mag ervaren:

Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. (..) Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.

Waarom het Christendom eerst opgang maakte onder arme tot zeer arme mensen behoeft geen betoog. Het is nog steeds een belangrijke kweekvijver, door hun rijkere broeders en zusters voorzien van voeding. Allen prijzen de Heer!

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/08/29/jezus-belt-als-hij-u-nodig-heeft/trackback/

%d bloggers liken dit: