Godsbeeld

Een psychopaat geniet van macht en wordt hierin niet gehinderd door meegevoel. Tot ieder’s verbazing geeft David Wilkerson God psychopathische trekken mee. Nader onderzoek maakt het begrijpelijk.

Sytze van der Zee beschrijft in Zuidwal de psychopaat Koos H, waaraan Peter R. de Vries nog onlangs drie uitzendingen wijdde. Het is een type mens uit wiens handen je graag blijft.

Een vriend van mij, die daarvan verstand heeft, zegt dat psychopaten – term die ik hier los gebruik, overlappend met de antisociale persoonlijkheidsstoornis – bovengemiddeld gekwalificeerd zijn voor bepaalde beroepen, zoals commando of de top van het zakenleven. Een psychopaat wordt minder snel bang en redeneert koel; door gebrek aan meegevoel neemt hij makkelijker harde beslissingen; ook is hij zakelijk.

Het is niet dat psychopaten zich niet in anderen kunnen verplaatsen. Sommige kunnen dat zeer goed. Ze maken er alleen slechts manipulatief gebruik van. Men zoekt en vindt je zwakke plek en bespeelt die, rationeel en zonder meegevoel. Dit is tegen het gezond verstand in. Je verwacht dat, als iemand zich in een ander kan verplaatsen, hij ook bepaalde dingen wel niet zal doen. Maar “wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” gaat voor een psychopaat niet op.

Tegen deze achtergrond verbaast het dat de Christelijke God bij David Wilkerson, bekend charismatisch prediker, psychopathische trekken heeft. Hij is onberekenbaar en houdt geen rekening met de gevoelens van Zijn gelovigen. Hij ontneemt ze van het ene op het andere moment alles. Ze mogen blij zijn als ze het vege lijf redden en Hij hen weer ‘opbouwt’. Maar morgen (of overmorgen) kan Hij hen weer afbreken. Met de God van Wilkerson is geen (naar menselijke maatstaven) ‘redelijke’ verstandhouding mogelijk.

En waarom deze permanente noodtoestand? God wil/moet langs deze onsympathieke weg tonen dat Hij de baas is. Geen “God regeerde nog lang en almachtig en Zijn volk leefde in vrede en voorspoed”. Wetteloosheid. Luimen.

Ik baseer me op Wilkersons behandeling van een van de vele wederwaardigheden van David. Terugkerend met zijn manschappen uit een dienstverband onder een koning, vindt David vrouwen en kinderen weggevoerd, de stad afgebrand:

Drie dagen later kwamen David en zijn mannen bij Siklag aan. Tijdens hun afwezigheid hadden de Amalekieten een plundertocht ondernomen in de Negev; ook Siklag hadden ze overvallen. Ze hadden de stad in de as gelegd en de vrouwen, van jong tot oud, als gevangenen weggevoerd. Er was niemand gedood, maar ze hadden de vrouwen op hun tocht meegevoerd. Toen David en zijn mannen bij Siklag aankwamen en zagen dat de stad in de as was gelegd en dat hun vrouwen en kinderen waren weggevoerd, begonnen ze luidkeels te jammeren, tot ze geen kracht meer hadden om te huilen. Ook de beide vrouwen van David waren verdwenen: Achinoam uit Jizreël en Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel. David kreeg het zwaar te verduren, want zijn mannen waren zo verbitterd over het verlies van hun kinderen dat ze hem dreigden te stenigen.

Aldus de inleidende zinnnen. David Wilkerson geeft Gods optreden vervolgens psychopathische trekken:

Wat doet een kind van God wanneer ontmoediging om de hoek komt kijken en hij zichzelf volledig nutteloos voelt, een complete mislukking, verlaten door God (..)? Geloof het of niet, God was er wel in deze ogenschijnlijke tragedie. God had enorme zegeningen klaarstaan, maar David moest volledig overgeleverd zijn in de handen van de Heer.

God schiet bij Wilkerson David niet meteen te hulp. Ook voorkomt Hij het brandschatten niet. God wil eerst David totaal in Zijn macht hebben en dat David dit weet. Dat is het sadistisch genot van de psychopaat.

David verstaat zich vervolgens met God. In Wilkersons erotisch getinte taal:

David had geleerd om alleen te staan (..) en vond alles wat hij nodig had door middel van persoonlijke gemeenschap en liefde voor de Heer. Wat een overwinnend gezicht moet dat zijn geweest – David stond daar temidden van de ruïnes van zijn leven, maar verheugde zich in Gods trouw en sterkte zichzelf in de aanwezigheid van de Heer. Hij kwam op het punt dat hij inzag dat het enige dat werkelijk telt, op het moment dat je geconfronteerd wordt met de dood en wanhoop, een persoonlijke kennis van God is.

De Bijbeltekst meldt overigens geen innerlijk leven bij David:

David raadpleegde de HEER: ‘Moet ik deze bende achtervolgen? Zal ik ze inhalen?’ ‘Ja,’ antwoordde de HEER. ‘Achtervolg hen; je zult ze zeker inhalen en de gevangenen bevrijden.

Ik bedoel, je kunt ook Dik Trom van een rijk innerlijk leven voorzien. Je respecteert dan alleen niet de tekst.

God bouwt David vervolgens weer op, hij mag het rondtrekkend vechtersvolk afslachten.

Hoe is David Wilkersons Godsbeeld te verklaren? Een aanknopingspunt biedt de masochist. Deze bevindt zich aan de ontvangende zijde van machtsuitoefening maar geniet van het overgeleverd zijn. Het is dan ook geen ‘echte’, ongewenste overweldiging maar een geregisseerde – door de masochist.

Onmiskenbaar beleeft Wilkerson plezier aan zijn beschrijvingen van Gods machtsuitoefening. Ook zijn spontane aanvullingen op Bijbelteksten moeten oprispingen zijn van een van lust overstromend hart, lust die eveneens spreekt uit zijn beschrijving van de gevolgen van Gods machtsuitoefening: “Toen deze les eenmaal geleerd was opende God de hemelen en sprak duidelijk tot David, de aanwijzingen waren luid en duidelijk. David vroeg en God antwoordde “Achtervolg, want stellig, gij zult inhalen en bevrijden” (1 Samuel 30:8). Er ontbrak niets – David herstelde alles!”.

De wegen van het verlangen zijn verborgen. Zo lijkt Wilkerson zich vanuit een vereenzelviging met de Godpositie te verkneukelen in het ‘totaal overgeleverd zijn’ van David (en, in een reeks andere columns, Christenen in het algemeen). Dan is zijn plezier sadistisch.

Gevoelsarm schijnt mij Wilkersons gebrek aan medeleven met de slachtoffers van David’s machtsuitoefening toe. Over iedere kras die David oploopt, jammert Wilkerson: “Wat een verschrikkelijke dag vol schande was dat in het leven van deze gezalfde man van God!“. Maar geen woord van compassie met de slachtoffers van Davids wraakname. De Bijbel:

De Egyptenaar leidde David naar het kamp van de Amalekieten. Daar zaten ze, in groepjes verspreid, te eten en te drinken. Ze deden zich te goed aan de enorme buit die ze in het land van de Filistijnen en in Juda hadden vergaard. De volgende dag overviel David hen en bestookte hen van de vroege ochtend tot de late avond. Niemand ontkwam, op vierhonderd jongemannen na, die op hun kamelen wegvluchtten. Alles wat de Amalekieten hadden weggeroofd viel nu in Davids handen; ook zijn beide vrouwen bevrijdde hij. Niet het minste of geringste van de buit ontbrak: alle kinderen waren er nog en alles wat ze verder maar hadden meegenomen. Alles werd door David mee teruggevoerd. Hij legde beslag op de schapen, geiten en runderen.

Arme Amalekieten. Hadden ook vrouw en kinderen. “Wat een verliezende aanblik moet dat zijn geweest!”.

Evenmin is Wilkerson in staat mee te leven met de afgevoerde vrouwen en kinderen van Davids volk. Hun huizen afgebrand, sommige unieke erfstukken van grote persoonlijke waarde vast ontnomen of vernield, onzekerheid over de nabije toekomst (slavernij, verkrachting) en de pijn van het dreigend verlies van je meest dierbaren (vader, moeder, partner, kind) – voor Wilkerson is het allemaal even prachtig.

“Het doel heiligt niet de middelen” geldt als een op de barbarij gewonnen inzicht. David Wilkerson is het niet toegedaan. God mag alles. Terzijde: ook mensen gaan bij Wilkerson vaak vrijuit van misdaden, mits Christen.

De verklaring maakt echter alles begrijpelijk. Wilkerson is niet ‘van de wereld’ maar een ‘nieuwe mens’ – hij heeft niet langer een geweten. Bepaalde remmende emoties, door andersgelovigen en veel heidenen als teken van beschaving opgevat, ontbreken.

Advertenties
Gepubliceerd on 02/06/2010 at 02:09  Geef een reactie  

The URI to TrackBack this entry is: https://hogerhoning.wordpress.com/godsbeeld/trackback/

%d bloggers liken dit: