Liefde, maar anders

Ervaar nog eens de bijzondere kenmerken van een geloof in de onderbond van het Christendom.

De naam van de sekte zal ik zo onthullen. Eerst de opvallendste kenmerken van de lidmaten:

  1. angst, die het denken verlamt
  2. ellende
  3. onvermogen

Geen van de drie overheerst, elk versterkt de andere twee, samen een krachtige cocktail.

Over het derde kenmerk, onvermogen: ontkend onvermogen om precies te zijn. Misschien is de ontkenning het gevolg van het drinken van de gevaarlijke cocktail. Hoe dan ook, niet zelf is men onmachtig, meent men  – en dan is het in dit geloof waar – maar de anderen.

Anderen lijken plezierig in hun vel te steken, stellen deze wandelende lijken, maar in het echt zijn ze er erger aan toe dan ons, David Wilkersongetrouwen.

Want over hen hebben we het, de chronisch ongelukkige navolgers van de passief-agressieve, bijwijlen licht hysterische Amerikaanse prediker met het toegevroren hart, die ons al weer enige tijd geleden ontvallen is en kunstmatig in leven wordt gehouden tot opvolger en zoon Gary voldoende aan statuur gewonnen heeft.

De depressief ogende Erik Velema, ex-verslaafde, ex-pornokijker, probeert Nederlanders maar toch in het bijzonder verslaafde medeburgers naar een Nederlandse vestiging van de geloofsgebaseerde drugsklinieken van David Wilkerson te praten.

Het Christendom wordt daarbij voorgesteld als concurrent van drugs:

De Bijbel leert ons dat er (..) nog een wereld is, een wereld die we werkelijk kunnen ervaren (..) een extra dimensie in het leven van alledag,

Het Christelijk geestelijk leven, is de goed te volgen bewering, is een verdieping van het leven van alledag.

Alleen…die verdieping slaagt niet altijd:

De Bijbel leert ons dat er (..) een wereld [is] die we werkelijk kunnen ervaren (..), maar (..) soms ook (..) niet. We leven dan gewoon ons leven en de gebeurtenissen van de dag.

Ik vat samen:

  • Je hebt ‘innerlijk leven’, dat wil zeggen: beleving en ervaring die aan de wereld en wat daarin gebeurt gebonden blijft.
  • Je hebt ‘geestelijk leven’, een overtreffende trap van ervaring, verband houdend met het geloof. Dit is geen beredeneerde maar een werkelijke ervaring, zoals je ongemerkt kunt neuriën uit welbehagen. Je doet het ongemerkt maar daarom is het er nog wel. Geestelijk leven bestaat.

Dan neemt de agressief-bange man het over:

We zien (..) dat er (..) gekeken wordt wat gebeurt er op geestelijk niveau. Wat is er innerlijk aan de hand. Wat beweegt een mens. Wat is zijn innerlijke ervaring.

Velema reserveert “geestelijk” niet langer voor de diepe ervaring die alleen het Christendom geven kan, maar gebruikt het nu voor alle innerlijke leven. Als eerlijke onderzoeker – tot een bepaald niveau – heeft hij vastgesteld dat sommige mensen zich weleens afvragen hoe het met hen gaat. Hij vindt het doodgevaarlijk:

Helaas moet ik zeggen dat ik, hoewel ik hier enorm in geïnteresseerd ben en [me er] ook in verdiep op een bepaald niveau, me verre wil houden van de donkere kant van dit verhaal.

Velema houdt enorm van wat in mensen omgaat maar toch ook weer niet. Over de duistere kant – tenminste dat vermoedt hij, hij is er niet in geïnteresseerd – kan hij niets zeggen. Misschien is het er wel schemerdonker of onzichtbaar infrarood of wenkt een rozevingerig, poezelig licht als van de dageraad.

Over porno kan Velema met gezag oordelen. Maar ‘de donkere kant van het geestelijk leven’ zou hij eigenlijk, als hij objectief zou zijn, aan zich voorbij moeten laten gaan. ‘Onderzoek alle dingen en behoud het goede’ is een Christelijk devies en het luidt niet voor niets niet ‘Onderzoek alle dingen – behalve slechte – en behoud het goede’.

Als men vooraf het antwoord al weet, valt er niets te onderzoeken.

Wat Velema, ondanks zijn nooit begonnen onderzoek, wel meent te weten over het onderwerp, is niet bijzonder onthullend:

Ik geloof echter dat er zich op geestelijk niveau nogal wat afspeelt bij mensen.

Inderdaad, in niet-dode mensen speelt zich innerlijk/geestelijk ieder moment wel wat af.

Vervolgens vertoont Velema een andere opvallende trek van zijn geloof, die ik nog was vergeten te melden: het zwart maken van de niet-Wilkersoniaanse medemens. Allereerst de niet-Wilkersoniaanse niet-christen:

Vanuit mijn rol als begeleider zie ik dat veel mensen slechts keuzes maken op rationeel niveau. Veel mensen zoeken naar verlichting van hun emotionele psychische klachten door gebruik van middelen. Dit kan tabak, drank, drugs of alcohol zijn, maar ook door een dokter voorgeschreven recepten zoals slaappillen, antidepressiva etc.

Drugsgebruik als “rationele” keuze? Wat is dit voor kromtaal! O ja… zesde definiërend kenmerk van de Wilkerson-christen is het toepassen van kunstgrepen om zichzelf, ondanks de geloofskenmerken angst, ellende en onvermogen, zonnig te laten schijnen.

Velema doet dat door het kleurenspectrum van de regenboog te reduceren tot twee kleuren:

  • Zwart: ongelukkig leven van alledag, kenmerkend voor de anderen, verslaafd of niet-verslaafd. Bijbels gezien: zwart.
  • Wit: een leven niet altijd zo mooi als het in Bijbelse zin hoort te zijn, maar – dit is een dogma en dus waar – te verkiezen boven het leven van “zij daar”. Kenmerkend voor Wilkerson-christenen. Bijbels gezien: wit.

Velema worstelt met de materie. Hij vult de ‘rationele drugsverslaafde’ aan met een tweede categorie, die hij niet scherp in het vizier krijgt: “mensen die, lijkt het wel, andere wegen onderzoeken”:

Toch zijn er steeds meer mensen die andere wegen onderzoeken lijkt het wel. Ze ontdekken dat er bepaalde mensen zijn die hen iets te bieden hebben waar ze naar verlangen. Ik krijg hier gelijk al een akelig gevoel bij.

Overmand door angst, lijkt het wel, breekt Velema zijn onderzoek af. Maar hij bedoelt, lijkt wel zeker, met die “bepaalde mensen” niet Christelijk evangelisten als David Wilkerson!

In een moment van helderheid beseft Velema bezig te zijn leven volgens de leer van Wilkerson zo te beschrijven dat het, hoewel Christelijk en misschien geen akelig gevoel gevend, niet echt overwinnend schijnt:

Beetje vreemd om te spreken over strijd als ik hier wil uitleggen en vertellen dat God ons leven wil vullen met  iets geweldigs.

Hij en zijn mede-onderbonders in de competitie des geloofs zijn niet helemaal zonder succes, wil hij maar zeggen. En ooit volgt de promotie naar een hogere klasse, die nu al uit de verte wenkt:

We winnen veldslagen zo nu en dan. We overwinnen tegenslagen en vinden herstel op bepaalde gebieden. We verliezen misschien een aantal op het moment, maar langzamerhand zullen we de overwinning behalen.

Wat voor een feest zal dat zijn!

Maar voor nu lijdt Velema nog even. Zo geniet hij tot zijn schande weleens:

Je kunt je lekker even ontspannen door naar de tv te kijken. De werkelijkheid ontvluchten door bepaalde dingen te zien of te doen, in te nemen of wat dan ook. De pc is ook zo’n afleider van de dagelijkse beslommeringen. Ik moet toegeven ook zelf zulke zaken te gebruiken. En soms zelfs te genieten van deze dingen.

Maar deze zaken lijken tot het duistere te behoren, ik bedoel: behoorlijk onderzocht heeft Velema ze niet. En overtuigen doen zijn opmerkingen zonder onderzoek evenmin:

  • Tv kijken is net zomin of net zoveel “de werkelijkheid ontvluchten” als een kerkdienst bijwonen dat is. Beide kun je doen met je aandacht erbij of niet. Beide kunnen je sprookjeswerelden voorhouden of een poging doen de echte werkelijkheid in taal of beeld weer te geven.
  • “Afleiden van dagelijkse beslommeringen”? Hier verraadt zich de Wilkersonvolgeling in Velema: die is permanent ongelukkig of in crisis. Maar zo hoeft de wereld niet te zijn. Andere mensen doen een spelletje op de pc of kijken tv ter ontspanning na een heerlijke dag van werken of studeren of met fijne contacten (en ook iets voor een ander doen kan fijn zijn)!

Het lukt Velema maar niet zich te vermeien in God, het geloof, in de geestelijke wereld!

Lijzige echo van een ingetrapte open deur vervolgt hij:

Het is een belangrijk gegeven te weten dat het gaat om jouw persoonlijke vrije wil om te kiezen op spiritueel niveau voor dat wat God wil.

Inderdaad kunnen mensen kiezen – hoewel nu net weer niet in het Wilkersongeloof, maar deze kwestie laten we rusten. Zo gewichtig is het gegeven ook weer niet.

Dan volgt de tweede variant van afgeven, nu op niet-Wilkersoniaanse Christenen. Een “gelukkige” Christen kan niet bestaan, dus iemand die zich als zodanig voordoet is een bedrieger, meent – hoopt? – de gekwelde Velema:

Ik geloof niet in een gemakkelijk christenleven. Ik geloof dat het kan hoor. Tenminste in zekere zin. Lekker oppervlakkig geloven, het zondaarsgebed te bidden, maar niet verder te komen dan de oppervlakte. Wanneer we echter werkelijk discipelen willen zijn, navolgers, dan zullen we ons op gevaarlijk terrein begeven. Op geestelijk niveau. De overwinning is reeds in zicht. In feite is hij zelfs al behaald, maar de vijand  is nog ondergronds aanwezig en probeert  nog te verslinden, te vertrappen, mee te sleuren wie hij kan.

De overwinning is… in de toekomst, net zoals het gelijk, maar in feite al be- en gehaald.

Nu het leven hier nog. Dreiging…verslonden, vertrapt dreigen te worden… de hulp van Erik is broodnodig! Terwijl die zelf toch ook nog een heel leven verder worstelen moet met tv en pc en drugs en porno!

Als christenhelper worstelt hij zich echter vrij om de verslaafde medemens bij te staan. Gewoon een beetje…

Ontmoetingen aangaan met mensen die God nodig hebben, liefde geven door anders te zijn dan anderen, open en transparant, door te doen wat Jezus deed en meer dan dat navolgers, discipelen.

‘Open en transparant’: het zou komisch zijn als het niet zo treurig was.

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/2012/11/12/liefde-maar-anders-christen-maar-apart/trackback/

RSS feed for comments on this post.

One Comment

  1. […] er mensen die zullen beweren dat je bent  zoals zij zeggen dat je bent.  er zijn er misschien die een  bepaald karikatuur van jou  en anderen proberen te maken.  een karikatuur is  echter niet wie je bent.  het is […]


Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: