De straf van God

God slaat weerspannige afgodendienaars met blindheid. Aldus geslagen kunnen ze geen afstand nemen van hun overtuigingen. Christenfundamentalisten worden zwaar getroffen. 

Afgodendienaars leven in misleiding, ze geloven dat een leugen de waarheid is!“,

kraait fundamentalist David Wilkerson vandaag aan het begin van zijn afgoderij, in de vaste overtuiging dat hij de waarheid verkondigt. Hij haalt immers de Bijbel aan.

Heel gevaarlijk! De waarheid van Gods Woord slaat immers, als een boemerang, onverbiddelijk terug op verwaande kwasten.

Wilkerson citeert enkele Bijbelpassages waarin God volhardende zondaars met blindheid slaat. Ze kunnen vanaf dat moment niet meer van hun dwaling keren. Ze kunnen niet meer twijfelen en op andere gedachten komen.

Dat meent Wilkerson in elk geval te lezen.

Het verhaal van koning Achab van Israel en koning Josafat van Juda, aangehaald door Wilkerson, helpt ons punt verhelderen. Het vergunt een blik op de werkelijke wereld in plaats van op de leugensprookjes opgedist door met blindheid geslagen, bij leven verdoemden:

Hij [Achab] vroeg aan Josafat of deze met hem mee ten strijde wilde trekken tegen Ramot in Gilead, en Josafat antwoordde: ‘U en ik zijn één; mijn leger is uw leger, mijn paarden zijn uw paarden.’ En hij voegde eraan toe: ‘Vraag vandaag nog raad aan de HEER.’ De koning van Israël ontbood vierhonderd profeten en vroeg hun: ‘Zal ik tegen Ramot in Gilead ten strijde trekken, of kan ik er beter van afzien?’ ‘Trek op,’ antwoordden ze. ‘De Heer zal u de stad in handen geven.’ 

De tekst leert ons allereerst dat afgoden geen ‘figuurlijke’ dingen zijn, geen ‘zondes in het hart’, verslavingen of begeertes , zoals Wilkerson – ik heb u gewaarschuwd! – gisteren nog beweerde: “Het maakt niet uit wat uw afgod is – hebzucht, seksuele zonde, pornografie, alcohol, drugs“. Het gaat om echte andere goden.

We komen nu op een essentieel punt – het punt waarbij door God met blindheid geslagen afgodendienaars met zekerheid afhaken:

Voor afgodendienaars is hun afgod even werkelijk als God voor ons. Zij zijn zich niet bewust een afgod te dienen. Voor hen geldt, net als voor ons: ik dien God. De ándere goden zijn afgoden.

Ik ben niet precies genoeg. Alleen voor zover ze, net zoals wij, monotheïsten zijn, denken ze zo. Maar zijn het veelgoders en laten ze een pantheon aan goden toe, dan hebben ze zulke overwegingen niet. Dan eren ze vele goden met een hoofdletter, waaronder naar alle waarschijnlijkheid ook God.

Of God met die situatie tevreden is, is een andere kwestie.

Het verhaal van Achab en Josafat gaat als volgt. Terwijl vierhonderd profeten in goddelijke vervoering optimistische voorspellingen doen, wordt de held van het verhaal, onheilsprofeet Micha, gehaald. Als hij aankomt, ziet hij mogelijk de volgende scène:

De koning van Israël en de koning van Juda, Josafat, zaten ieder in hun staatsiegewaad op een troon op de dorsvloer voor de stadspoort van Samaria, in gezelschap van de in vervoering geraakte profeten. Sidkia, de zoon van Kenaäna, had twee ijzeren horens gemaakt en zei: ‘Dit zegt de HEER: Met deze horens zult u de Arameeërs neerslaan, tot u ze allemaal verslagen hebt.’ Ook de andere profeten voorspelden dergelijke dingen. ‘Trek op tegen Ramot in Gilead,’ zeiden ze. ‘Uw veldtocht zal slagen en de HEER zal u de stad in handen geven.’

De bode maant Micha de koning naar de lippen te praten maar Micha zegt: ik zeg alleen wat de Heer mij ingeeft. Maar wat doet Micha: de koning naar de mond praten!

Pas als de koning, tegen zijn bedorven natuur in (Wilkerson noemt hem “waarschijnlijk de meest goddeloze koning in de geschiedenis van Israël”) aandringt (“Hierop zei de koning: ‘Hoe vaak heb ik u niet bezworen om in de naam van de HEER niets dan de waarheid tegen mij te spreken?’) spreekt Micha de waarheid.

Het is nog complexer! Gelukkig zijn de fundamentalisten in een wijs besluit door God met blindheid geslagen, ze zouden de onvereenvoudigde werkelijkheid zeker niet aankunnen:

  • Het is de vraag of de andere profeten afgodendienaars zijn. Zelf voelen ze zich collega van Micha, profetieën sprekend afkomstig van dezelfde god/God, zoals ook Achab God niet uitsluit.
  • God slaat Achab niet met blindheid maar geeft hem een waarschuwing.

Micha vertelt koning Achab namelijk:

Micha zei: ‘Luister naar wat de HEER te zeggen heeft. Ik zag de HEER op zijn troon zitten, en aan weerszijden van hem stonden alle hemelse machten opgesteld. De HEER vroeg: “Wie gaat Achab overhalen om tegen Ramot in Gilead ten strijde te trekken, zijn ondergang tegemoet?” De een zei dit en de ander dat, en ten slotte trad een van de geesten op de HEER toe en zei: “Ik zal hem overhalen.” “Hoe wil je dat doen?” vroeg de HEER. “Ik zal naar hem toe gaan en leugens spreken door de mond van al zijn profeten,” zei de geest. “Doe dat,” zei de HEER. “Het zal je beslist lukken.” Welnu, zo heeft de HEER in de mond van al deze profeten van u leugens gelegd. Hij heeft het juist slecht met u voor.’

Met andere woorden: als God Achab geen enkele vrijheid had gelaten ook het andere te kiezen, had Micha net zo goed niet kunnen verschijnen. Wat heeft het voor zin iemand in te wrijven dat hij niet kan kiezen als hij dat inderdaad niet kan? Zeker zal God Micha niet hebben gezonden om Achab flink uit te lachen?

Wilkerson maakt ervan:

Wat een verschrikkelijke tragedie! Achab kon Gods stem niet horen vanwege de afgoden die geworteld waren in zijn hart. God antwoordde hem door hem een krachtige misleiding te sturen – een misleiding die hem zal vernietigen.

waarna de geestelijk schuinsmarcheerder een regel citeert uit een Bijbelboek honderden jaren in de tijd en honderden kilometers in de ruimte verwijderd.

De gevallen duivelaanbidder verdraait de strekking van het Bijbelverhaal waaruit hij zo aanmatigend wegspringt. Steen des aanstoots is mogelijk de menselijke vrijheid, dé nachtmerrie van iedere Wilkersonvolgeling, die door het Bijbelverhaal intact gelaten wordt.

Achab verkiest naar de andere profeten te luisteren – en dat ook nog halfhartig, tweede gruwel en onbestaanbaarheid in de wereld van Wilkerson en zijn volgelingen, behalve als zonde. Men begrijpt het idee van ‘veiligheid inbouwen’ (Jacob deed het ook toen zijn broer Ezau hem naderde) en verraadt daarmee een notie van ‘vrijheid van handelen’te herkennen, maar veroordeelt het (behalve als het religieus niet uitkomt, zoals in het geval van Jacob, dan verkiest men er halfhartig overheen te lezen).

Welke veiligheid bouwt Achab in? Hij verkleedt zich als soldaat, zodat hij in de strijd niet als de koning van Israël herkenbaar is.

Het is een treurig staaltje zich vergrijpen aan Gods woord maar Wilkerson kan niet anders. Hij koerst lijnrecht af op de hel, zoals Achab in zijn tijd bloeden moest:

De strijd liep zo hoog op dat de koning zich voor de ogen van de Arameeërs in zijn wagen overeind moest houden. Tegen de avond stierf hij; zijn wagen zat onder het bloed. Toen de zon onderging, werd in het kamp het sein tot opbreken gegeven. De koning was dus gesneuveld. Na terugkomst in Samaria werd hij daar begraven. De strijdwagen werd schoongespoeld bij het waterbekken van de stad, waar de hoeren zich baadden, en de honden likten zijn bloed op zoals de HEER had voorzegd. 

Pas op voor fundamentalisten. Ze zijn verdoemd.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/09/28/de-straf-van-god/trackback/

%d bloggers liken dit: