God straft hard, ook in deze dagen

God zag en ziet maar één noodoplossing, als het om Zijn volk gaat. Maar verwijfde predikers schrikken er heden ten dage voor terug.

Het Joodse volk had tragische trekken, misschien volgens Goddelijk plan. Veel ellendige dingen in die dagen gebeurden teneinde in de Bijbel te belanden, ter waarschuwing en lering van Christenen van deze dagen.

Dat mag noodzakelijk zijn geweest, tragisch blijft het. Zo genoot het verdoemde volk van Abraham van de onheilsprofeten die God op hen afstuurde. Men prees de taalbeheersing, de hyperbolen, de ingeboezemde angst. Het waren afleidingsmanoeuvres om de boodschap niet ter harte te hoeven nemen, weten we met de wijsheid van nu.

Als men zich al had kunnen laten stichten. De tekst van de Bijbel stond immers vast, ondenkbaar dat menselijk ingrijpen een tittel of jota zou kunnen veranderen. “Goed uitgevaren!”, “Geef ons ervan langs!”, klonk het daarom, zoals geschreven, in die dagen in het Midden-Oosten.

God werd er horendol van.

Hij besloot Zijn profeten te laten zwijgen en tot niet-verbale actie over te gaan.

In onze dagen gebeurt dit nog steeds, Christenen slaan nog steeds waarschuwingen in de wind, al ontbreekt daartoe inmiddels de Bijbelse noodzaak. Boeteprediker David Wilkerson maakt het in zijn bediening dagelijks mee. Net zoals de oudtestamentische profeten wordt ook Wilkerson door God terzijde genomen. “David”, zei God onlangs, meldt hij, “Ze hebben geen woord gehoord van wat je gezegd hebt!”.

Gods volgende stap – Zijn profeet het zwijgen opleggen en harde, liefdevolle Goddelijke actie – blijft bij Wilkerson achterwege, anders dan bij zijn voorganger Jesaja. Wilkerson haalt vandaag aan wat bij Jesaja gebeurde:

Jesaja geroepen

[In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ 

Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook. Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’ 

Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’]

Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’ Toen zei hij: ‘Ga en profeteer het volgende tegen dit volk: “Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet.” Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’ 

Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij. Totdat de HEER de mensen heeft weggevoerd en er totale verlatenheid heerst in het land. En als er nog een tiende deel achterblijft, dan gaat ook dat in vlammen op, zoals een eik of een terebint wordt geveld voor een vuur’.

Alleen door te voelen kon het volk tot inzicht en inkeer komen.

Precies zo ging het bij Ezechiël, een andere onheilsprofeet door Wilkerson aangehaald:

Dit moet je tegen hen zeggen: “Dit zegt God, de HEER: Zo waar ik leef, wie nog in de ruïnes woont zal vallen door het zwaard, wie daarbuiten leeft geef ik als prooi aan de wilde dieren, en wie zich in holen en grotten verschuilt zal sterven aan de pest. Van jullie land maak ik een verlaten woestenij, er komt een einde aan zijn trotse kracht, en ook de bergen van Israël zullen een wildernis zijn waar niemand meer doorheen trekt. Wanneer ik vanwege al hun gruweldaden van het land een huiveringwekkende woestenij heb gemaakt, zullen ze beseffen dat ik de HEER ben.”

Wat jou aangaat, mensenkind: je volksgenoten praten allemaal over jou, bij de stadsmuur en bij de deuren van hun huizen zeggen ze tegen elkaar: “Kom, laten we gaan luisteren naar wat de HEER ons te zeggen heeft!” Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar. Maar als het onheil komt – en het komt! – zullen ze beseffen dat er in hun midden een profeet was.’

Maar wat God met de gemeenteleden van Wilkerson zal doen… Niemand neemt de man Gods serieus. Ze geven hem een knuffel en zeggen: “Pastor, dat was een krachtig woord dat u gepredikt heeft”!

Gods optreden in vroeger tijden is niet helemaal helder. Enerzijds konden de Joden bij Jesaja niet meer luisteren, anderzijds verwachtte God van wel. Bij Ezechiël vernietigde God omgeving en bewoners opdat de overlevenden zouden begrijpen dat ze Ezechiël serieuzer moesten nemen.

Maar bij Wilkersons gemeente (nog) geen van beide…

Misschien heeft Wilkerson de tekenen van God niet goed begrepen. Zijn God gedraagt zich ook vreemd: Hij fluistert en slaat een joviale toon aan (“Ze hebben geen woord gehoord van wat je gezegd hebt!”).

Het zou in overeenstemming zijn met Wilkersons onbegrip. De Godzoeker grijpt terug op zijn vaste stokpaard – volledige gehoorzaamheid/overgave – als een Bijbelpassage hem niet helder is:

Dus vertelde de Heer tegen Jesaja: “(..) In plaats daarvan [van verder preken] wil Ik dat je hun verharding versnelt [dat ze niet luisteren]. Op die manier zullen misschien sommige nog luisteren voordat het te laat is! Simpel gezegd, God riep Zijn volk op tot volledige overgave”.

Begrijpelijker uitleg van de Bijbeltekst is mijns inziens: “Ze stevenen nu toch af op de afgrond, laten we ze een extra duwtje geven”. Maar niet:

  • “Ze zullen toch niet luisteren, laten we hun oren en verstand lam leggen, zodat ze niet kunnen luisteren. Misschien dat ze dan willen luisteren”.
  • “Simpel gezegd, God riep Zijn volk op tot volledige overgave”. Dat is toedekkend taalgebruik voor: “Als ze zich niet goedschiks onderwerpen, dan maar kwaadschiks. Gehoorzamen zullen ze!”.

De toedekking is veelzeggend: Wilkerson schrapt het bloedvergieten en doet voorkomen alsof alles in zijn gemeente al goed gekomen is – terwijl de straf nog moet voltrokken! Wil Wilkerson soms dat God niet straft?

Zijn weerspannig, sentimenteel slot kan een oprecht Christen slechts met gekromde tenen lezen:

Ik dank God voor de menigte aan Christenen die op de juiste manier begonnen zijn in hun wandel met Jezus, waarbij ze de waarheid liefhebben en Zijn Woorden gehoorzamen. Toen ze de weg van hun vlees verlieten werden ze verliefd op de Heer, en Zijn Woord werd als een lamp voor hun voeten.

Wilkerson faalt in functie. Hij dreigt onvoldoende met agressie en eindigt sentimenteel. Niemand is daarmee gediend, zielen gaan erdoor verloren. Het is een schande!

We wachten af hoe het Wilkersons kerk, de Times Square Church, vergaat. Op de huidige “manier” zal God de aarde daar zeker doen schudden. Orkaan Sandy was eerste signaal. Een verhard hart wordt gestraft, maar dat was de preek van eergisteren.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/11/08/god-straft-hard-ook-in-deze-dagen/trackback/

%d bloggers liken dit: